Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Aanpak harde kern jeugdwerklozen; Terugblik

Rapport Aanpak harde kern Jeugdwerklozen; Terugblik PDF, 549 kB


In ons rapport uit 2008 stonden werkloze jongeren centraal die niet in het bezit waren van een startkwalificatie, ingeschreven waren bij het UWV Werkbedrijf en een grote afstand hadden tot de arbeidsmarkt. In de praktijk zijn dit jongeren die behalve problemen met school of werk ook andere problemen hebben, zoals schulden, psychische problemen of problemen thuis.
De conclusie van ons onderzoek was dat jongeren met een dergelijke meervoudige problematiek vanuit de gemeente en het UWV Werkbedrijf nog te weinig de begeleiding kregen die nodig is om aan het werk of terug naar school te kunnen gaan: 

  • De kansen en belemmeringen van de jongeren werden niet altijd tijdig en juist gediagnosticeerd. 
  • De begeleiding de jongeren sloot onvoldoende aan bij hun beperkte zelfredzaamheid en hun belemmeringen. Begeleiders benaderden de jongeren nog te weinig actief (bijvoorbeeld door huisbezoek) en werkten te weinig oplossingsgericht. 
  • Bij de begeleiding van de jongeren werden vaak geen passende instrumenten ingezet of werd niet optimaal gebruikgemaakt van de instrumenten van andere instanties. 
  • De samenwerking en de informatie-uitwisseling tussen de zorg- en hulpverleningsinstanties die de jongeren begeleiden, kon beter. 
  • Vaak was niet duidelijk wie de regie voerde over de begeleiding van een jongere en was hierover geen goede afstemming tussen de betrokken organisaties.

Wij deden aanbevelingen aan de toenmalige ministers van SZW, OCW en Jeugd en Gezin, aan het toenmalige CWI (thans UWV Werkbedrijf) en aan gemeenten. Onze aanbevelingen aan het CWI en gemeenten waren gericht op het verbeteren van de uitvoeringspraktijk (ontwikkelen van nieuwe werkwijzen, toepassen van succesfactoren). Onze aanbevelingen aan de ministers waren gericht op het versterken van de sturing en facilitering door het Rijk.

De ministers zijn de toezeggingen die zij in 2008 naar aanleiding van onze aanbevelingen deden, nagekomen. Daarnaast hebben het Rijk en de uitvoerende partijen ook andere initiatieven genomen om de begeleiding van werkloze jongeren met meervoudige problematiek te verbeteren. Veel van deze initiatieven komen voort uit het Actieplan Jeugdwerkloosheid, dat het vierde kabinet-Balkenende in 2009 heeft opgesteld. Dit actieplan is door de uitvoerende partijen uitgewerkt in regionale actieplannen. De initiatieven staan grotendeels nog in de kinderschoenen. In de regio’s is weliswaar het besef gegroeid dat voor kwetsbare jongeren een intensieve en langdurige begeleiding nodig is, maar de meeste regio’s hebben hiervoor nog geen concrete plannen. En ofschoon er bij het opstellen van de regionale actieplannen aandacht is geweest voor het verbeteren van de afstemming en coördinatie, komt de samenwerking tussen de werk-en-inkomenketen en de zorgketen nog niet goed van de grond. Om de begeleiding van werkloze jongeren met meervoudige problematiek daadwerkelijk te verbeteren, zullen de initiatieven de komende jaren onder regie van gemeenten verder moeten worden ontwikkeld en op grotere schaal worden toegepast.


Wij bevelen de betrokken ministers aan om in de gaten te houden of de intensieve begeleiding van werkloze jongeren met meervoudige problematiek onder regie van gemeenten daadwerkelijk van de grond komt. De minister van SZW zou alsnog concrete verbetermaatregelen voor de diagnose moeten formuleren, zoals gevraagd door de Tweede Kamer. Het UWV zou moeten nagaan hoe bij de diagnose vaker informatie kan worden ingewonnen bij andere instanties, met name uit de zorgketen. De ministers van SZW en VWS zouden moeten nagaan hoe de prille samenwerking tussen de werk-en-inkomenketen en de zorgketen verder kan worden gestimuleerd.


Het kabinet wijst er in zijn reactie op dat een aantal van de voorgenomen beleidsmaatregelen stroken met onze aanbevelingen. Zo wil het kabinet de jeugdzorg overhevelen naar gemeenten en werkt het kabinet aan één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt (de regeling ‘Werken naar vermogen’). Het kabinet wijst er verder op dat gemeenten in belangrijke mate beleidsvrijheid hebben om lokaal maatwerk te organiseren. Daarom is het kabinet terughoudend met het formuleren van concrete verbetermaatregelen.

Meer informatie

 

Volledige versie