Mandaat en volmacht financiële aangelegenheden Algemene Rekenkamer 2018

De secretaris van de Algemene Rekenkamer,

Overwegende dat de aanpassing van de hoofdstructuur van de Algemene Rekenkamer vraagt om aanpassing van het besluit Mandaat en volmacht financiële aangelegenheden Algemene Rekenkamer 2014.
Overwegende dat de secretaris in dat kader een aantal bevoegdheden betreffende financieel beheer van de directies wenst te mandateren aan de directeuren;

Gelet op artikel 2 van de Instructies voor de secretaris vastgesteld bij Besluit van 20 april 2004;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt onder ‘directeur’ tevens ‘directeur staf’ verstaan.

Artikel 2

  1. De directeur is ten aanzien van materiële uitgaven bevoegd om namens de Algemene Rekenkamer besluiten te nemen, verplichtingen aan te gaan en betalingen te doen ten laste van de aan hem (1) toegekende budgetten binnen de aan hem toegekende kostenplaatsen.
  2. De directeur is verantwoordelijk voor het beheer van de aan hem toegekende materiële budgetten.
  3. De directeur oefent zijn bevoegdheden uit binnen de regels die aan het budget beheer zijn gesteld.

Artikel 3

  1. De directeur is ten aanzien van personele uitgaven, in lijn met het Besluit mandaat en volmacht personeelsaangelegenheden Algemene Rekenkamer 2017, verantwoordelijk voor het beheer van het personeelsbudget van de directie.
  2. De verantwoordelijkheid voor de administratieve verwerking van de besluiten van de directeur ligt bij de manager P&O/FAZA.

Artikel 4

De manager P&O/FAZA is bevoegd tot het nemen van besluiten op voorstellen van de directeuren over externe inhuur, uitzendkrachten, vakantiekrachten, stagiairs en opleidingen die ten laste komen van het budget van het team P&O/FAZA.

Artikel 5

  • De manager P&O/FAZA is verantwoordelijk voor het financieel beheer van de ontvangsten op het gebied van personeelsaangelegenheden.
  • De manager P&O/FAZA is bevoegd tot het aangaan van contracten voor:
  1. het uitlenen van personeel;
  2. het verlenen van diensten aan derden niet betrekking hebbend op internationale activiteiten.
  • De manager P&O/FAZA is verantwoordelijk voor het juist en tijdig factureren en realiseren van de ontvangsten uit deze activiteiten.
  • De manager P&O/FAZA is bevoegd tot het maken van afspraken over terugbetalingsverplichtingen en is verantwoordelijk voor de inning daarvan.

Artikel 6

  1. De directeur is bevoegd om namens de Algemene Rekenkamer in internationaal verband contracten aan te gaan voor de levering van diensten.
  2. De directeur is verantwoordelijk voor het juist en tijdig factureren en realiseren van de ontvangsten uit internationale activiteiten die onder zijn directie ressorteren.

Artikel 7

De directeuren en de manager P&O/FAZA leggen periodiek verantwoording af aan de secretaris over de aan hun verleende bevoegdheden.

Artikel 8

In geval van ziekte of verlof van de directeur treedt een van de andere directeuren in zijn plaats bij de afhandeling van financiële aangelegenheden. In geval van ziekte of verlof van de manager P&O/FAZA neemt de directeur staf deze functie waar.

Artikel 9

De directeur kan zijn bevoegdheden bij schriftelijk, door het college en de secretaris goed te keuren gezamenlijk besluit, geheel of gedeeltelijk mandateren aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2017. 

Het besluit mandaat en volmacht financiële aangelegenheden Algemene Rekenkamer 2014, vastgesteld bij Besluit van 7 oktober 2014, vervalt met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 11

Dit besluit wordt gezonden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks relaties. In de Staatscourant wordt een verwijzing opgenomen naar de website van de Algemene Rekenkamer waarop het besluit gepubliceerd wordt.

Artikel 12

Dit besluit kan worden aangehaald als het ‘Mandaatbesluit financiële aangelegenheden Algemene Rekenkamer 2018’.

Den Haag, 5 december 2017

drs. C. (Cornelis) van der Werf,
secretaris

Aldus goedgekeurd in de vergadering van de Algemene Rekenkamer van 5 december 2017.

drs. A.P. (Arno) Visser,
president

drs. C. (Cornelis) van der Werf,
secretaris

1)  Waar in dit besluit “zijn” Staat wordt geacht ook “haar” te kunnen staan.