De buitensporigtekortprocedure

De buitensporigtekortprocedure maakt deel uit van het EU toezicht op de begrotingen van de lidstaten, ook wel bekend als het stabiliteits- en groeipact (SGP). Binnen de EU is afgesproken dat het begrotingstekort van lidstaten maximaal 3% van het BBP mag bedragen en de staatsschuld maximaal 60% van het BBP. Lidstaten die een tekort of schuld hebben die hoger is dan die referentiewaarden, kunnen in de buitensporigtekortprocedure terechtkomen. De Raad stelt dan een termijn waarbinnen lidstaten de begrotingssituatie weer op orde moeten brengen. Nederland had vanaf 2009 tot 2013 een begrotingstekort boven de 3% en dus een buitensporig tekort.

Mogelijke vervolgstappen Commissie en Raad

De Europese Commissie monitort of een lidstaat voldoende stappen neemt om het begrotingstekort onder de 3% van het BBP te brengen. Als de Commissie vindt dat dit niet het geval is, kan zij de Raad adviseren om de lidstaat een boete op te leggen van maximaal 0,2% van het BBP. Daarnaast kan het de Raad adviseren om de lidstaat aan te manen om meer te doen. In de buitensporigtekortprocedure is overigens nog nooit een sanctie uitgedeeld.

EU-lidstaten met een buitensporig tekort in 2017

Eind oktober 2017 hebben nog drie van de 28 EU-lidstaten (waarvan twee van de 19 eurolanden) een buitensporig tekort. Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn daarom opgenomen in de buitensporigtekortprocedure van de EU. Tijdens de financiële crisis in 2011 was de buitensporigtekortprocedure nog van kracht voor 24 EU-lidstaten.

Begrotingstekort Nederland vanaf 2013 weer onder 3%

In oktober 2009 stelde de Raad na advies van de Europese Commissie vast dat er in Nederland sprake was van een buitensporig tekort. Het begrotingstekort bedroeg 4,8% van het BBP, 1,8% boven de maximumnorm van 3%. Aanvankelijk kreeg Nederland tot 2013 de tijd om het tekort te corrigeren. Vanwege de financiële crisis heeft de Raad Nederland één jaar uitstel verleend. Nederland moest zijn begrotingstekort in 2014 dus weer onder de 3% van het BBP gebracht hebben. In de begrotingsakkoorden van 2013 en 2014 zijn toen afspraken gemaakt over financiële maatregelen om het begrotingstekort weer onder de 3% te brengen. Dit heeft er toe geleid dat in 2013, 2014 en 2015 het begrotingstekort respectievelijk 2,4%, 2,3% en 2,1% bedroeg (1). In 2016 was er een begrotingsoverschot van 0,4% en over 2017 wordt een overschot van 0,6% verwacht.

NL begrotingssaldo versus EU-begrotingsnorm vanaf 2008

NL begrotingssaldo versus EU begrotingsnorm vanaf 2008

Stand per 1 november 2017 (in miljarden euro's)

Hoe werkt de buitensporigtekortprocedure?

Ruim voor de invoering van de euro legden de EU-landen vast dat hun staatsschuld nooit hoger dan 60% mag zijn en hun begrotingstekort niet hoger dan 3 procent. Is dit wel het geval dan stelt de Raad - op aanbeveling van de Europese Commissie (EC) - een buitensporig tekort vast en doet aanbevelingen aan de lidstaat. In principe moet het tekort binnen 1 jaar verholpen zijn. Indien dit niet gelukt is, dan kan de Raad - op aanbeveling van de EC - de lidstaat uitstel verlenen vanwege economisch zwaar weer. Heeft de lidstaat ook na uitstel de aanbevelingen niet opgevolgd, dan legt de Raad - op advies van de EC – de lidstaat een boete op van maximaal 0,2 van het bruto binnenlands product (3). Echter, tot 01-11-2016 heeft geen enkele lidstaat die volgens de procedure een boete zou krijgen deze ontvangen. 

Onderzoek naar de werking van de buitensporigtekortprocedure

In 2016 heeft de Europese Rekenkamer (ERK) een rapport gepubliceerd over de toepassing in de periode 2008 tot 2015 van de buitensporigtekortprocedure in:

  • Cyprus,
  • Tsjechië,
  • Frankrijk,
  • Duitsland,
  • Italië
  • Malta

De algemene conclusie van het onderzoek was dat de rechtsgrondslag van de buitensporigtekortprocedure  degelijk is en in het algemeen wordt ondersteund door duidelijke interne regels en richtsnoeren. Wat onbreekt is consistentie en transparantie bij de toepassing van deze regels. Daarnaast houdt de Europese Commissie haar onderliggende aannamen niet adequaat bij en deelt de Europse Commissie haar toezichtsbevindingen niet met  alle lidstaten.

  1. Eurostat; statistical books ‘Government finance statistics – Summary tables; data 1995-2016’ 1/2017
  2. Miljoenennota 2018
  3. Het bruto binnenlands product is de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en diensten gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar