Besluit taak, mandaat en volmacht secretaris Algemene Rekenkamer

Besluit van 27 november 2018, nr. 18008000 houdende regeling van taak en bevoegdheden van de secretaris.

Overwegende dat het college een aantal van zijn bevoegdheden wenst te mandateren aan de secretaris:

Gelet op artikel 7.3 lid 1 en 7.11 lid 2 van de Comptabiliteitswet 2016.

Besluit: 

Artikel 1

Bij de Algemene Rekenkamer is, met inachtneming van de aanwijzingen van het college, de secretaris belast met de dagelijkse leiding van de ambtelijke organisatie. Daaronder vallen in ieder geval de volgende werkzaamheden:

  • het bijstaan van het college in de uitoefening van zijn taken;
  • de zorg voor de coördinatie en integratie van het beleid en van het primaire proces; 
  • het beheer van de door het college vastgestelde onderzoeksprocedures;
  • de zorg voor interne kwaliteitsborging van het onderzoeksproces;
  • de zorg voor financiën, bedrijfsvoering, personeel en organisatie;
  • het opstellen van een voorstel voor de begroting Algemene Rekenkamer (Hoofdstuk IIB, artikel 2) aan het college; 
  • het vaststellen van de interne budgetverdeling, het jaarplan, het verslag van werkzaamheden en het financieel jaarverslag;
  • namens het college zorgdragen voor opdrachtverlening aan de interne en externe accountant;
  • de externe representatie van de Algemene Rekenkamer in binnen- en buitenland.

Artikel 2

  1.  Aan de secretaris wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de in artikel 1 genoemde taken.
    Tenzij anders is bepaald, omvat de verlening van mandaat aan de secretaris mede verlening van:
    • a. een volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, en
    • b. een machtiging om in naam van het college handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
  2. Tot de bevoegdheden die verband houden met zijn taak, zoals bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:
    • a. het besluiten over structuur, organisatie- en formatieveranderingen naar aanleiding van de door het college vastgestelde hoofdstructuur;

    • b. het vaststellen van regels en het geven van aanwijzingen op het gebied van personeelsaangelegenheden;
    • c. het besluiten over personeelsaangelegenheden ten aanzien van de onder de Algemene Rekenkamer ressorterende functionarissen;

    • d. het aangaan van financiële verplichtingen namens de Algemene Rekenkamer.

  3. Wat betreft de besluiten inzake personeelsaangelegenheden heeft de secretaris in ieder geval de volgende taken:

    • a. het nemen van besluiten tot toepassing van disciplinaire maatregelen als bedoeld in artikel 80 tot en met 84 en de artikelen 91 en 92 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

    • b. het nemen van besluiten tot toepassing van hardheidsclausules, zoals opgenomen in het Alge-mene Rijksambtenarenreglement (ARAR) en interne regelingen van de Algemene Rekenkamer;

    • c. het nemen van besluiten tot toepassing van een bijzondere aanstelling in tijdelijke dienst, goed-keuring van buitengewoon verlof en besluiten in het kader van een reorganisatie als bedoeld in de artikelen 6a, 6b, 34, 34e, 49r tot en met 49aaa van het Algemeen Rijksambtenaren-reglement;

    • d. het nemen van besluiten tot ontslag conform de artikelen 98 en 99 van het Algemene Rijksambte¬narenreglement en ontslag op eigen verzoek met vertrekregeling; 

    • e. het nemen van besluiten tot toepassing van hardheidsclausules, zoals opgenomen in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, daaruit afgeleide regelingen en interne regelingen van de Algemene Rekenkamer;

    • f. het vaststellen van niet-individuele regelingen voor zover de Ambtenarenwet, het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA) dan wel daaruit voortvloeiende regelgeving deze mogelijkheid bieden; 

    • g. het nemen van besluiten op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden. De secretaris informeert het college zodra een dergelijk bezwaarschrift aanhangig is. Tevens informeert hij het college over de afhandeling daarvan.

  4. Van het gestelde in het vorige lid onder h zijn uitgezonderd de primaire besluiten die de secretaris zelf krachtens mandaat heeft genomen. Ten aanzien van die besluiten besluit het college op bezwaarschriften. 

Artikel 3

De secretaris kan de aan hem verleende bevoegdheden, bij schriftelijk door het college goed te keuren besluit, geheel of gedeeltelijk in ondermandaat verlenen aan een of meer onder hem ressorterende ambtenaren. De secretaris kan een van de onderzoeksdirecteuren benoemen in de rol van plaatsvervangend secretaris.

Artikel 4

De secretaris legt aan het college periodiek verantwoording af over de uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheden en verstrekt desgevraagd inlichtingen over lopende zaken en werkzaamheden.

Artikel 5

Dit Besluit taak, mandaat en volmacht secretaris Algemene Rekenkamer zal worden gepubliceerd op de website van de Algemene Rekenkamer. In de Staatscourant zal melding worden gemaakt van de publicatie van het besluit.

Artikel 6

Dit Besluit taak, mandaat en volmacht secretaris Algemene Rekenkamer treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. 

De Instructies voor de secretaris, vastgesteld bij Besluit van 5 december 2017, nr. 17007899 vervallen met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Algemene Rekenkamer van 27 november 2018.

Den Haag, 12 december 2018 

drs. A.P. (Arno) Visser,              

president

drs. C. (Cornelis) van der Werf,

secretaris