U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Na publicatie van een onderzoek monitoren wij enkele jaren of ministers onze aanbevelingen opvolgen en hun toezeggingen nakomen. De uitkomsten publiceren we in ‘terugblikken’. Deze terugblik betreft ons onderzoek uit 2007 naar het EU-systeem om CO2-uitstoot te verminderen. Bedrijven die veel CO2 uitstoten moeten in dit systeem emissierechten hebben. Als zij hun CO2-uitstoot weten te reduceren kunnen zij overtollige rechten verkopen aan andere bedrijven.
In ons onderzoek uit 2007 stond de vraag centraal of
Nederland het EU-systeem voor handel in CO2-emissierechten zodanig
had geïmplementeerd en of het zodanig werkte, dat de doelen van
het Nederlandse Kyotobeleid konden worden gehaald. Wij
constateerden dat dit op hoofdlijnen het geval was. We vonden wel
dat Nederland bij de vaststelling en de verdeling van de totale
hoeveelheid CO2-emissierechten wat ruimhartig had gelet op de
belangen en de concurrentiepositie van de industrie en de
elektriciteitsproducenten en minder op het Nederlandse Kyotodoel.
Ook vonden we dat de implementatie van het handelssysteem op
sommige punten weinig transparant was verlopen.
Wij deden de ministers van VROM en van Economische Zaken (EZ) een
aantal aanbevelingen. In hoeverre zijn deze aanbevelingen
opgevolgd?
Om te beginnen zijn de ministers hun toezegging om in Europa te
pleiten voor zo groot mogelijke harmonisatie van het
emissiehandelssysteem, nagekomen. Op een aantal andere punten
hebben de ministers onze aanbevelingen echter niet of nog niet
opgevolgd.
Zo constateerden wij in 2007 dat het Europese
CO2-emissiehandelssysteem overlapt met het bestaande Nederlandse
beleid voor duurzame energie. Daardoor is dat beleid minder
effectief geworden in het verlagen van de CO2-uitstoot. Wij vonden
dat het kabinet had moeten bekijken hoe de kosten en baten van het
duurzame energiebeleid zich na de invoering van het
emissiehandelssysteem tot elkaar verhielden en op basis daarvan de
inzet van ieder instrument had moeten heroverwegen. Wij constateren
nu dat dit nog niet is gebeurd.
Verder blijkt uit ons onderzoek dat de invoering van risicogericht
toezicht bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) nog een
aandachtspunt blijft. Het aantal bedrijven dat deelneemt aan het
CO2-emissiehandelssysteem is toegenomen, maar capaciteit voor
toezicht en handhaving bij de NEa is gelijk gebleven. Dat gegeven
maakt het noodzakelijk dat de NEa keuzes maakt en de planning van
haar toezichtactiviteiten op risicoanalyse baseert.
Ook een derde aanbeveling uit 2007 is nog niet opgevolgd.
In 2007 constateerden wij dat de informatiewaarde van de
verificatieverklaringen bij de emissieverslagen veelal beperkt was,
omdat de meeste verificateurs in hun verklaring alleen ingingen op
de juistheid van de emissiecijfers. Zij namen in de verklaring
meestal geen bevindingen op over de naleving van het monitoringplan
door het bedrijf, terwijl de NEa die informatie juist goed zou
kunnen gebruiken bij haar toezichtactiviteiten. Daarom adviseerden
wij de ministers om de verificatieverklaringen meer inzicht te
laten bieden in de werking van het monitoring-, toezicht- en
verificatiesysteem, bijvoorbeeld door de verificateurs te
verplichten in de verklaring ook aanbevelingen aan het bedrijf op
te nemen voor de verbetering van de monitoring van de CO2-emissies.
De ministers hadden toegezegd om de mogelijkheden daarvoor te
onderzoeken; wij constateren nu dat dit nog niet is
gebeurd.
Wij bevelen de ministers van EZ en van VROM aan om voor elk
instrument uit het Nederlandse duurzame energiebeleid de
kosten-batenverhouding opnieuw te bekijken, en op basis daarvan de
inzet van ieder instrument te heroverwegen.
Wij bevelen verder aan dat de NEa de ingezette omschakeling
naar risicogericht toezicht snel afrondt. We hopen dat het door de
NEa aangekondigde themaonderzoek hierin voorziet.
De ministers van EZ en VROM verwachten dat het project
‘Interactie milieubeleidsinstrumenten’ van het Centraal Planbureau
voldoende informatie zal opleveren om goede afwegingen te kunnen
maken binnen het duurzame milieu- en energiebeleid.
De ministers onderschrijven het belang van een overgang naar een
meer op risicoanalyse gebaseerde vorm van toezicht bij de NEa. Zij
verwachten dat het benodigde automatiseringsproces vanaf 2010
beschikbaar is.
De ministers verkennen de mogelijkheden om informatie die al
beschikbaar is bij de verificateur, te gebruiken bij de verbreding
van de verificatieverklaring aan de NEa. De resultaten van het
themaonderzoek zullen worden gebruikt voor het Europese overleg
over de verificatie van emissieverslagen, de accreditatie van en
het toezicht op verificateurs.
Reactie |
30-09-2009
|
PDF, 491 kb
|
Europees handelssysteem voor CO2-emissierechten: implementatie in Nederland; Terugblik 2009
Mede namens de minister van EZ
Kamervragen |
11-12-2009
|
PDF, 250 kb
|
Europees handelssysteem voor CO2-emissierechten: implementatie in Nederland; Terugblik 2009
Reactie |
30-09-2009
|
PDF, 491 kb
|
Europees handelssysteem voor CO2-emissierechten: implementatie in Nederland; Terugblik 2009
Mede namens de minister van EZ
Rapport |
30-09-2009
|
PDF, 796 kb
|
Europees handelssysteem voor CO2-emissierechten: implementatie in Nederland; Terugblik 2009
30-09-2009 |
PDF, 796 kB