Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Kosten van jeugdbescherming en jeugdreclassering

Op verzoek van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie hebben we onderzoek gedaan naar de tekorten bij de bureaus jeugdzorg en de landelijk werkende instellingen (BJZ/LWI). We hebben onderzocht op welke wijze de BJZ/LWI rondkomen, terwijl ze stellen dat de gehanteerde normprijzen voor de producten in de jeugdbescherming en jeugdreclassering niet kostendekkend zijn. Ook hebben we gekeken waaraan de BJZ/LWI-administraties moeten voldoen om inzicht te krijgen in de kostprijzen voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Tot slot zijn we nagegaan wat er nodig is om zo’n administratie te realiseren.

Rapport Kosten van jeugdbescherming en jeugdreclassering PDF, 4096 kB


Omgaan met tekorten
We concluderen dat zestien van de achttien bureaus jeugdzorg en landelijk werkende instellingen (BJZ/LWI) in 2010 afgeweken hebben van hun uitvoeringsafspraken. Zij kwamen deze afspraken niet na om hun begroting sluitend te krijgen. Volgens die afspraken zou er meer personeel ingezet moeten worden bij de uitvoering van de maatregelen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Overigens blijken de uitvoeringsafspraken niet altijd even goed bekend te zijn bij de provincies en de BJZ/LWI.

Het financieel resultaat van alle BJZ/LWI over 2009 was € 2,1 miljoen positief voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Zes van de achttien BJZ/LWI hadden toen een negatief resultaat op deze taken. Het resultaat van alle BJZ/LWI over 2010 was € 2,5 miljoen negatief voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Elf van de achttien BJZ/LWI hadden in 2010 een negatief resultaat op deze taken.

De financiële resultaten over 2009 en 2010 zouden negatiever zijn geweest als wel aan de uitvoeringsafspraken zou zijn voldaan. Jeugdzorg Nederland schatte dat tekort over 2008 op € 41,7 miljoen. De BJZ/LWI schatten het tekort voor 2009 op € 20,8 miljoen en voor 2010 op € 28 miljoen.

Andere manieren voor de BJZ/LWI om de begroting sluitend te krijgen en daarmee tekorten af te wenden: 

  • Substitueren van (VWS-)middelen voor de vrijwillige jeugdzorg naar de justitiële taken (gedwongen jeugdzorg); dit is overigens toegestaan. In 2010 was hiermee een bedrag van € 3,1 miljoen gemoeid.
  • Inzetten van additionele middelen van de provincies. Het exacte bedrag voor 2010 hebben wij niet vast kunnen stellen.

Daarnaast geven enkele BJZ/LWI aan dat zij inteerden op het eigen vermogen en investeringen hebben uitgesteld. Wij hebben dat niet altijd kunnen vaststellen.

Voorwaarden om kostprijzen te berekenen
We concluderen dat de vastgestelde normprijs bij de uitvoeringsafspraken de uitkomst is van onderhandelingen. De normprijs is niet gebaseerd op een reële kostprijsberekening. De administraties van de BJZ/LWI zijn namelijk niet zodanig ingericht dat een (gerealiseerde) kostprijs per maatregel jeugdbescherming en jeugdreclassering kan worden berekend.

Wij hebben vastgesteld dat noch het Ministerie van Veiligheid en Justitie (dan wel het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), evenmin als de provincies en grootstedelijke regio’s, noch de BJZ/LWI over voldoende gegevens beschikken om de kostprijzen per justitiële maatregel te kunnen bepalen.

 


Wij bevelen aan dat vastgesteld wordt in welke mate elk bureau jeugdzorg en elke landelijk werkende instelling (BJZ/LWI) voldoen aan de uitvoeringsafspraken. Voorwaarde hiervoor is dat op korte termijn elke onduidelijkheid over die uitvoeringsafspraken wordt opgelost. 

Om een reële normprijs op basis van de uitvoeringsafspraken te kunnen vaststellen zal geïnvesteerd moeten worden in de administratieve inrichting van de BJZ/LWI. De Algemene Rekenkamer reikt een gespecificeerde berekeningswijze aan. Met deze berekeningswijze kunnen de BJZ/LWI inzicht bieden in de kostprijs van de maatregelen in de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Naar schatting zullen deze gegevens medio 2013 beschikbaar kunnen zijn.

Inzicht in de kostprijzen per maatregel en inzicht in de mate waarin uitvoeringsafspraken worden nagekomen stellen provincies en grootstedelijke regio’s in staat om de BJZ/LWI beter aan te sturen. De aansturing betreft zowel de financiën van de BJZ/LWI als het nakomen van de uitvoeringsafspraken door de BJZ/LWI.

 


De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (VenJ) zal de handreiking aan de bureaus jeugdzorg en landelijk werkende instellingen (BJZ/LWI) faciliteren. Die handreiking is om de administratie op orde te krijgen en daarmee ook het inzicht in hun kostprijs. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de BJZ/LWI kunnen dit instrument verder ontwikkelen in een nieuw handboek voor de bedrijfsvoering van de BJZ/LWI. In de faciliteiten voor verbeterplannen zal daarmee ook de aanzet worden gegeven om conform onze aanbevelingen de BJZ/LWI-administratie op orde te krijgen. 

De staatssecretaris van VenJ meldt dat zijn plannen er in voorzien dat de BJZ/LWI en de provincies in staat zullen zijn om adequate sturingsgegevens te leveren.

Het IPO laat weten dat de onderhandelingen over de tarieven zo snel mogelijk afgerond moeten worden en dat daarvoor niet gewacht kan worden op een kostprijs volgens het kostprijsmodel.

De provincies zullen eventuele onduidelijkheden rond de (toepassing van de) uitvoeringsafspraken bij de BJZ/LWI wegnemen en zo nodig (aanvullende) afspraken maken over de te leveren sturingsinformatie.

Jeugdzorg Nederland laat weten dat er afspraken kunnen worden gemaakt over nader te benoemen administratieve uitvoeringsaspecten als de tarieven op orde zijn gebracht.

 

Meer informatie

 

Volledige versie