Hebben de Europese noodfondsen hun doel bereikt, en wanneer komt het uitgeleende geld terug?

Noodfondsen

De financiële crisis heeft vanaf 2008 geleid tot een sterke verslechtering van de begrotingssituaties in een groot aantal EU-lidstaten. In 2010 ontstond in Griekenland een onhoudbare situatie die ernstige gevolgen kon hebben voor de gehele eurozone. In mei 2010 besloten Europese Commissie en Europese Centrale Bank (ECB) gezamenlijk tot een financieel hulppakket (‘bail-out’) voor Griekenland.

Vanaf juni 2010 werd op initiatief van de EU-lidstaten met de euro een aantal noodfondsen ingesteld, specifiek voor eurolanden die in een vergelijkbare situatie als Griekenland dreigden terecht te komen: 

  • Griekse leningenfaciliteit (GLF, 2010): een samenbundeling bilaterale leningen van eurolanden die  door de Europese Commissie werd gecoördineerd, gecombineerd met steun van het IMF.

  • Europees Financieel Stabilisatiemechanisme (EFSM, 2011): een tijdelijk fonds op communautaire basis (gedragen door alle EU-lidstaten samen).
  • Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF, 2011): een tijdelijk fonds voor en door eurolanden op intergouvernementele basis (gedragen door landen van de eurozone).
  • Europees stabiliteitsmechanisme (ESM, 2012): Permanent fonds op intergouvernementele basis tussen de eurolanden dat het tijdelijke EFSF vervangt.

Wij publiceerden een rapport over de inzet van Europese noodfondsen in 2015. De noodfondsen werden ingezet in het kader van steunprogramma’s voor Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Cyprus.

Europese noodfondsen
Land/programma Looptijd ingezet noodfonds Parallelle IMF-steun
Griekenland 1 2010-2012 GLF Ja
Griekenland 2 2012-2015 EFSF Ja

Griekenland 

brugfinanciering

2015 EFSM Nee
Griekenland 3 2015-2018 ESM Nee
Ierland 2010-2014 EFSF, EFSM Ja
Portugal 2011-2014  EFSF, EFSM Ja
Spanje 2011-2014 ESM Nee
Cyprus 2013-2016 ESM Ja


Financieel belang en besluitvorming over noodsteun

Het financieel belang voor de landen die bijdragen aan de noodfondsen is groot. Nederland staat als lid van de eurozone voor vele miljarden garant voor de noodfondsen die door de eurolanden zijn opgericht, en heeft eveneens miljarden aan leningen uitstaan.

Garantstelling Nederland noodfondsen
Noodfonds Financieringsvorm Totaal financieel belang (mld) Maximale uitleencapaciteit (mld) Financieel belang Nederland (mdl)
EFSM Garantie op basis EU-begroting € 60 € 60 € 2,8
(4,7%)
EFSF Garantie eurolanden € 780 Eerst € 440,
later € 240
€ 49,6
(6,1%)
ESM Gestorte kapitaal € 80,5 € 500 € 4,6
(5,7%)
Opvraagbaar kapitaal eurolanden € 624 € 35,4
(5,7%)
GLF Directe leningen eurolanden € 52,9 €52,9 € 3,2
(6%)

De maximale uitleencapaciteit van de vier noodfondsen bij elkaar opgeteld bedroeg circa € 850 miljard. Om het Nederlandse financieel belang compleet te maken dient hierbij te worden opgeteld:

  • € 2,4 miljard garantie voor 4,7% van het zogenoemde ´betalingsbalansprogramma´ (vergelijkbaar met EFSM, maar voor EU-landen buiten de Eurozone);
  • € 1,8 miljard voor 2,2% (Nederlands aandeel) van de door het IMF ingezette noodsteun voor eurolanden. De IMF-steun vond plaats naast de EU-noodsteun.

Het totaal van de Nederlandse garantstelling in het kader van de noodfondsen (inclusief de steun via het IMF) bedraagt circa € 90 miljard. Daarnaast heeft Nederland bijna € 8 miljard bijgedragen door middel van directe leningen aan Griekenland en gestort kapitaal voor het ESM. De  steunprogramma's zijn inmiddels afgerond.

De besluitvorming over instelling van een leenfaciliteit en toekenning van gelden vindt, afhankelijk van het fonds, plaats binnen de EU-instellingen of binnen de eurogroep.

COVID-19

Het noodfonds ESM wordt ook ingezet bij de bestrijding van de financieel-economische gevolgen van de Coronacrisis. Binnen het pakket dat de regeringsleiders en staatshoofden van EU-lidstaten op 23 april 2020 bekrachtigden kan maximaal € 240 miljard vanuit het ESM worden uitgeleend.

Meer informatie over de belangrijkste EU-maatregelen.

Doeltreffendheid noodfondsen

Het EFSF en het ESM zijn opgericht met als doel financiële steun verlenen aan landen van de eurozone die in financiële problemen verkeren. Het tijdelijk noodfonds EFSF is in 2012 opgevolgd door het permanente noodfonds ESM. Op 15 juni 2017 is door een onafhankelijk evaluator – aangesteld door de voorzitter van de Raad van Gouverneurs van het ESM – een evaluatietapport gepresenteerd over de steunprogramma’s die zijn uitgevoerd vanaf 2010 tot medio 2016 voor circa € 300 miljard. Het betreft de steunprogramma’s aan Ierland, Portugal, Spanje, Cyprus en Griekenland (t/m het tweede programma). In de evaluatie is gekeken naar de relevantie, effectiviteit en efficiëntie van de door het EFSF en ESM verstrekte steun. In het rapport wordt geconcludeerd dat:

  • de oprichting van de beide noodfondsen onontbeerlijk was voor het behoud van de financiële stabiliteit in het eurogebied; 
  • de fondsen hun mandaat effectief hebben uitgevoerd;
  • in alle landen die financiële steun ontvingen zijn - dankzij de steunprogramma’s - de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en de economische structuur verbeterd.

Aflossen van ontvangen noodsteun

De noodsteun die eurolanden sinds 2010 hebben ontvangen bestaat uit leningen. De landen moeten die ontvangen steun terugbetalen. Bekijk een overzicht van wanneer de geleende gelden van de belangrijkste noodfondsen met het grootste financiële belang – het EFSF en het ESM – uiteindelijk moeten zijn terugbetaald.