Gezamenlijk internationaal onderzoek naar luchtkwaliteit

De Algemene Rekenkamer doet samen met 15 andere rekenkamers binnen en buiten de Europese Unie (EU) onderzoek naar het nationale beleid voor de verbetering van de luchtkwaliteit. Nadat de afzonderlijke rekenkamers hun onderzoek hebben gedaan worden de resultaten onderling vergeleken en samengevoegd in één gezamenlijk rapport. Zo worden in alle landen mogelijkheden zichtbaar voor een doeltreffender en doelmatiger beleid. De Algemene Rekenkamer is samen met de Poolse rekenkamer coördinator van dit gezamenlijke onderzoek.

Maatschappij

Waarom onderzoeken we dit?



Luchtverontreiniging is schadelijk voor mens en natuur. Daarom is er beleid om de uitstoot van vervuilende stoffen tegen te gaan en om milieu- en gezondheidsschade door luchtverontreiniging te beperken. Het Nederlandse beleid voor de luchtkwaliteit is gebaseerd op internationale  afspraken en normen. Zowel de Verenigde Naties (VN) als de EU hebben grens- en streefwaarden voor stoffen in de lucht opgesteld. Bovendien zijn er binnen de EU luchtkwaliteitsnormen vastgesteld waaraan de luchtkwaliteit ten minste moet voldoen. Luchtverontreiniging stopt daarnaast niet bij de landsgrenzen, maar is een grensoverschrijdend probleem. Wij willen inzicht bieden in de kosten en de doelmatigheid van het beleid voor luchtkwaliteit en de resultaten vergelijken in Europees verband. Eerder deden we onderzoek naar de doelmatigheid van het Nederlandse luchtkwaliteitsbeleid. In mei 2018 constateerden we in het Verantwoordingsonderzoek 2017 dat de minister van Infrastrctuur en Milieu (IenM) met minder geld waarschijnlijk hetzelfde had kunnen bereiken.

Alina

Wat zijn de onderzoeksvragen?



Voor dit onderzoek hebben wij samen met 15 buitenlandse rekenkamers een onderzoeksmodel met één centrale probleemstelling en zes onderzoeksvragen ontwikkeld. De centrale probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is er bekend over de effectiviteit en de efficiency van maatregelen die door de nationale en lokale overheden genomen zijn, met het doel om de luchtkwaliteit te verbeteren? Zijn die maatregelen in overeenstemming met internationale en nationale regelgeving?

De zes onderzoeksvragen zijn als volgt geformuleerd:

  1. Wat is het belangrijkste probleem met betrekking tot luchtvervuiling?
  2. Hoe is het bestuurlijk geregeld, met andere woorden: wie is waarvoor verantwoordelijk, wie moet er actie ondernemen en van wie wordt er actie verwacht?
  3. Welke Europese regelgeving is omgezet in nationale wetgeving?
  4. Wat is het beleid om luchtvervuiling te bestrijden?
  5. Hoe wordt het beleid gefinancierd? Wat is er bekend over de kosten van de maatregelen en over de meetbare resultaten?
  6. Hoe wordt de luchtvervuiling gemonitord en hoe wordt daarover gerapporteerd?

Stand van ZakenGezamenlijk internationaal onderzoek naar luchtkwaliteit

Onderzoek in uitvoering