U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
In dit terugblikonderzoek zijn we nagegaan wat er is gebeurd met de aanbevelingen in het Rekenkamerrapport Afstemming in de zorg uit 2006 en met de toezeggingen die daarop indertijd zijn gedaan door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Onze aanbevelingen hadden betrekking op de knelpunten die wij hadden gesignaleerd in de afstemming van zorg tussen zorgverleners, op de rol van zorgverzekeraars en de wijze waarop chronisch zieke patiënten de verleende zorg ervaren. Ook geven we in deze terugblik een beeld van de huidige stand van zaken rond afstemming van zorg bij chronische aandoeningen (bijvoorbeeld diabetes, depressie, hartziekten en nek- en rugklachten).
Rapport Afstemming in de zorg rond chronische aandoeningen; Terugblik 2010
PDF, 2463 kB
Multidisciplinair georganiseerde
oftewel integrale zorg bij chronische aandoeningen komt
traag tot stand. De minister van VWS sprak in 2006 in reactie
op ons onderzoek de verwachting uit dat afstemming van zorg rond
chronische aandoeningen als vanzelf zou voortvloeien uit de
invoering van gereguleerde marktwerking. Dat is te
optimistisch gebleken. Integrale zorg bestaat nog steeds slechts op
beperkte schaal. Mensen met een chronische aandoening zijn in 2009
niet significant tevredener over de samenwerking en afstemming
tussen zorgverleners met wie zij te maken hebben.
De vorige minister heeft in 2008 een ‘programmatische aanpak’ voor
chronische aandoeningen geïntroduceerd. Daarmee heeft hij zijn
visie op de gewenste afstemming van zorg verduidelijkt en
activiteiten in gang gezet om afstemming van zorg te bevorderen. De
minister heeft echter aan zijn beleid geen tijdshorizon verbonden,
en evenmin meetbare doelstellingen.
Voor de concrete uitwerking van de ‘programmatische aanpak’ voor
chronische aandoeningen is vooral het zorgveld aan zet. De
implementatie van het nieuwe beleid in het zorgveld verloopt
evenwel trager dan verwacht. Omdat het aantal Nederlanders met één
of meer chronische aandoeningen in de nabije toekomst fors zal
toenemen, dreigt het aanbod van integrale zorg geen gelijke tred te
zullen houden met de ontwikkeling van de vraag.
Alleen de aanpak van diabetes is relatief succesvol. In 2003 hebben
patiënten, zorgverleners en wetenschappers een zogenaamde
zorgstandaard voor
diabetes ontwikkeld. Hierin is vastgelegd wat goede diabeteszorg
inhoudt en hoe deze zorg moet worden georganiseerd.
Wij bevelen de minister opnieuw aan
om het beleid minder vrijblijvend te maken, want integrale zorg bij
chronische aandoeningen komt niet vanzelfsprekend tot stand. Wij
denken dat de urgentie van het probleem een ‘Deltaplanaanpak’
vereist. In een meerjarig Deltaplan zou de minister niet alleen met
het zorgveld prestatieafspraken kunnen vastleggen, maar ook kunnen
aangeven hoe zij zal ingrijpen als prestatieafspraken niet worden
nagekomen.
Het bevorderen van patiëntbetrokkenheid is naar ons oordeel een
noodzakelijke voorwaarde in een stelsel dat uitgaat van
vraagsturing. De minister zou moeten bevorderen dat
patiëntervaringen beschikbaar worden gesteld aan
patiëntencollectieven. Ook zou zij met financiële prikkels kleinere
collectieven kunnen stimuleren om zich te verenigen.
Zorgverleners moeten meer worden gestimuleerd om zorgstandaarden te
ontwikkelen en beter samen te werken in de zorg voor chronisch
zieken. Zorgverzekeraars zouden meer moeten worden aangezet om zorg
in te kopen op basis van zorgstandaarden.
Tot slot vragen wij net als in 2006 aandacht voor het tot stand
komen van informatie over kwaliteit en kosteneffectiviteit van
integrale zorg.
De minister relativeert onze
opmerking dat de implementatie van het nieuwe beleid trager
verloopt dan verwacht en dat het aanbod van integrale zorg geen
gelijke tred dreigt te houden met de ontwikkeling van de vraag. Zij
vindt dat er in korte tijd veel is bereikt, maar dat meer tijd
nodig is om te komen tot de nieuwe manier van werken die het
ingezette beleid vraagt, zowel van patiënten, zorgverleners als
zorgverzekeraars.
De minister neemt onze aanbeveling voor een meerjarige
Deltaplanaanpak niet over. Zo’n aanpak acht zij te complex en
daardoor onuitvoerbaar. De minister vindt het wel doelmatig om met
partijen een bestuurlijke agenda op te stellen op basis waarvan
afspraken worden gemaakt over de implementatie van de
‘programmatische aanpak’ van de zorg voor chronische
aandoeningen.
Reactie |
17-11-2010
|
PDF, 920 kb
|
Afstemming in de zorg rond chronische aandoeningen; Terugblik 2010
Kamervragen |
17-02-2011
|
PDF, 119 kb
|
Afstemming in de zorg rond chronische aandoeningen; Terugblik 2010
Antwoord Algemene Rekenkamer op Kamervraag over het rapport 'Afstemming in de zorg rond chronische aandoeningen: Terugblik 2010'.
Persbericht | 17-11-2010 | Afstemming in de zorg rond chronische aandoeningen; Terugblik 2010
In Nederland zijn 4,5 miljoen mensen chronisch ziek. Zij hebben bijvoorbeeld last van diabetes, artrose, hartziekten en nek- en schouderklachten. De minister van VWS wil betere en goedkopere zorg verlenen. Zorgverleners, zoals huisartsen, diëtisten en verpleegkundigen, moeten de zorg aan chronische zieken onderling afstemmen en zoveel mogelijk dichtbij huis aanbieden. De Algemene Rekenkamer constateert nu dat de toenmalige minister te optimistisch was, toen hij in 2006 veronderstelde, dat die samenwerking vanzelf zou ontstaan. De uitvoering verloopt trager dan verwacht.
Rapport |
17-11-2010
|
PDF, 2463 kb
|
Afstemming in de zorg, Afstemming in de zorg rond chronische aandoeningen; Terugblik 2010
Reactie |
17-11-2010
|
PDF, 920 kb
|
Afstemming in de zorg rond chronische aandoeningen; Terugblik 2010
17-11-2010 |
PDF, 2463 kB