U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Milieuvervuiling door zeeschepen; Terugblik 2010

In dit terugblikonderzoek zijn we nagegaan wat er is gebeurd met de aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport Milieuvervuiling door zeeschepen van 2001. We hebben gekeken hoe het staat met de toezeggingen die indertijd zijn gedaan door de ministers van Verkeer en Waterstaat (VenW) en van Justitie. Onze aanbevelingen hadden betrekking op knelpunten die wij hadden gesignaleerd bij de inspanningen ter voorkoming van vervuiling door zeeschepen, bij het opruimen van verontreinigingen op zee en bij de vervolging van de veroorzakers van vervuiling.

Milieuvervuiling door zeeschepen; Terugblik 2010 PDF, 778 kB


Aanbevelingen uit 2001

In 2001 signaleerden wij dat Nederland weliswaar voldeed aan de internationale afspraken over het aantal uit te voeren scheepscontroles, maar dat de controles niet specifiek gericht waren op de schepen die voor het milieu de grootste risico’s met zich meebrachten. Wij bevalen de minister van VenW aan om de capaciteit van de Scheepvaart­inspectie risicogericht in te zetten.
Verder concludeerden wij in 2001 dat de minister van VenW tekort was geschoten in de zorg voor adequate inname­voorzieningen voor scheepsafval in havens. Wij adviseerden de minister om te zorgen voor een laagdrempelig systeem voor de afgifte van scheepsafval.
Ook constateerden wij in 2001 knelpunten bij de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat in de planning en uitvoering van luchtsurveillances en de bestrijding van olie(verontreinigingen). Wij vonden dat er bij de Dienst Noordzee meer aandacht zou moeten komen voor vastlegging van bestrijdingsacties en oefeningen en dat de knelpunten in de uitvoering zouden moeten worden aangepakt.
Een laatste conclusie die we hier vermelden was dat een effectieve opsporing en vervolging van milieudelicten op zee door tal van obstakels werd bemoeilijkt. Zo bleek Nederland achter te lopen met het verwerken van wijzigingen in internationale verdragen over milieuverontreiniging op zee in Nederlandse regelgeving. Maar ook de beschikbaarheid van mensen en middelen bij het OM vormde een knelpunt, en de gebrekkige afstemming tussen de bestuurlijke en strafrechtelijke handhavingsinstanties. Wij adviseerden de minister van VenW om deze knelpunten samen met de minister van Justitie snel weg te nemen.


Conclusies

De ministers blijken vrijwel al onze aanbevelingen uit 2001 te hebben opgevolgd. Ook hebben ze invulling gegeven aan de maatregelen die zij in hun reactie op ons onderzoek aankondigden. Het merendeel van de door ons destijds gesignaleerde knelpunten is inmiddels aangepakt:

  • Het milieutoezicht op zeeschepen door de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) is nu risico­gericht: de beschikbare inspectiecapaciteit wordt ingezet op de meest risico­volle schepen.
  • De minister van VenW (nu: Infrastructuur en Milieu) heeft maatregelen genomen om de laagdrempeligheid van de voorzieningen voor afvalinname in de havens te vergroten. De minister heeft ook extra eisen gesteld aan de havenbeheerders, aan wie zij de zorg voor deze voorzieningen heeft gedelegeerd.
  • De knelpunten in het bestrijdingsbeleid zijn aangepakt. Zo is de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat door vernieuwing en uitbreiding van het materieel beter toe­gerust op het bestrijden van (olie)veront­reinigingen.
  • Veroorzakers van milieuvervuiling kunnen beter worden opge­spoord en vervolgd. De tekortkomingen in de wet- en regel­geving zijn grotendeels weggewerkt, de beschikbaarheid van mensen en middelen bij het OM voor Noordzeezaken is structureel geregeld en de handhavers op de Noordzee en in de havens werken meer samen­.

Maar nog niet alle problemen zijn opgelost. Zo is de hoeveelheid afval in de Noordzee en op de stranden, die mede door de scheepvaart wordt veroorzaakt, niet significant afgenomen. Ook worden er nog steeds (olie­)verontreinigingen op de Noordzee waargenomen. Het aantal en de omvang ervan is sinds 2001 wel aanzienlijk afgenomen.
Wij signaleren nog een aantal knelpunten. Het systeem voor de afgifte van scheepsafval is nog niet optimaal. Dit komt vooral doordat de voorschriften per haven verschillen. Verder bestaan er zorgen over het afnemende deskundigheidsniveau bij de IVW als gevolg van de uitbesteding van taken aan private partijen. De IVW komt hierdoor minder op schepen. Ook bij de Dienst Noord­zee van Rijkswaterstaat is kennismanagement een aandachtspunt. Het aantal reële incidenten op zee waarbij de betrokken medewerkers ervaring op kunnen doen met onder meer materieel, is beperkt.


Reactie

De minister van Infrastructuur en Milieu heeft mede namens haar ambtgenoot van Veiligheid en Justitie op onze conclusies gereageerd. Op een aantal punten heeft de minister nieuwe toezeggingen voor verbetering gedaan.

Meer informatie

Stand van zaken

 

Volledige versie