Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Financiële verhoudingen tussen de bestuurslagen

Geldstromen en verantwoordelijkheden bij decentraal uitgevoerd beleid

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de financiering van beleid waarvan de uitvoering door de rijksoverheid bij de provincies en de gemeenten is gelegd. De rijksoverheid heeft hiervoor verschillende soorten uitkeringen beschikbaar, de zogenaamde specifieke en algemene uitkeringen. Welke uitkering de rijksoverheid inzet hangt af van de verantwoordelijkheid die het wil dragen bij het door provincies en gemeenten uit te voeren beleid. Ons onderzoek is een vervolg op het onderzoek Beleidsvrijheid en specifieke uitkeringen uit 2006.

Rapport PDF, 863 kB


In het rapport concluderen we dat het onderscheid tussen specifieke en algemene uitkeringen vervaagt. In beide gevallen is niet altijd duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Voor de specifieke uitkeringen geldt steeds meer vrijheid, bijvoorbeeld doordat gemeenten en provincies zich niet jaarlijks, maar over meerdere jaren mogen verantwoorden over de besteding van uitkeringen. De verantwoording en controle sluiten bovendien niet altijd aan op eisen van de rijksoverheid. Daarnaast concluderen we dat ministers te beperkt zicht hebben op resultaten van beleid dat gemeenten en provincies uitvoeren. Ook de rechtmatigheid van bestedingen is onvoldoende om ministeriële verantwoordelijkheid te kunnen waarmaken. Ministers stellen vooraf niet-afdwingbare voorwaarden aan besteding van decentralisatie-uitkering. Kiezen ministers voor een algemene uitkering dan kennen zij zichzelf een ministeriële verantwoordelijkheid toe die zij bij deze keuze niet kunnen waarmaken.


In ons rapport bevelen we onder meer aan dat de betrokken ministers die financiële constructie zou moeten kiezen die aansluit bij de gewenste verantwoordelijkheidsverdeling. De minister van BZK bevelen we bovendien aan om een afwegingskader te gebruiken dat hierop aansluit en de goede toepassing van het afwegingskader te bewaken. De betrokkenen ministers zouden per uitkering duidelijker moeten vastleggen wat de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende bestuurslagen zijn. Dan is duidelijker wie waarvoor verantwoordelijk is, wie welke informatie verzamelt en hoe en door wie wordt vastgesteld of de middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend zijn besteed. Daarnaast bevelen we de minister van BZK aan om - als eerstverantwoordelijke binnen het kabinet voor de verhoudingen met de provincies en gemeenten - toe te zien op deze heldere verantwoordelijkheidsverdeling bij de verschillende uitkeringen.
Verder zijn we van mening dat als de beleidsuitvoering door provincies en gemeenten moet bijdragen aan rijksbeleid, de betrokken ministers dan voldoende beleidinformatie moeten verzamelen om de voortgang en effectiviteit van het beleid te kunnen beoordelen. Bij specifieke uitkeringen moeten zij bovendien ook voldoende financiële informatie verzamelen. Eventuele inperkingen van de ministeriële verantwoordelijkheid moeten de ministers duidelijk in wet- en/of regelgeving vastleggen. De betrokken ministers zouden bij algemene uitkeringen geen bestedingsvoorschriften moeten geven en geen verantwoordingsinformatie moeten vragen.


De staatssecretaris van BZK zet in haar reactie een afwegingskader voor de inzet van financiële instrumenten uiteen. De staatssecretaris neemt onze aanbeveling over om toe te zien toe te zien op een heldere verantwoordelijkheidsverdeling bij de verschillende uitkeringen. Ze onderschrijft het belang van voldoende beleidsinformatie. De staatssecretaris verwacht voor de zomer een afwegingskader beleidsontwikkeling aan de ministerraad te kunnen aanbieden. De staatssecretaris wijst ook op de wettelijke verankering van de systematiek van single information, single audit (sisa). Daarbij kunnen provincies en gemeenten zich ook over meerdere jaren verantwoorden. De staatssecretaris is het daarom niet met ons eens dat de rijksoverheid voor specifieke uitkeringen hiermee onvoldoende verantwoordingsinformatie opvraagt.

Meer informatie

 

Volledige versie