Stuiveling: ‘Kabinet is niet klaar: Tijd voor uitvoering!’

Rechtmatigheid financiën van Rijk op orde; zorgen over bedrijfsvoering

Het oplossen van knelpunten in de uitvoering van beleid vraagt extra tijd en aandacht van het kabinet-Rutte/Asscher en de Tweede Kamer. Vooral de bewindspersonen op Defensie, Financiën, Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) worden geconfronteerd met uitvoeringsproblemen. De Belastingdienst kan veranderingen in fiscale regels ternauwernood aan door verouderde ICT. Het lukt Defensie niet om - naast de inzet voor missies - voldoende werkend materieel over te houden om geoefend te blijven voor het brede palet aan taken. Oplossing van de problemen die zijn ontstaan na de invoering van de trekkingsrechten PGB vraagt om ruimte en realisme van Kamer en kabinet, zodat in bijzonder de SVB, zorgkantoren en gemeentes in staat zijn de knelpunten op te lossen. Het kabinet draagt de politieke verantwoordelijkheid voor een ordelijke uitvoering van publieke taken. Juist hier ligt nu de kernopgave. Dit schrijft de Algemene Rekenkamer in het Verantwoordingsonderzoek 2014, dat op 20 mei 2015 door president Stuiveling aan de Tweede Kamer is aangeboden.

Algemene Rekenkamer keurt Rijksrekening goed

De Algemene Rekenkamer controleert de inkomsten en uitgaven van het Rijk.  De uitgaven en inkomsten van de Rijksoverheid waren in 2014 rechtmatig. Fouten en onzekerheden bleven ruimschoots binnen de toegestane marge. De Algemene Rekenkamer keurt daarom de Rijksrekening 2014 goed.

Knelpunten in de uitvoering door onder meer tijdsdruk en bezuinigingen

De Algemene Rekenkamer constateert in het rapport Staat van de Rijksverantwoording dat voor het kabinet-Rutte/Asscher het moment is gekomen om tijd te maken voor de uitvoering. Uit het Verantwoordingsonderzoek blijkt dat op veel plaatsen binnen de Rijksoverheid sprake is van fricties tussen politieke ambities aan de ene kant en beschikbare tijd, mensen en middelen aan de andere kant. Een voorbeeld is de mate waarin de met decentralisaties gepaard gaande bezuinigingen de uitvoering onder druk zetten.

Meer aandacht voor ICT leidt vooralsnog niet tot verbeterde uitvoering

De overheid en de publieke diensten leunen steeds zwaarder op de ICT: zowel in contact met burgers en bedrijven, als in de eigen bedrijfsvoering. Met name de Belastingdienst, het Ministerie van Defensie en de Nationale Politie hebben grote uitdagingen in de combinatie van ICT, hoge beleids- en uitvoeringsambities en reorganisaties. De afhankelijkheid van ingehuurde professionals is hierbij een achilleshiel. De Algemene Rekenkamer constateert enerzijds dat er bij ministeries, kabinet en parlement meer aandacht is voor ICT dan in het verleden. Anderzijds is nog geen sprake van een duidelijke verbetering in de beheersing van ICT-projecten in doorlooptijd en budgetbeheersing.

Focusonderwerpen Fraude en Decentralisaties opnieuw onderzocht

Op verzoek van de Tweede Kamer onderzocht de Algemene Rekenkamer dit jaar opnieuw de focusonderwerpen fraude en decentralisaties. Ook het kabinet besteedt aan deze onderwerpen extra aandacht in de jaarverslagen. Voor wat betreft decentralisaties constateert de Algemene Rekenkamer dat de focus in 2014 lag op het halen van 1-1-2015. Nu is tijd voor de uitvoering noodzakelijk. Voor wat betreft fraude kan de kennis van uitvoerders meer benut worden om te komen tot een effectieve aanpak van fraude.

Risico’s bij ICT belastingdienst, continuiteït en vernieuwing nodig

De Belastingdienst kampt met grotere problemen, onder meer met verouderde computersystemen, dan tot voor kort aangenomen. Dit is mede duidelijk geworden nadat de dienst onder leiding van de staatssecretaris zelf transparanter werd over risico’s en uitdagingen. Veranderingen in wet- en regelgeving kunnen door de ouderdom en complexiteit van de IT-systemen gepaard gaan met risico’s voor de continuiteït van de dienstverlening van de Belastingdienst, waaronder risico’s voor de inning van belastingen. In 2014 haalde de Belastingdienst € 235,6 miljard aan belastingen en premies op en deelde voor € 9,7 miljard aan toeslagen voor burgers uit. De Belastingdienst werkt met zo’n twaalfhonderd verschillende applicaties, waaronder een veelgebruikte van 37 jaar oud.
De Belastingdienst staat voor twee uitdagingen. De eerste is het garanderen van de continuiteït van de dienstverlening. Daarnaast moeten de dienst zelf en de processen en systemen waarmee gewerkt wordt, gemoderniseerd worden. Verzekerd zijn van continuïteit van de dienstverlening is voor de fiscus een eerste vereiste. Vernieuwing op korte en langere termijn is een grote opgave voor de Belastingdienst. Het parlement vergroot de uitdagingen voor de fiscus door meer belastingen in te voeren en wetgeving van allerhande uitzonderingen te voorzien. Hierdoor wordt het de uitvoering moeilijk gemaakt. Tegelijkertijd wordt de fiscus, evenals andere overheidsdiensten, bezuinigingen opgelegd. Het voornemen van Kamer en kabinet om het belastingstelsel te herzien kán benut worden om tot een beter uitvoerbaar stelsel te komen. Maar dat vereist tegen die tijd ook voldoende tijd voor de Belastingdienst voor de invoering.

