U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Achtergrondstudie
Met de achtergrondstudie Publieke organisaties en private activiteiten en een bijbehorende brief informeert de Algemene Rekenkamer de Tweede Kamer over de belangrijkste bevindingen van haar recente onderzoek naar publiek ondernemerschap. Dit is uitgevoerd bij twee onderwijsinstellingen en drie zbo’s die publieke taken en publieke financiering combineren met private activiteiten en private financiering.
Rapport Publieke organisaties en private activiteiten
PDF, 2653 kB
Uit onze achtergrondstudie blijkt dat publiek ondernemerschap stuurmanskunst vergt van het bestuur van de publieke organisaties. Een kritisch betrokken intern toezicht daarop is onontbeerlijk. Probleem is dat de publieke organisaties moeten ondernemen zonder het publieke belang uit het oog te verliezen. Zij moeten privaat geld en het bedrijfsleven opzoeken, maar mogen als overheidsorganisatie de markt niet verstoren. Zij moeten de ruimte die zij hebben creatief benutten zonder de regels te overtreden. Regels die, zo blijkt opnieuw uit ons onderzoek, niet opgenomen zijn in een eenduidig en helder kader. Het vinden van de balans tussen deze twee uitersten in combinatie met een ingewikkeld kader maakt het ondernemen in de publieke sector een complexe en risicovolle onderneming.
Ons onderzoek laat zien dat publieke organisaties er vaak niet
in slagen om overtuigend aan te tonen dat de private activiteiten
bijdragen aan een betere uitvoering van de publieke taak. Wij
hebben gezien dat dit niet onmogelijk is, maar dat het extra
inspanning van de organisaties vereist. De risico’s van publiek
ondernemerschap manifesteren zich in de praktijk. Wij zien verlies
op private activiteiten, integriteitsvraagstukken, klachten over
oneerlijke concurrentie en het niet scheiden van publieke en
private geldstromen. Ook zien wij dat organisaties worstelen met de
bedrijfsvoering van private activiteiten. Zij hebben vooral
problemen met de vraag of een activiteit belastingplichtig is voor
de omzet- en vennootschapsbelastingen.
Een andere belangrijke bevinding is dat ministeries en publieke
organisaties onvoldoende zicht hebben op klachten van ondernemers
over oneerlijke concurrentie door de overheid. Hierdoor ontwikkelt
de overheid geen kennis over de aard en de omvang van oneerlijke
concurrentie. Van de klachten die bekend zijn, mag worden
aangenomen dat deze het topje van de ijsberg zijn.
Tot slot is ons gebleken dat de interne en externe toezichthouders
geen prioriteit geven aan het toezicht op en de controle van de
uitvoering van private activiteiten. Het toezicht richt zich niet
op alle belangrijke risico’s en de controle is weinig
diepgravend.
Gezien de noodzakelijke bezuinigingen zullen publieke
organisaties steeds meer op zoek gaan naar private middelen.
Hierdoor neemt ook de kans op risico’s toe. De Tweede Kamer kan nu
niet vertrouwen op een systeem van toezicht dat zichtbaar maakt of
publiek ondernemerschap zorgvuldig wordt uitgevoerd. De
onduidelijke, nog niet uitgekristalliseerde regelgeving draagt hier
ook niet aan bij.
Wij zijn ons ervan bewust dat het niet mogelijk is om één kader
voor publiek ondernemerschap op te stellen dat zowel ruimte geeft
aan ondernemerschap als alle risico’s uitsluit. Wij vinden wel dat
duidelijk moet zijn wat het kabinet verwacht op het gebied van
publiek ondernemerschap. Het gaat daarbij 1. om goede afspraken
tussen ministers en de onder hen vallende uitvoeringsinstellingen
over ruimte, meerwaarde en verantwoording over publiek
ondernemerschap en 2. om goede informatie hierover van de minister
aan de Tweede Kamer.
Een andere kwestie is de oneerlijke concurrentie. De overheid moet
zicht krijgen op de relatie tussen het bedrijfsleven en de
overheidsorganisaties. Klachten zijn een belangrijk signaal van
mogelijke zwakke plekken in het systeem en kunnen helpen het
systeem te corrigeren. De Wet markt en overheid biedt de NMa de
mogelijkheid hieraan een belangrijke bijdrage te leveren. De NMa
heeft in de wet de bevoegdheid gekregen om onderzoek te doen naar
klachten. Zij kan deze bevoegdheid gebruiken om regelmatig
onderzoek uit te voeren naar deze klachten, zodat de overheid, de
publieke organisaties en de markt hiervan kunnen leren.
We verwijzen ook naar onze verkenning ‘Reikwijdte en implementatie
Kaderwet zbo’s’.
Daarin komt een met de Wet markt en overheid vergelijkbare
problematiek naar voren van het gebruik van abstracte algemene
wettelijke kaders met veel uitzonderingen, waarbij de invulling
(te) sterk aan de uitvoering wordt overgelaten.
De minister van EL&I heeft, mede namens de ministers van OCW
en IenM, in reactie op ons onderzoek aangegeven dat hij een
positiever beeld heeft over de kaders voor private activiteiten
door publieke organisaties dan de Algemene Rekenkamer. De minister
vindt de huidige regels concreet genoeg. Hij benadrukt verder de
nieuwe rol van de NMa als toezichthouder en aanspreekpunt voor
klachten van ondernemers over de overheid op grond van de Wet markt
en overheid. De minister is van plan de conclusies van de Algemene
Rekenkamer mee te nemen in de evaluatie van deze wet, drie jaar na
de inwerkingtreding.
De minister van IenM kondigt op haar terrein een aangepaste
toezichtsvisie en specifieke toezichtarrangementen aan per 1
januari 2013 in samenhang met de implementatie van de Kaderwet
zbo’s. De minister deelt onze opvatting dat de private activiteiten
van publieke organisaties expliciet en transparant verantwoord
moeten worden.
Meer informatie
Reactie |
20 juni 2012
|
PDF, 1665 kb
Reactie |
20 juni 2012
|
PDF, 294 kb
Reactie |
26 juni 2012
|
PDF, 418 kb
Kamervragen |
14 september 2012
|
PDF, 869 kb
|
Publieke organisaties en private activiteiten
Reactie |
26 juni 2012
|
PDF, 418 kb
Rapport |
20 juni 2012
|
PDF, 2653 kb
Persbericht | 20 juni 2012 | Publieke organisaties en private activiteiten, Kaderwet zbo's
Het Rijk heeft onvoldoende toezicht op publieke organisaties en hun private activiteiten. De Kaderwet zbo’s is door tal van uitzonderingen slechts op een beperkt aantal instellingen volledig van toepassing. Kabinet en parlement kunnen daardoor niet de met deze wet beoogde controle uitoefenen op tientallen miljarden aan bestedingen van instellingen die op afstand van de overheid zijn geplaatst.
Reactie |
20 juni 2012
|
PDF, 1665 kb
Reactie |
20 juni 2012
|
PDF, 294 kb
Kamerbrief |
20 juni 2012
|
PDF, 838 kb
20-06-2012 |
PDF, 2653 kB