Toegevoegde waarde van EU-subsidies

Vanuit de Europese Unie ontvangen Nederlandse bedrijven, overheden en instellingen subsidies voor de uitvoering van vele verschillende projecten. Bijvoorbeeld subsidies voor werkgelegenheidsprojecten, verduurzaming van de visserij, innovatie en onderzoek bij bedrijven en kennisinstellingen, grensoverschrijdende samenwerking met onze buurlanden en projecten gericht op veiligheid en migratie.

Nederland ontving van 2014 tot 2020 ongeveer € 7,3 miljard EU-subsidies. Dat bedrag is onderdeel van de fondsen in zogenaamd gedeeld beheer. De Europese Commissie en de nationale overheid zijn samen verantwoordelijk voor de goede besteding van de middelen uit die fondsen.

Waarom onderzoeken we dit?

Vaak blijft onduidelijk of de EU-subsidies hebben bijgedragen aan het verkleinen van een maatschappelijk probleem. In hoeverre maken deze subsidies daadwerkelijk een verschil? Zouden de projecten ook zonder EU-subsidies gerealiseerd zijn? En zouden de projecten dan net zo succesvol zijn geweest? Voor een zinnige, zuinige en zorgvuldige inzet van middelen is zicht op en een oordeel over de toegevoegde waarde van de EU-subsidies voor projecten van groot belang. Dat geldt ook voor zicht op belangrijke succes- en faalfactoren voor het realiseren van de toegevoegde waarde. 

In dit onderzoek gaat de Algemene Rekenkamer na wat voor projecten met het subsidiegeld worden uitgevoerd en hoe deze projecten bijdragen aan de beoogde subsidie- en programmadoelen. Daarbij betrekken we specifiek de ervaringen van de subsidieontvangers. Hoe kijken zij aan tegen de resultaten van hun project, en wat was voor hen de meerwaarde van de Europese subsidie?

Wat zijn de onderzoeksvragen?

De centrale vraag in dit onderzoek is:

Wat is de toegevoegde waarde van in Nederland verstrekte EU-subsidies, welke rol speelt de inrichting en uitvoering van de subsidieregeling daarin en wat zijn succes- en faalfactoren voor de uitvoering ervan?

Dit onderzoeken we aan de hand van de volgende deelvragen:

  1. Heeft de projectsubsidie toegevoegde waarde?
  2. Heeft de minister de subsidieregeling en de uitvoering toegesneden op het realiseren van zo groot mogelijke toegevoegde waarde? 
  3. Welke factoren dragen bij aan of doen juist afbreuk aan het realiseren van een zo groot mogelijke toegevoegde waarde?

We richten ons op de subsidies die verstrekt zijn in de EU-programmaperiode 2014-2020.

Stand van zakenToegevoegde waarde van EU-subsidies