Weblog

Een nieuwe wind in Soedan

De driekoppige delegatie van de Algemene Rekenkamer vliegt boven de Middellandse Zee als ik iets opvang van een stewardess. ‘Ja, we vliegen weer terug naar Istanboel’, hoor ik haar zeggen. Er wordt geschoten in Khartoem, de hoofdstad van Soedan. Het vliegveld is gesloten. We zijn onderweg naar Soedan voor de officiële ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst tussen de Soedanese Rekenkamer en de Algemene Rekenkamer. We willen de National Audit Chamber (NAC) van Soedan ondersteunen bij hun werk om verbetering van het beheer van publieke financiën in Soedan te bevorderen. Maar we stranden dinsdagnacht in een hotel in Istanboel.

De Soedanese rekenkamerpresident El Tahir Abdelghayoum Ibrahim Malik
De Soedanese rekenkamerpresident El Tahir Abdelghayoum Ibrahim Malik (rechts) tijdens de persconferentie in Khartoem met collegelid Ewout Irrgang (bijgestaan door tolk Mohammed Nour).

Het is niet de eerste keer dat de start van onze samenwerking dreigt te mislukken. We kennen onze Soedanese collega’s al jaren. We zijn ervan onder de indruk dat ze in een dictatuur toch gevoelige zaken durven te benoemen. Als we begin 2019 officieel willen gaan samenwerken gaan Soedanese burgers steeds vaker de straat op. Ze eisen meer democratie, vrede, minder corruptie en een beter leven. De regering van president Bashir roept daarop de noodtoestand uit. Onder die omstandigheden kunnen we niet gaan samenwerken in Soedan. Ook niet als president Bashir kort daarna door het leger wordt afgezet. De demonstraties gaan daarna ook gewoon door. 

Toch houden we informeel contact met onze Soedanese collega’s. Als in september vorig jaar opeens een overgangsregering van militairen en burgers aantreedt zien we nieuwe kansen. Ook omdat er daarmee een hervormingsgezinde regering aantreedt waar de conclusies en aanbevelingen van de Soedanese Rekenkamer veel meer kans moeten maken. Eind september spreek ik de president (‘auditor-general’) van de Soedanese Rekenkamer op een congres in Moskou. We spreken af uiterlijk in januari officieel te gaan samenwerken. Het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken zegt een financiële bijdrage toe voor deze internationale samenwerking.

Nu zal het toch niet weer mislukken?

De Nederlandse ambassade in Khartoem heeft de volgende ochtend gelukkig goed nieuws. Er is een muiterij neergeslagen van overblijfselen van het oude regime. De luchthaven is heropend. Aan het begin van de avond komen we alsnog aan in Khartoem. Daar zien we ook onze twee Nederlandse collega’s die al in Soedan waren. We waren wel een beetje bezorgd over ze. Maar ze zijn er zelf nogal laconiek over. Een van hen: ‘Volgens mij zat de president van het land ook in ons hotel, dus waarschijnlijk zaten we op de veiligste plek van heel Soedan’.

De Soedanese rekenkamer heeft ons gevraagd hen te ondersteunen bij de verbetering van het beheer van publieke financiën in het Afrikaanse land. Geen kleine opdracht. Bovendien hebben de militairen nog steeds een sterke positie in de regering. Tegelijkertijd hebben zij ook een grote invloed in de economie van het land. Met vele tientallen schimmige staatsbedrijven wordt een flink deel van de overheidsuitgaven buiten de begroting om gefinancierd. De minister van Financiën komt daar niet aan te pas. En daar komen nog allerlei speciale belastingvrijstellingen bij. Er wordt gesproken van een ‘schaduw-economie’. Daarom vraagt de Soedanese rekenkamer ons om te assisteren bij twee audits naar de omvang van deze schimmige sector van staatsbedrijven en de vele onduidelijke belastingvrijstellingen. Twee onderwerpen waar de Algemene Rekenkamer expertise in heeft. Maar we kunnen de Soedanese rekenkamer ook ondersteunen bij de verbetering van hun eigen communicatie. Er liggen al vele kritische rapporten van de Soedanese Rekenkamer. Het is belangrijk deze kritische rapporten onder de aandacht van de nieuwe hervormingsgezinde regering te brengen. 

De Soedanese rekenkamerpresident, El Tahir Abdelghayoum Ibrahim Malik, is opgelucht mij te zien. In de ochtend kunnen we dan eindelijk officieel de samenwerkingsovereenkomst tekenen. Er is een persconferentie waar de president een groot aantal kritische vragen mag beantwoorden. Is de samenwerking met de Algemene Rekenkamer bijvoorbeeld geen aantasting van Soedanese soevereiniteit? De president geeft een geruststellend antwoord: de Nederlandse Rekenkamer ondersteunt slechts, de NAC is eindverantwoordelijk. Ik krijg onder meer de vraag of de Algemene Rekenkamer de kwaliteit van de Soedanese rekenkamer wel voldoende vindt om mee samen te werken. Er komt gejuich uit de zaal als ik zeg dat hun kritische bevindingen ten tijde van de dictatuur aangeven dat ze hun onafhankelijkheid serieus nemen. In de middag presenteert de NAC haar aanpak. Er is discussie met de zaal met onder meer vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, de Belastingdienst en de douane. Wat opvalt is dat zowel de NAC als het ministerie van Financiën openlijk spreekt over de corruptie en de noodzaak deze terug te dringen. Transparantie over het netwerk van staatsbedrijven en de verlening van belastingvrijstellingen naast alle inkomsten via de minister van Financiën laten lopen kunnen daarbij helpen.

Er waait een nieuwe wind in Soedan. Maar er moet ook nog wel heel veel gebeuren. Er is ook een flink risico dat het niet snel genoeg gaat. Of zelfs van teruggang door verzet en muiterij van oude krachten, zoals we op de heenvlucht ondervonden. Gelukkig hebben onze Soedanese collega’s een aanstekelijk optimisme en enthousiasme. De medewerkers van de Algemene Rekenkamer gaan met een tevreden gevoel weer terug naar Den Haag. Over een paar maanden zijn ze weer terug in Khartoem. Om een klein steentje bij te dragen aan het nieuwe Soedan.