In publieke handen

Nieuwe taken voor staatsdeelnemingen in de energietransitie

De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft onvoldoende onderbouwd waarom hij via nieuwe wettelijke taken de staatsbedrijven Gasunie, EBN en TenneT inschakelt om de energietransitie verder op gang te brengen. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in op 24 juni 2021 gepubliceerd onderzoek naar nieuwe wettelijke taken voor staatsdeelnemingen in het kader van de transitie naar duurzame energie.

Het kabinet zet in op een energietransitie om de klimaatdoelen te halen. Deze omschakeling naar een duurzame energievoorziening vraagt om nieuwe energie-infrastructuur. Het kabinet vindt dat staatsdeelnemingen, ondernemingen waarin de rijksoverheid aandelen houdt, daarbij uitkomst
kunnen bieden. De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft daarom de afgelopen jaren besloten 3 staatsdeelnemingen – Energie Beheer Nederland (EBN), Gasunie en TenneT – nieuwe taken te verlenen om nieuwe energie-infrastructuur tot stand te brengen.
 

Wat hebben we onderzocht?

In het onderzoeksrapport In publieke handen – nieuwe taken voor staatsdeelnemingen in de energietransitie schrijven wij dat de bewindspersoon het parlement weinig inzicht verschaft over hoeveel publiek geld in deze nieuwe taken wordt gestoken. De minister heeft de publieke belangen goed behartigd bij de financiering en sturing van de nieuwe taken. 

Onderdelen van een nieuwe infrastructuur voor duurzame energie zijn een netwerk voor het transporteren van warmte, mogelijkheden bevorderen voor het oppompen van aardwarmte (geothermie) en het aansluiten van windparken op zee op het bestaande elektriciteitsnet op het land. De inzet hierbij van de staatsbedrijven Gasunie, EBN en TenneT vergt miljarden aan publiek geld.
 

Alternatieven beperkt verkend

De minister heeft beperkt verkend of hij alternatieve mogelijkheden heeft om buiten deze bedrijven, die voor 100 % in handen van de Staat zijn, een nieuwe infrastructuur te ontwikkelen bij de omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. De minister toont ook onvoldoende aan wat de inzet van deze bedrijven gaat bijdragen aan publieke belangen, zoals leveringszekerheid en betaalbaarheid.

Kosten voor burgers en bedrijven grotendeels onbekend

De minister van EZK heeft zich – onder meer samen met de minister van Financiën als aandeelhouder van Gasunie en TenneT – substantieel ingespannen om de financieringsconstructies doelmatig vorm te geven en hij heeft via wet- en regelgeving mogelijkheden om in te grijpen in de uitvoering. Wat burgers en bedrijven in de portemonnee merken van de kosten van het inschakelen van deze staatsbedrijven is echter nog grotendeels onbekend. Het parlement heeft tot nu toe geen goed inzicht van de minister gekregen. 

Met de WarmtelinQ kan Gasunie verschillende aanbieders en afnemers van warmte met elkaar verbinden.

Figuur pb Energietransitie

Een voorbeeld van staatsbedrijven inzetten is de betrokkenheid van Gasunie bij de doorontwikkeling van het project WarmtelinQ om overtollige warmte uit de Rotterdamse haven naar steden als Delft en Den Haag en de glastuinbouw in het Westland te transporteren. Toen dit project dreigde vast te lopen voor het commerciële energiebedrijf Eneco heeft de minister Gasunie gevraagd zich voor te bereiden als warmtetransportbeheerder van de WarmtelinQ, zodat deze taak in publieke handen komt. WarmtelinQ moet bijdragen aan de landelijke 
klimaatdoelen, maar hoeveel het aan CO2-uitstoot bespaart is niet duidelijk. Het project zou een kostenefficiënte oplossing zijn, maar een kostenraming was tijdens dit onderzoek niet uitgewerkt. 

EBN, traditioneel risicodrager in olie- en gasconcessies, wordt ingezet voor risicodragende deelname aan projecten met geothermie (aardwarmte). EBN mag in vijf jaar hierin maximaal € 161 miljoen steken. TenneT is verantwoordelijk gemaakt voor het aansluiten van windmolenparken op zee op het landelijk stroomnet. Daarmee is ruim € 4 miljard aan publiek geld gemoeid. Voor alle 3 voorbeelden geldt dat Kamerleden door de beperkte informatie van de minister niet goed kunnen beoordelen of de totale kosten en de bijdragen uit de schatkist in verhouding zijn.

Welke aanbevelingen doen we?

We bevelen de minister van EZK aan op een zorgvuldige en navolgbare wijze af te wegen welke rollen er voor staatsdeelnemingen weggelegd kunnen zijn in de energietransitie. Dit betreft de betrokkenheid van de rijksoverheid, de in te zetten instrumenten en betrokken partijen.
Hert parlement dient tijdig een onderbouwing van de omvang van de kosten te ontvangen. En duidelijkheid te krijgen hoe groot de bijdrage daarin vanuit de schatkist is.
De minister van Financiën wordt aanbevolen afspraken te maken hoe de aandeelhouder van een staatsdeelneming betrokken wordt bij besluiten over de energietransitie die het vakdepartement wil nemen.
 

Wat is de stand van zaken?

De betrokken ministers reageren in een schriftelijke reactie positief op de aanbevelingen.
Het onderzoeksrapport is toegelicht aan de Tweede Kamer en op 24 juni 2021 gepubliceerd.