Waterveiligheid: naar een integrale aanpak

Nederland is een delta. Grote rivieren stromen via ons land in zee. Ook heeft ons land 450 kilometer aan kustlijn. Dit maakt ons kwetsbaar voor overstromingen. We hebben ons altijd geweerd tegen overstromingsgevaar door dijken te bouwen die hoogwater keren. Zonder die dijken zou ongeveer 60% van Nederland regelmatig overstromen. Precies in dit deel van Nederland wonen 9 miljoen mensen en wordt 70% van ons nationaal inkomen verdiend.

Het overstromingsgevaar in deze gebieden neemt toe. Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel en voeren rivieren meer water af, waardoor de druk op de dijken groter wordt. De vraag is of alleen het versterken van dijken ons in de toekomst nog wel genoeg beschermt. De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) streeft al sinds 2009 naar een bredere aanpak.  In die aanpak wordt naast dijkversterking ook gewerkt aan een ruimtelijke inrichting die bestand is tegen overstromingen en een goede crisisbeheersing om slachtoffers en schade te voorkomen, bijvoorbeeld door evacuaties.

Waarom onderzoeken we dit?

Er gaat veel rijksgeld naar het versterken van primaire waterkeringen. Dit zijn de dijken, dammen en sluizen die ons beschermen tegen overstromingen vanuit de zee en de grote rivieren en meren. Voor de versterking van deze waterkeringen is tot 2035 ruim 10 miljard euro begroot. Wij onderzoeken of de minister van IenW dit rijksgeld inzet voor een integrale aanpak van de uitdagingen op het gebied van waterveiligheid. Zorgt hij er met zijn beleid (financiering, kaderstelling, toezicht) voor dat keuzes voor dijkversterking voldoende worden afgewogen tegen en afgestemd met ruimtelijke maatregelen en crisisbeheersingsmaatregelen?

Onderzoeksvraag en -aanpak

Onze hoofdvraag is: past de minister van IenW in zijn beleid voor het versterken van primaire waterkeringen voldoende een integrale benadering toe?

Stand van zaken

Waterveiligheid: naar een integrale aanpak