Kiesgroepprogramma

Het kiesgroepprogramma is erop gericht om ministeries van Financiën en aanverwante organisaties in kiesgroeplanden te assisteren bij de bewustwording en het implementeren van Europese en internationale standaarden op het gebied van transparante en solide openbare financiën. Nederlandse best practices kunnen worden gebruikt om de landen daarbij te helpen.

Het programma loopt van 2014 tot 2022 en wordt gefinancierd door het Ministerie van Financiën. Hierbij zijn diverse overheidsorganisaties betrokken, waaronder de Algemene Rekenkamer.

Betrokken landen

Dit programma is gericht op (potentiële) EU-kandidaatlidstaten en landen waarmee we een historische band hebben, maar richt zich hoofdzakelijk op de zogenaamde kiesgroeplanden. Dat zijn landen die deel uitmaken van de Nederlandse kiesgroepen bij het IMF, de Wereldbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD). In 2019 werken wij samen met Moldavië en Georgië. De overige kiesgroeplanden zijn: Armenië, Bosnië- Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Noord-Macedonië, Mongolië, Montenegro, Roemenië en Oekraïne.

Betrokkenheid van de Algemene Rekenkamer 

In Moldavië werken we in 2019 aan de institutionele ontwikkeling van de rekenkamer, met name aan de onderzoeksaanpak en contacten met externe belanghebbenden. De rekenkamer van Georgië krijgt ondersteuning bij het verder ontwikkelen van de interne kwaliteit. 

In de periode van 2016 tot 2018 hebben we samen met de rekenkamers van Bosnië-Herzegovina, Bulgarije en Moldavië gewerkt aan het ontwikkelen van het integriteitsbeleid. Corruptiebestrijding en integriteit zijn onderwerpen die hoog op de agenda staan bij (de rekenkamers van de) landen in Midden- en Oost-Europa. Wij vinden dat dit begint bij de integriteit van rekenkamers zelf. Aan de hand van IntoSAINT (Self-Assessment Integriteit), een instrument ontwikkeld door de Algemene Rekenkamer, konden de rekenkamers hun integriteitsbeleid verder ontwikkelen en maatregelen nemen om de integriteit van hun organisatie te verbeteren. Daarmee kunnen zij een voorbeeldfunctie hebben voor hun eigen publieke sector en met gezag onderzoek doen naar integriteit bij andere organisaties.