U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Vervolgonderzoek
Op 10 december gepubliceerd rapport naar de maandrapportages van het Ministerie van Defensie. Hierin informeert de defensieorganisatie de minister van Defensie over (onder andere) de operationele gereedheid van de defensie-eenheden in een maand. Het is een vervolg op een onderzoek uit 2006. Daarin stelden we vast dat de maandrapportage (nog) niet geschikt was voor dit doel. In dit vervolgonderzoek hebben we, op verzoek van de minister van Defensie, bekeken of de situatie (voldoende) verbeterd is.
Het Ministerie van Defensie heeft sinds ons vorige
onderzoek veel (vaak goede) verbeterplannen gemaakt. Er is een
informatiearchitectuur ontwikkeld die moet voorzien in een tijdige
en complete informatievoorziening waarin operationele gegevens
worden gecombineerd met andere relevante beheersaspecten. De
invoering van de plannen blijkt in de praktijk echter niet of
nauwelijks tot verbeteringen te leiden.
De door het departement in 2006 geformuleerde doelstelling:
'het oordeel van de operationele commandant is gebaseerd op
harde, controleerbare cijfers die daarbij ondersteund wordt door
informatiesystemen op personeel-, materieellogistiek, financieel en
operationeel gebied' was eind 2008 nog niet gerealiseerd. De
tijdens dit vervolgonderzoek geconstateerde tekortkomingen in
bronsystemen (die input moeten leveren voor de berekening van de
gereedheidsinformatie) zelf en in de koppelingen tussen de systemen
komen naar aard en omvang overeen met wat we tijdens het vorige
onderzoek hebben waargenomen.
De door het departement eveneens in 2006 geformuleerde
doelstelling: «de regering moet erop kunnen rekenen dat Defensie
kan leveren wat is aangegeven in de planning en op basis van
meldingen in de maandrapportages, waarbij die informatie op orde is
en in harde cijfers te meten is» was eind 2008 nog niet
gerealiseerd.
Naar onze mening verdient het aanbeveling om bij de
uitvoering van verbeterplannen vast te leggen binnen welke termijn,
met welk doel en door wie wat gedaan moet worden. Voor de
uitvoering dient capaciteit beschikbaar te zijn en over de
voortgang dient periodiek gerapporteerd te worden aan de minister
of de staatssecretaris van Defensie.
Wij bevelen aan dat het Ministerie van Defensie gemaakte plannen
met voorrang uitvoert en daarbij aandacht schenkt aan bijvoorbeeld
hoe de gewenste verbetering van de gereedheidsmeting (bronsystemen,
meetsystemen etc.) samenhangt met en verankerd is in andere
projecten die bij het Ministerie van Defensie spelen. Verder is
aandacht nodig voor de vraag welke eindsituatie wanneer wordt
nagestreefd en hoe die eindsituatie stapsgewijs bereikt gaat
worden.
Het voornemen om de (toekomstgerichte) kwaliteit van de covernota
te verbeteren door daarin in ieder geval meer aandacht te besteden
aan belangrijke operationele risico’s en aan risico’s voor het niet
realiseren van het gereedheidsplan onderschrijven we. Daarnaast
bevelen wij aan via de aanwijzing managementcontrol risico’s in de
hele defensieorganisatie expliciet te maken en ook de overige
geconstateerde tekortkomingen weg te nemen.
De minister geeft aan dat hij de door de Algemene Rekenkamer geschetste conclusies grotendeels herkent. De minister is het eens met onze conclusie dat de uitvoering van de verbeterplannen niet haalbaar is gebleken, in het bijzonder voor wat betreft het waarborgen van de betrouwbaarheid van de informatie die afkomstig is uit de diverse administraties. Het gaat volgens de minister onder meer over administraties over de personele, materiële en operationele gereedheid.
Reactie |
10-12-2009
|
PDF, 768 kb
|
Verantwoordingsinformatie operationele gereedheid Defensie
Reactie |
10-12-2009
|
PDF, 768 kb
|
Verantwoordingsinformatie operationele gereedheid Defensie
Rapport |
10-12-2009
|
PDF, 330 kb
|
Verantwoordingsinformatie operationele gereedheid Defensie
Persbericht | 10-12-2009 | Verantwoordingsinformatie operationele gereedheid Defensie
De informatie die de minister van Defensie elke maand krijgt over de operationele gereedheid van defensie-eenheden kent wezenlijke tekortkomingen. Deze informatie stelt de minister niet in staat zich een volledig en juist beeld te vormen van de feitelijke situatie van de inzetbaarheid van Nederlandse militairen en materieel. Initiatieven van het Ministerie van Defensie om te komen tot betere verantwoordingsinformatie hebben nog onvoldoende resultaat gehad.
10-12-2009 |
PDF, 330 kB