U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Kredietcrisis en EU-landencrisis: Interventies en vervolg

Vierde rapportage: tweede en derde kwartaal 2010

De Algemene Rekenkamer volgt de voornaamste interventies en arrangementen van het Ministerie van Financiën in het kader van de kredietcrisis. In 2010 hebben we ons onderzoek uitgebreid met de interventies van het ministerie wat de EU-landencrisis betreft. De vierde voortgangsrapportage beslaat het tweede en derde kwartaal van 2010. Eerdere rapportages over de kredietcrisis publiceerden we op 19 mei 2010, 14 januari 2010 en 19 mei 2009.

Rapport Kredietcrisis 4e rapportage PDF, 562 kB


Interventies

Evenals in de vorige rapportages hebben we gekeken naar de volgende interventies/arrangementen:

  • Deelneming van de staat in Fortis/ABN AMRO.
  • Kapitaalverstrekkingsfaciliteit (ING, AEGON en SNS REAAL).
  • Garantiefaciliteit voor bancaire leningen.
  • Verruiming van het depositogarantiestelsel.Voorfinanciering van de uitkering depositogarantiestelsel IJsland.
  • Back-upfaciliteit ING. 

Uit de vierde rapportage blijkt dat de Nederlandse staat eind 2010 naar verwachting voor ongeveer € 40,9 miljard aan aandelen, leningen en securities hebben uitstaan bij diverse financiële instellingen. Eind 2009 was dat € 43,8 miljard. Worden hierbij opgeteld de garanties en participaties in (de verliezen op) portefeuilles, dan loopt de staat eind 2010 vermoedelijk over totaal € 95,1 miljard risico. Dat was eind 2009 nog € 139,3 miljard.

 


EU-landencrisis

In dit rapport wordt voor het eerst een hoofdstuk opgenomen over de financiële risico’s die de Nederlandse staat loopt vanwege getroffen maatregelen in EU-verband door de zogenoemde EU-landencrisis. Hieronder valt de financiële steun aan Griekenland van maximaal € 110 miljard voor de periode 2010-2014. Van dit bedrag stellen de landen in de eurozone € 80 miljard beschikbaar. Het Nederlandse aandeel hierin is maximaal € 4,7 miljard.
Daarnaast zijn in mei 2010 Europese stabiliseringsmechanismen ingesteld: het European Financial Stability Mechanism (EFSM) en het European Financial Stability Facility (EFSF). Nederland neemt in totaal voor maximaal € 28,8 miljard deel aan beide mechanismen.


Reactie minister

De minister geeft in zijn reactie op ons rapport aan dat hij met belangstelling kennis heeft genomen van onze vierde rapportage over de kredietcrisis. Het rapport geeft hem verder geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Wel gaat hij kort in op de aanvraag die Ierland op 21 november 2010 heeft ingediend voor steun van de Europese noodmechanismen en het IMF. De Europese steun aan Ierland en het aandeel van Nederland hierin worden in onze volgende rapportage over de kredietcrisis behandeld. Dit rapport verschijnt op Verantwoordingsdag, 18 mei 2011. De reactie van de minister geeft ons verder geen aanleiding tot een nawoord.

 

Meer informatie

Controlebevoegdheden

In een bijlage bij het rapport gaan we in op onze controlebevoegdheden. We zijn namelijk beperkt bevoegd om bij financiële instellingen onderzoek te doen naar de maatregelen die het Ministerie van Financiën heeft genomen in het kader van de kredietcrisis. In een van haar aanbevelingen gaat de Tijdelijke commissie onderzoek financieel stelsel (commissie-De Wit) in op onze controlebevoegdheden. De commissie beveelt aan dat de wetgever actie onderneemt en belemmeringen weghaalt, als mocht blijken dat we in ons onderzoek worden beperkt door de geheimhoudingsbepalingen uit de Wet financieel toezicht (Wft). De Tweede Kamer heeft op 14 en 16 september 2010 over het eerste rapport van de commissie gedebatteerd en de aanbevelingen van de commissie overgenomen.


Stand van zaken

 

Volledige versie