Inventarisatie kosten MH17

Het kabinet heeft de Algemene Rekenkamer verzocht een onderzoek uit te voeren naar de kosten die Nederlandse overheidsinstanties hebben gemaakt als gevolg van het neerhalen van vlucht MH17 op 17 juli 2014 boven Oekraïne. Hierbij kwamen alle 298 passagiers en bemanningsleden om het leven.

Waarom onderzoeken we dit?

Het college van de Algemene Rekenkamer heeft op 3 november 2021 ingestemd met het verzoek van het kabinet van 21 juni 2021 dat door de minister-president is overgebracht. We zullen dit onderzoek uitvoeren vanuit onze (grond-)wettelijk onafhankelijke positie, uit ons bestaande budget en met in achtneming van de internationale principes en standaarden die voor nationale rekenkamers bestaan. Deze inventarisatie naar gemaakte kosten betreft niet alleen Nederlandse ministeries en hun uitvoeringsorganisaties, maar ook gemeenten of andere overheidsinstanties. Wij zullen alle betrokken overheidsinstanties vragen aan dit onderzoek mee te werken.

Het onderzoek ziet niet toe op kosten die particulieren of bedrijven hebben gemaakt als gevolg van het neerhalen van dit passagiersvliegtuig.

Het doel van ons onderzoek is om een inventarisatie van gemaakte overheidskosten in totaal en ingedeeld in categorieën te kunnen publiceren. We zullen hierover aan het kabinet en aan het parlement rapporteren. Op 14 maart 2022 hebben we de Tweede Kamer per brief in kennis gesteld van dit onderzoek.

Wat zijn de onderzoeksvragen?

De belangrijkste onderzoeksvraag:

  1. Welke kosten heeft welke overheidsinstantie sinds 17 juli 2014 gemaakt die gerelateerd kunnen worden aan het neerstorten van vliegtuig MH17 van Malaysia Airways? Betrek daarbij naast ministeries en uitvoeringsorganisaties van de rijksoverheid ook gemeenten, provincies en andere relevante instanties.

Stand van zaken

Inventarisatie kosten MH17