Wat zijn de gevolgen van Brexit voor Nederland?

Brexit heeft, na de ratificatie van het terugtrekkingsakkoord door de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK), plaatsgevonden op 31 januari 2020. Vanaf die datum maakt het VK geen onderdeel meer uit van de EU. Daarna begonnen onderhandelingen over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK, die uiterlijk op 31 december 2020 moeten zijn afgerond.

Brexit raakt Nederland op veel manieren. Dat komt omdat Nederland en het VK van oudsher nauwe banden hebben. Die banden zijn financieel, economisch, maar ook politiek omdat Nederland en het VK binnen de EU vaak dezelfde zienswijze hadden op beleid en financiën. Naar verwachting zullen de volgende terreinen in ieder geval geraakt worden door brexit:

  • handel en economie,
  • zorg,
  • douane,
  • onderwijs en onderzoek
  • overheidsfinanciën.

Hoe precies, en met welk effect deze terreinen geraakt gaan worden is nu nog erg onduidelijk. Dit komt omdat de onderhandelingen over de nieuwe relatie tussen de EU en het VK nog niet afgerond zijn en omdat nog niet zeker is of die op 31 december 2020 wel met succes zullen zijn afgerond. De brexit-datum is al meerdere keren verschoven, met name door politieke ontwikkelingen in het VK.

Lange- en korte termijn kosten

In ons onderzoek naar brexit dat we op 10 december 2018 publiceerden, gaven we een overzicht van de verschillende kosten van brexit voor Nederland (stand medio 2018).

Figuur rapport Brexit

We constateerden onder andere dat de directe kosten van een ‘no-deal’ brexit voor de korte termijn – in 2019 en 2020 – € 1,6 miljard zouden bedragen. Op dat moment stond de datum van terugtrekking van het VK uit de EU nog op 29 maart 2019. Met de uiteindelijke brexit-datum van 31 januari 2020 geldt dat de directe kosten voor de korte termijn lager zullen uitvallen, hoewel nog niet bekend is hoeveel.

Voor de lange termijn kosten voor Nederland gaat het niet alleen om brexit, en de vraag of dit met of zonder een onderhandelingsakkoord met het VK zal zijn, maar ook om de resultaten van de nu lopende onderhandelingen voor het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 van de EU. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat de Nederlandse afdracht aan de EU ook zonder brexit zou stijgen van € 8,3 miljard in 2021 tot ongeveer € 10 miljard in 2027.

Met brexit zal Nederland een hoger bedrag moeten afdragen - ook als de EU-begroting gelijk blijft. Immers, na brexit zijn er 27 in plaats van 28 EU-lidstaten die samen verantwoordelijk zijn voor de EU-begroting, en het VK als één van de nettobetalers valt weg.

Bovendien geldt ook voor deze periode dat er een kans is dat Nederland bij Brexit zijn huidige korting op de EU-afdracht (deels) verliest. In de voorstellen voor het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 van de EU heeft de Europese Commissie daar op ingezet. Op basis van het akkoord dat door de Europese Raad werd bereikt op 21 juli 2020 zou Nederland in de komende MFK-periode juist een hogere jaarlijkse korting op de EU-afdrachten van ruim €1,9 miljard (in prijzen van het jaar 2020) krijgen.

Mede ook omdat het door de Europese Raad bereikte akkoord nog moet worden goedgekeurd door het Europees Parlement, is nu nog niet bekend welke gevolgen er precies zullen zijn voor de Nederlandse EU-afdrachten. Ten tijde van de afronding van ons Brexit-onderzoek in 2018 ging het kabinet er van uit dat de afdrachten in 2021 € 1,25 miljard hoger zullen uitvallen en vanaf 2026 ongeveer € 2,5 tot € 3 miljard per jaar extra.

Gevolgen voor de Douane

In ons onderzoek uit 2018 stelden we ook vast dat de Douane op 29 maart 2019 niet volledig klaar kon zijn voor een  zogenoemde ‘no-deal’ brexit. De Douane had 928 fte extra nodig, en had bij afronding van ons onderzoek (medio 2018) naar verwachting 300 fte extra aangenomen. In september 2019 constateerden we dat de Douane er van uitging dat per 1 oktober 2019 596 fte zou zijn ingestroomd, en dat de Douane goed op koers lag met betrekking tot de instroom en inzetbaarheid van brexitpersoneel. 

Gevolgen voor de Nederlandse economie

Het Centraal Planbureau deed onderzoek naar de mogelijke invloed van brexit op de Nederlandse economie. Hierin werd berekend dat de schade door minder handel met het VK circa  1,2% van het bruto binnenlands product kan zijn in 2030, ofwel ongeveer € 10 miljard.

Brexitproces

Bij het referendum van 23 juni 2016 stemde 51,9% van de Britse kiezers voor terugtrekking van het VK uit de EU. Sinds 19 juni 2017 onderhandelden de Europese Commissie (als vertegenwoordiger van de EU) en het VK over brexit. Op 17 oktober 2019 werden ze het eens over de terugtrekking van het VK uit de EU, onder meer over de rechten van EU-burgers in het VK, de grens tussen Ierland en Noord-Ierland en de financiële eindafrekening tussen het VK en de EU. De brexitdatum werd uiteindelijk vastgesteld op 31 januari 2020.

Daarna zijn in de overgangsfase onderhandelingen over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK gestart, die op 31 december 2020 moeten zijn afgerond. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over een nieuwe handelsrelatie en samenwerking op het gebied van veiligheid. Als het VK en de EU er voor 1 juli 2020 mee zouden instemmen, kon de overgangsperiode met maximaal 2 jaar worden verlengd tot en met 31 december 2022. Het VK heeft echter aangegeven geen verlenging te willen.

Op 1 januari 2021 start daarmee, met  of zonder akkoord, een nieuwe relatie tussen de EU en het VK.