Geen publieke externe controle van € 240 miljard noodhulp

Verantwoording door lidstaten over Europees geld weinig verbeterd

De publieke externe controle en verantwoording van het noodfonds EFSF (European Financial Stability Facility, maximaal 188 miljard) en het eerste Griekse leningenprogramma (ruim €52 miljard) is nog niet geregeld. Bij het oprichten van het noodfonds European Stability Mechanism (ESM) is afgesproken dat er een audit comité komt dat de uitgaven uit het fonds controleert en in het openbaar rapporteert over de manier waarop het geld is besteed. Volgens de Algemene Rekenkamer zou dit audit comité ook de controle van het EFSF en het eerste Griekse leningenprogramma kunnen uitvoeren. De Algemene Rekenkamer vindt bovendien dat vooral de landen die noodhulp ontvangen zich via een lidstaatverklaring moeten verantwoorden over de besteding van de Europese middelen én over de ontvangen noodhulp. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer in het EU-Trendrapport 2013, dat op 7 februari 2013 verschijnt.

Het EU-trendrapport verschijnt elk jaar en beschrijft ontwikkelingen in het financieel management van de Europese Unie. In aanvulling op het rapport is op de website www.eu-verantwoording.nl informatie te vinden over de begroting van de EU: om hoeveel geld gaat het, waar komt het geld vandaan, waaraan wordt het uitgegeven en hoe wordt verantwoording afgelegd over de besteding van het geld? De Algemene Rekenkamer wil met het rapport en de website een inhoudelijke bijdrage leveren aan het debat over de financiën en het functioneren van de EU.

De Algemene Rekenkamer wijst in het rapport op de financiële risico’s die Nederland en andere EU-lidstaten lopen door deelname in de noodfondsen. Afspraken over publieke externe controle en verantwoording van het EFSF en het eerste Griekse leningenprogramma ontbreken op dit moment. Daardoor kan de Tweede Kamer geen controle uitoefenen over de manier waarop ook de Nederlandse bijdrage aan noodfondsen door landen in nood wordt besteed en of dit volgens de afspraken is gebeurd.

Verantwoording over besteding EU-geld door lidstaten weinig verbeterd

In het nieuwe Financieel Reglement van de EU is niet voorzien in afspraken over betere verantwoording over de besteding van Europese gelden door EU-lidstaten, door middel van een verplichte en openbare lidstaatverklaring. Nederland en drie andere lidstaten  verantwoorden zich op dit moment vrijwillig met zo’n verklaring. Dat is positief, maar de Algemene Rekenkamer vindt dat alle lidstaten van de Europese Unie zich in de toekomst op deze manier zouden moeten verantwoorden. En bij voorrang zou deze verplichting moeten gelden voor lidstaten die ook geld ontvangen uit noodfondsen. De Algemene Rekenkamer beveelt de Minister van Financiën aan om hierop aan te blijven dringen bij zijn collega’s in Europa. Overigens constateerde de Europese Rekenkamer opnieuw dat de uitgaven van de EU in 2011 nog teveel onrechtmatigheden lieten zien.

Over de EU-lidstaatverklaring

Met de ‘EU-lidstaatverklaring’ wil Nederland bijdragen aan een betere verantwoording over de EU-gelden die Nederland besteedt. De lidstaatverklaring wordt jaarlijks door de minister van Financiën namens het kabinet afgegeven. De Algemene Rekenkamer is gevraagd om jaarlijks een oordeel te geven over de Nederlandse EU-lidstaatverklaring. Behalve Nederland publiceren het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden een lidstaatverklaring.

Vereenvoudiging regels, gebruik nieuwe mogelijkheden beperkt

Nederlandse overheden en projectuitvoerders maken nog weinig gebruik van regelingen van de Europese Commissie om vereenvoudiging van regels toe te passen. Een voorbeeld daarvan is de optie waarbij geen aparte declaratie meer hoeft te worden ingediend voor ‘indirecte kosten’ (bijvoorbeeld kantoor, opleidingskosten en ICT-kosten), maar bij elk project een percentage van de directe kosten als indirecte kosten wordt gedeclareerd.
De voorgestelde vereenvoudigingsmaatregelen worden om diverse redenen nog weinig gebruikt, bijvoorbeeld omdat de invoering tot uitvoerings- en interpretatieproblemen leidt. Het onderzoek naar de toepassing van vereenvoudigde regels werd uitgevoerd in samenwerking met rekenkamers van andere lidstaten. Eind 2013 wordt duidelijk wat de resultaten voor de andere deelnemende lidstaten zijn.

Reactie Minister van Financiën

De minister van Financiën heeft namens het kabinet gereageerd op het EU-trendrapport 2013. Hij schrijft dat hij zich blijft inzetten voor meer transparantie en betere verantwoording over EU-geld. Hij zal de mogelijkheid verkennen om het audit comité van het ESM ook de gelden uit het EFSF te laten controleren. Ook zal het kabinet zich blijven inzetten voor een verplichte EU-lidstaatverklaring voor alle lidstaten. De minister van Financiën tekent hierbij aan dat het draagvlak hiervoor in Europa gering is.