Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Krachtwijken. Monitoring en verantwoording van het beleid

De wijze waarop de minister voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI) via monitoring de resultaten van het beleid voor de zogenaamde 'krachtwijken' wil vaststellen, is voor verbetering vatbaar.

Krachtwijken. Monitoring en verantwoording van het beleid PDF, 4118 kB


Het 'krachtwijkenbeleid' van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI) richt zich op bestrijding van de problemen in veertig Nederlandse stadswijken en op verbetering van de positie van de wijkbewoners. Wij hebben de totstandkoming van dit beleid geanalyseerd en gekeken hoe het wordt uitgevoerd in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Arnhem. Centraal in ons onderzoek stond de vraag of het kabinet heeft gewaarborgd dat de minister achteraf goed verantwoording kan afleggen over de resultaten van het beleid. Monitoring van wat de activiteiten in de wijken opleveren is daarvoor essentieel.

Conclusies

Totstandkoming van het beleid. Het krachtwijkenbeleid is met nogal wat strubbelingen tot stand gekomen. Niet alleen was er in de beginfase kritiek op de keuze van de veertig wijken, ook bestond er maandenlang onduidelijkheid over de financiering van het beleid. Gemeenten gingen er aanvankelijk van uit dat zij rechtstreeks geld van het Rijk zouden krijgen voor hun wijkactieplannen. Uiteindelijk bleek dat zij moesten onderhandelen met woningcorporaties over onderdelen van de plannen die deze laatsten voor hun rekening zouden nemen.

Probleem daarbij was dat veel activiteiten uit de wijkactieplannen (vooral activiteiten gericht op de socialeproblematiek in de wijken) niet tot het wettelijk takenpakket van de coporaties behoorden. De ruime interpretatie die de minister voor WWI heeft gegeven aan de wettelijke corporatietaken, heeft dit spanningsveld maar gedeeltelijk kunnen wegnemen. Positief is dat de samenwerking tussen corporaties en gemeenten in de door ons onderzochte steden er uiteindelijk sterker van is geworden en dat zij samen aan de slag willen om de wijken te verbeteren.

Monitoring van het beleid in de wijken. De minister voor WWI beschikt over enkele goede instrumenten om de voortgang van het beleid in de wijken te bewaken en ongewenste neveneffecten te signaleren. Dit zijn: (1) een 'outcomemonitor' waarmee wordt gemeten of de beleidsdoelen worden bereikt, (2) een langlopend onderzoek naar de wijkbewoners dat de gevolgen van verhuisbewegingen van en naar een wijk in kaart brengt, (3) de 'Leefbaarometer' die eventuele verplaatsing van problemen naar andere wijken zichtbaar maakt, (4) een 'outputmonitor' waarin lokale beleidsverantwoordingen worden vergaard, zodat de minister de voortgang van de uitvoering kan volgen, en (5) een kwalitatief onderzoek naar 'onverwachte opbrengsten' van de activiteiten in de wijken, bedoeld om lering te trekken uit het gevoerde beleid.

Verantwoording over de beleidsresultaten. De minister zal op basis van de outcomemonitor tweejaarlijks verantwoording afleggen over wat er in de aandachtswijken is bereikt. Het meten van de doelrealisatie kent volgens ons nog tekortkomingen. Zo heeft de minister niet scherp gedefinieerd welke maatschappelijke veranderingen zij nu precies op welk moment in de veertig wijken bereikt wil hebben. Daardoor zullen de monitorgegevens de Tweede Kamer en de burger onvoldoende duidelijk maken of de doelen van het krachtwijkenbeleid echt worden bereikt. De indicatoren waarop gescoord wordt dekken ook de relevante beleidsterreinen van het krachtwijkenbeleid nog onvoldoende af.

Aanbevelingen

Door de outcomemonitor uit te breiden met nog ontbrekende indicatoren en door vooraf de beoogde maatschappelijke veranderingen scherper te benoemen, kan de minister voor WWI de bruikbaarheid van de monitor vergroten. Ook denken wij dat er nóg beter lering getrokken kan worden als de ontwikkelingen in álle Nederlandse wijken in kaart worden gebracht en als in de veertig aandachtswijken ook onderzoek wordt gedaan naar onverwachte negatieve effecten van het beleid. De minister zou verder een onafhankelijke commissie moeten instellen die de uitkomsten van lokale beleidsevaluaties kan toetsen. Daarmee wordt de verantwoording over het krachtwijkenbeleid beter. De uitkomsten zouden verspreid moeten worden onder de beleidsmakers in alle aandachtswijken, zodat er nog meer lessen kunnen worden getrokken.

De heffing voor het krachtwijkenbeleid die aan woningcorporaties wordt opgelegd zou alleen ingezet moeten worden voor díe corporaties in de wijken die echt extra geld nodig hebben.

Reactie minister

De minister voor WWI herkent veel van onze kritiekpunten; zij zal de daarbij gedane aanbevelingen ter harte nemen. Op een aantal punten is de minister het niet (geheel) met ons eens. De minister zegt toe dat de outcomemonitor in het najaar van 2008 zal worden uitgebreid en geactualiseerd.

Stand van zaken

Het rapport is op 9 oktober 2008 naar de Tweede Kamer gestuurd.


 

Volledige versie