U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Geldstromen en verantwoordelijkheden bij decentraal uitgevoerd beleid
De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de financiering van beleid waarvan de uitvoering door de rijksoverheid bij de provincies en de gemeenten is gelegd. De rijksoverheid heeft hiervoor verschillende soorten uitkeringen beschikbaar, de zogenaamde specifieke en algemene uitkeringen. Welke uitkering de rijksoverheid inzet hangt af van de verantwoordelijkheid die het wil dragen bij het door provincies en gemeenten uit te voeren beleid. Ons onderzoek is een vervolg op het onderzoek Beleidsvrijheid en specifieke uitkeringen uit 2006.
In het rapport concluderen we dat het onderscheid tussen specifieke en algemene uitkeringen vervaagt. In beide gevallen is niet altijd duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Voor de specifieke uitkeringen geldt steeds meer vrijheid, bijvoorbeeld doordat gemeenten en provincies zich niet jaarlijks, maar over meerdere jaren mogen verantwoorden over de besteding van uitkeringen. De verantwoording en controle sluiten bovendien niet altijd aan op eisen van de rijksoverheid. Daarnaast concluderen we dat ministers te beperkt zicht hebben op resultaten van beleid dat gemeenten en provincies uitvoeren. Ook de rechtmatigheid van bestedingen is onvoldoende om ministeriële verantwoordelijkheid te kunnen waarmaken. Ministers stellen vooraf niet-afdwingbare voorwaarden aan besteding van decentralisatie-uitkering. Kiezen ministers voor een algemene uitkering dan kennen zij zichzelf een ministeriële verantwoordelijkheid toe die zij bij deze keuze niet kunnen waarmaken.
In ons rapport bevelen we onder meer aan dat de betrokken
ministers die financiële constructie zou moeten kiezen die aansluit
bij de gewenste verantwoordelijkheidsverdeling. De minister van BZK
bevelen we bovendien aan om een afwegingskader te gebruiken dat
hierop aansluit en de goede toepassing van het afwegingskader te
bewaken. De betrokkenen ministers zouden per uitkering duidelijker
moeten vastleggen wat de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van
de verschillende bestuurslagen zijn. Dan is duidelijker wie
waarvoor verantwoordelijk is, wie welke informatie verzamelt en hoe
en door wie wordt vastgesteld of de middelen rechtmatig, doelmatig
en doeltreffend zijn besteed. Daarnaast bevelen we de minister van
BZK aan om - als eerstverantwoordelijke binnen het kabinet voor de
verhoudingen met de provincies en gemeenten - toe te zien op deze
heldere verantwoordelijkheidsverdeling bij de verschillende
uitkeringen.
Verder zijn we van mening dat als de beleidsuitvoering door
provincies en gemeenten moet bijdragen aan rijksbeleid, de
betrokken ministers dan voldoende beleidinformatie moeten
verzamelen om de voortgang en effectiviteit van het beleid te
kunnen beoordelen. Bij specifieke uitkeringen moeten zij bovendien
ook voldoende financiële informatie verzamelen. Eventuele
inperkingen van de ministeriële verantwoordelijkheid moeten de
ministers duidelijk in wet- en/of regelgeving vastleggen. De
betrokken ministers zouden bij algemene uitkeringen geen
bestedingsvoorschriften moeten geven en geen
verantwoordingsinformatie moeten vragen.
De staatssecretaris van BZK zet in haar reactie een afwegingskader voor de inzet van financiële instrumenten uiteen. De staatssecretaris neemt onze aanbeveling over om toe te zien toe te zien op een heldere verantwoordelijkheidsverdeling bij de verschillende uitkeringen. Ze onderschrijft het belang van voldoende beleidsinformatie. De staatssecretaris verwacht voor de zomer een afwegingskader beleidsontwikkeling aan de ministerraad te kunnen aanbieden. De staatssecretaris wijst ook op de wettelijke verankering van de systematiek van single information, single audit (sisa). Daarbij kunnen provincies en gemeenten zich ook over meerdere jaren verantwoorden. De staatssecretaris is het daarom niet met ons eens dat de rijksoverheid voor specifieke uitkeringen hiermee onvoldoende verantwoordingsinformatie opvraagt.
Reactie |
9 december 2009
|
PDF, 138 kb
|
Financiële verhoudingen tussen de bestuurslagen
Kamervragen |
17 februari 2010
|
PDF, 199 kb
|
Financiële verhoudingen tussen de bestuurslagen
Reactie |
9 december 2009
|
PDF, 138 kb
|
Financiële verhoudingen tussen de bestuurslagen
Rapport |
9 december 2009
|
PDF, 863 kb
|
Financiële verhoudingen tussen de bestuurslagen, Informatiepositie Tweede Kamer
Persbericht | 9 december 2009 | Financiële verhoudingen tussen de bestuurslagen
De Algemene Rekenkamer wijst op het vervagen van de financiële verhoudingen tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Naast specifieke uitkeringen en de algemene uitkeringen uit het Provincie- en Gemeentefonds zijn er nieuwe vormen gecreëerd zoals integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Door de wijze waarop de uitkeringen worden ingezet, is het vaak niet meer op voorhand duidelijk waarvoor welke bestuurslaag verantwoordelijk is en wie waarop aangesproken kan worden. De Tweede Kamer is dan niet goed in staat om te oordelen over de mate waarin ministers beleid kunnen controleren en beïnvloeden.
9-12-2009 |
PDF, 863 kB