Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

EU-trendrapport 2009

Op 5 februari 2009 heeft de Algemene Rekenkamer het EU-trendrapport gepubliceerd. Hierin constateren we onder andere dat de verantwoording over EU-uitgaven verbetert. Er is nog te weinig zicht op resultaten behaald met EU-gelden.

EU-trendrapport 2009 PDF, 3381 kB


Het EU-trendrapport 2009 is de zevende editie van een jaarlijkse rapportage waarin wij ontwikkelingen in het financieel management van de EU beschrijven.

Centraal staat het toezicht en de controle op de besteding van EU-gelden, zowel in Nederland als EU-breed.

Conclusies

Onze eerste hoofdconclusie luidt dat de kwaliteit van de Nederlandse lidstaatverklaring in 2008, die opnieuw alleen de landbouwgelden betrof, is verbeterd ten opzichte van 2007. Wij verwachten dat het kabinet de komende jaren zoals toegezegd de lidstaatverklaring uitbreidt naar alle relevante EU-geldstromen, inclusief de bijdragen van Nederland aan de EU-begroting (de 'eigen middelen'). Nederland blijft door het verder ontwikkelen van de lidstaatverklaring bij de voorlopers horen als het gaat om verbetering van de verantwoording over EU-gelden.
Onze tweede hoofdconclusie is dat het Nederlandse voorbeeld maar beperkt navolging krijgt van andere EU-lidstaten, terwijl de rechtmatigheid van de besteding van EU-gelden niet verbetert. De Europese Rekenkamer heeft wederom geen positief oordeel kunnen geven over de EU-begrotingsuitvoering in 2007. De 'annual summaries', waarin alle lidstaten sinds kort aan de Europese Commissie moeten rapporteren over rechtmatigheids¬aspecten van de EU-gelden die zij samen met de Commissie beheren, zijn volgens de Commissie voor verbetering vatbaar. Deze documenten zijn niet openbaar, hetgeen afbreuk doet aan de transparantie. Positief is wel dat enkele directoraten-generaal van de Europese Commissie vorig jaar méér verantwoordingsinformatie over EU-lidstaten hebben gegeven dan voorheen. Hierdoor - maar ook doordat informatie beschikbaar is gekomen over wie de eindontvangers van Europese gelden zijn - is per saldo de transparantie over EU-gelden in Europa toegenomen.
Onze derde hoofdconclusie is dat door problemen bij in Nederland lopende programma's gefinancierd uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), ons land waarschijnlijk een correctie opgelegd zal krijgen van € 155 miljoen. Daar komt een tegenvaller van € 48,2 miljoen bij, aangezien het Rijk zich garant heeft gesteld voor de problemen rond gemeenten en provincies die btw hebben gedeclareerd die al gedekt was door het BTW-compensatiefonds. Verder loopt Nederland het risico dat structuurfondsgelden die waren gereserveerd voor 2007, eind 2009 wegens niet-besteding terugvloeien naar de Europese begroting.
Onze vierde hoofdconclusie is dat er weinig inzicht bestaat in de resultaten van EU-beleid. Voor zover de evaluaties van de Commissie al openbaar zijn, bevatten ze weinig informatie. Als ze wél inzicht bieden, blijken de beleidseffecten beperkt. Uit ons eigen onderzoek naar de resultaten van het EU-structuurbeleid in Nederland blijkt dat de aandacht voornamelijk uitgaat naar het uitgeven van EU-subsidies; er is nauwelijks aandacht voor het behalen van resultaten.


Om de transparantie rond EU-gelden te vergroten zou het kabinet de Europese Commissie moeten aansporen om:

  • meer directoraten-generaal informatie te laten vrijgeven over hoe Europese gelden in EU-lidstaten worden besteed;
  • alle 'annual summaries' van de lidstaten over 2008 openbaar te maken;
  • alle evaluaties van EU-beleid openbaar te maken.

Ter voorkoming van nieuwe financiële risico's rond EFRO-programma's zou het kabinet naar analogie van het Agentschap SZW een 'Agentschap EFRO' kunnen instellen. Daarnaast moet worden gewaarborgd dat bij structuurfondsprogramma's de projectselectie niet alleen wordt bepaald door maximale besteding van het beschikbare geld, maar ook door kwaliteit van de projectvoorstellen.
Wat de lidstaatverklaring over 2008 betreft bevelen wij het kabinet aan om te zorgen dat elke deelverklaring van een minister over een EU-geldstroom wordt onderbouwd met een 'assurancerapport' van de auditdienst.
 


Het kabinet zegt openbaarmaking van 'annual summaries' en van evaluaties van de Europese Commissie niet te kunnen afdwingen. Het kabinet zal er bij de Commissie op aandringen dat meer directoraten-generaal transparantie per lidstaat gaan verschaffen.
De eerstvolgende deelverklaringen over de landbouwfondsen, het EFRO, het Europees Sociaal Fonds en het Europees Visserijfonds zullen worden voorzien van een 'assurancerapport'. Daarnaast zullen alle EU-fondsen die Nederland samen met de Commissie beheert worden opgenomen in de nationale verklaring. De 'eigen middelen' zullen níet in de nationale verklaring worden opgenomen.
Het EFRO krijgt een nieuwe beheerstructuur. Ook is een wet in voorbereiding die instrumenten introduceert waarmee het Rijk naleving van EU-regelgeving door decentrale overheden kan afdwingen. Volgens het kabinet bestaat in de nieuwe programmaperiode bij de projectselectie een goede balans tussen optimale inzet van beschikbare middelen en kwaliteit van projecten. 

Meer informatie

 

Volledige versie