Defensie trekt een niet vol te houden wissel op zichzelf

De krijgsmacht heeft net genoeg materieel en personeel en loopt voortdurend tegen grenzen aan, mede doordat de bedrijfsvoering niet goed functioneert. Bij de landmacht staat een  deel van de voertuigen noodgedwongen stil. Opleidingen en trainingen met Chinook-transporthelikopters lopen achter op schema door beperkingen in onderhoudscapaciteit en een gebrek aan reserveonderdelen. Voor de F-16 besteedt Defensie bijna alle beschikbare vlieguren aan de missie tegen ISIS waardoor er weinig uren overblijven voor opleiding en training. Het personeel is niet meer geoefend voor de hoogste dreigingsniveaus.
De minister van Defensie staat voor de taak om de complexe bedrijfsvoering die Defensie eigen is zodanig te verbeteren dat tijdig voldoende zicht ontstaat op haalbaarheid en betaalbaarheid van alle ambities, in combinatie met het wegwerken van veel achterstallig “onderhoud” van de organisatie.

Meer duidelijkheid gewenst over afdrachten aan Europa

In het najaar van 2014 kreeg lidstaat Nederland van de Europese Commissie een (netto) naheffing van 642,7 miljoen euro. De Algemene Rekenkamer is voorstander van het opnemen van de Nederlandse afdrachten aan de Europese Unie in de Nationale Verklaring. In de Nationale Verklaring verantwoordt de lidstaat Nederland zich over de manier waarop Europees geld in eigen land wordt uitgegeven. Wanneer aan de Nationale Verklaring naast de uitgaven ook de afdrachten aan de Europese Unie worden toegevoegd, ontstaat een completer overzicht van de financiële verhouding met de EU. Dit zou een nauwkeuriger beeld geven van de manier waarop de hoogte van de afdracht en de eventuele naheffingen tot stand komen.  Dit staat in het Rapport bij de Nationale Verklaring dat de Algemene Rekenkamer op 20 mei 2015 heeft aangeboden aan de Tweede Kamer.

Invoering PGB trekkingsrechten niet zorgvuldig verlopen

De Algemene Rekenkamer constateert dat de invoering van de PGB trekkingsrechten niet zorgvuldig is verlopen. Besluiten over wet- en regelgeving zijn laat genomen. De gegevensoverdracht die cruciaal is om tot een juiste uitbetaling aan PGB-gerechtigden en hun zorgverleners over te gaan is niet goed voorbereid. Daardoor werden de benodigde gegevens laat bij de SVB aangeleverd en was de verwerking onvoldoende snel. Tenslotte hebben de Ministeries van VWS en SZW en de SVB hun rol tijdens het uitvoeringsproces niet goed ingevuld. De Algemene Rekenkamer wijst op het gedeeld belang van alle betrokken partijen (departementen, SVB, belastingdienst, zorgkantoren en gemeenten) om de uitvoerinsgproblemen op te lossen. De uitvoerders en in het bijzonder de SVB hebben nu allereerst baat bij een realistisch tijdpad. Een door alle partijen gedragen en actueel inzicht in de knelpunten is daarvoor noodzakelijk.

Beleid in de praktijk: 5 beleidsdoorlichtingen doorgelicht

De Algemene Rekenkamer besteedt in het Verantwoordingsonderzoek nadrukkelijk aandacht aan de effectiviteit van beleid. Vijf zogenaamde beleidsdoorlichtingen, waarin departementen deze vraag voor eigen beleid beantwoorden, zijn onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat de doorlichtingen weinig inzicht bieden in doeltreffendheid en doelmatigheid. Bovendien trekken ministers soms conclusies die niet voldoende door het onderzoeksmateriaal worden ondersteund.

Beleid in de praktijk: eigen onderzoek Algemene Rekenkamer

Ook uit eigen onderzoek naar zes beleidsonderwerpen blijkt dat er niet altijd informatie is over de effectiviteit van beleid. De Algemene Rekenkamer onderzocht zelf zes cases. Een voorbeeld is de € 1,2 miljard die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) uittrekt voor de professionalisering van leraren. Schoolbesturen zijn goeddeels vrij om dit geld naar eigen inzicht te besteden. Het is onbekend hoeveel van dit rijksgeld door schoolbesturen daadwerkelijk aangewend wordt voor dit doel en welk effect het op de onderwijskwaliteit heeft. Er is een trendbreuk nodig om de ambitieuze doelstellingen voor 2020 te halen. De andere onderwerpen die de Algemene Rekenkamer onderzocht op de werking van beleid in de praktijk zijn: garantieregelingen van EZ voor het bedrijfsleven, de subsidiëring van elektrische auto’s, het beter benutten van infrastructuur, de regeldruk in de gehandicaptenzorg en de kwaliteit van justitiële jeugdinrichtingen.

Reacties van bewindspersonen en nawoord Algemene Rekenkamer

Alle ministers hebben gereageerd op de bevindingen in dit onderzoek. Hun reacties zijn integraal te vinden op www.rekenkamer.nl/verantwoordingsonderzoek