Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Het systeem van toezicht op de stabiliteit van financiële markten

Wij hebben een verkenning uitgevoerd naar het systeem van toezicht op de stabiliteit van het financiële stelsel. Dit toezicht wordt uitgevoerd door De Nederlandsche Bank (DNB). Wij signaleren in ons rapport spanningsvelden die inherent zijn aan het systeem van toezicht. Ook vragen wij aandacht voor enkele kritische thema’s.

Rapport PDF, 2585 kB


In Nederland houdt DNB toezicht op zowel de soliditeit van financiële instellingen als op de stabiliteit van het financiële systeem als geheel. Het toezicht op de soliditeit is erop gericht dat individuele banken zorgvuldig omgaan met de aan hen toevertrouwde middelen (bijvoorbeeld spaargeld) en dat zij tijdig aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Het toezicht op het financiële systeem als geheel is gericht op een goed functionerend betalingsverkeer en op het voorkomen risico’s die leiden tot instabiliteit van het financiële stelsel. 
Een aantal problemen in het toezicht vraagt om een oplossing. Eén van die kritische thema’s betreft de toenemende internationalisering van financiële instellingen. Het toezicht houdt geen gelijke tred met deze ontwikkelingen; ofschoon de standaarden voor een belangrijk deel bepaald op mondiaal en Europees niveau, blijft het toezicht op individuele instellingen een nationale verantwoordelijkheid. 
Twee andere kritische thema’s waarvoor wij aandacht vragen hebben te maken met regelgeving. Om te beginnen was het toezicht op de stabiliteit van het financiële systeem als geheel tot 2008 onderbelicht in de regelgeving. Dit toezicht was bovendien gefundeerd op een veronderstelling die niet juist is gebleken: de stabiliteit van het financiële systeem als geheel zou voldoende gewaarborgd zijn met de stabiliteit van individuele financiële instellingen. 
Een andere tekortkoming in de regelgeving betreft de kapitaalbuffers die instellingen moeten aanhouden om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Het kapitaal dat moest worden aangehouden (met name voor producten om te verhandelen), was te laag. Dit heeft risico’s met zich meegebracht die door interne riscomanagementsystemen en de credit rating agencies niet zijn gezien dan wel zijn onderschat. 
Een vierde kritisch thema dat wij in ons onderzoek signaleren gaat over de kwaliteit van het bestuur van een financiële onderneming zelf. Bij banken noch toezichthouders was er voorafgaand aan de crisis veel aandacht voor de risico’s van beloningsstructuren, de deskundigheid van bestuurders en de korttermijngerichtheid van aandeelhouders. 
Uit onze verkenning zijn ook enkele spanningsvelden naar voren gekomen die relevant zijn voor het functioneren van DNB. Een voorbeeld is de observatie dat openbare uitingen van DNB over financiële instellingen de stabiliteit van deze instellingen in gevaar kunnen brengen, terwijl het achterwege blijven van waarschuwingen niet bijdraagt aan het vertrouwen in het toezicht. Het gaat er uiteindelijk om hoe de toezichthouder in de praktijk afwegingen maakt tussen de verschillende belangen die met de spanningsvelden gemoeid zijn.


In deze eerste verkenning doen wij nog geen aanbevelingen voor verbetering, maar we signaleren wel een aantal gebieden waar kansen voor verbetering liggen. Ten eerste zijn de omvang en de complexiteit van het financiële stelsel sterk toegenomen en dat stelt het toezicht op dit stelsel voor uitdagingen.
Ten tweede biedt de combinatie van de twee rollen die DNB vervult, die van
centrale bank en van toezichthouder op de (soliditeit van) banken, een goed perspectief op de verdere ontwikkeling van het toezicht van DNB op de stabiliteit van het financiële systeem als geheel. Het is voor de uitvoering van deze laatste taak en de verantwoording daarover echter van belang dat duidelijker in wetgeving wordt vastgelegd wat het toezicht op de stabiliteit van het financiële systeem als geheel precies behelst.
Ten derde zijn een proactieve regelgever en een alerte toezichthouder – die de ruimte voor eigen afweging en beoordeling waarover hij bij wet beschikt ook daadwerkelijk gebruikt – van essentieel belang.


De minister van Financiën, de directie van DNB en het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn positief over onze verkenning. Specifieke opmerkingen worden in de bestuurlijke reacties vooral geplaatst bij de spanningsvelden die wij signaleren. 
De minister van Financiën geeft aan dat enkele spanningsvelden nader uitgewerkt hadden kunnen worden. 
De directie van DNB geeft aan dat in veel gevallen waarborgen in het toezicht zijn ingebouwd om spanningen tussen belangen te mitigeren en dat wij soms meer frictie veronderstellen dan er daadwerkelijk is.

  Meer informatie

 

Volledige versie