U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Het economisch belang van de visserij heeft de overhand boven de duurzaamheid van de Noordzee. De ambities voor betere bescherming worden niet waargemaakt.
Wereldwijd bestaat er bezorgdheid over de gevolgen van de intensieve visserij op zee. Veel vissoorten worden overbevist. Er is Europees beleid om de overbevissing in de Europese wateren tegen te gaan. Dat beleid is gericht op 'duurzame exploitatie' van het zeeleven, rekening houdend met zowel milieu als economie. Wij hebben onderzocht of Nederland erin slaagt dit EU-beleid gestalte te geven en te handhaven, en of de duurzaamheidsdoelen worden gerealiseerd.
Conclusies
De ambities voor betere bescherming van de visstand en de biodiversiteit in de Noordzee worden door Nederland niet waargemaakt. Bij de beleidskeuzes die worden gemaakt, hebben economische belangen de overhand. Zowel de economische positie van de visserijsector als de ecologische situatie in de Noordzee verslechteren daardoor. Vier factoren spelen hier een rol:
(1) Het vangstquotabeleidvan de EU is niet effectief. Dit beleid is uitsluitend gericht op instandhouding van vissoorten die op de markt worden gebracht voor consumptie en houdt geen rekening met ongewenste effecten op het ecosysteem. Het wegvangen van vissoorten kan namelijk verstoring teweegbrengen in de voedselketen, waardoor andere diersoorten (bruinvissen, vogels) bedreigd worden of juist teveel in aantal toenemen.
De EU-doelstelling om de visbestanden op een niveau te houden dat voortplanting van de vissen waarborgt, wordt niet altijd gehaald. Dit komt door onderhandelingsprocessen en economische lobby's in Brussel. Het effect daarvan is dat voor sommige vissoorten te hoge quota worden vastgesteld, waardoor de visbestanden onder het minimum terechtkomen.
Het probleem van de overbevissing wordt verergerd doordat vissers gevangen vis in grote hoeveelheden dood terug in zee gooien, wanneer ze niet van de gewenste soort of maat blijkt te zijn. Dit wordt in de hand gewerkt door het quotabeleid, want als er boven een quotum wordt gevangen, mag het teveel niet worden aangeland. Dit 'discards'-probleem staat al decennia op de agenda van de EU, maar een effectieve aanpak is er nog niet.
(2) De naleving en handhavingvan de visserijregels staan onder druk. De ingezette handhavingscapaciteit voldoet formeel aan de EU-regels, maar schiet in de praktijk tekort. Vissers proberen op grote schaal de regels te ontduiken. Extra complicatie is hier dat de minister van LNV het beoogde nalevingsniveau niet heeft vastgelegd. Daardoor is er geen criterium om de toereikendheid van de handhavingscapaciteit te beoordelen.
(3) Innovaties in de visserijmethodenzouden de schadelijke effecten van de Noordzeevisserij kunnen verminderen. Hoewel de problemen én mogelijke oplossingen al jaren bekend zijn, komt het innovatiebeleid pas sinds 2007 op gang, mede door de stijgende brandstofprijzen.
(4) Sanering van de visserijsectorzou kunnen helpen om de visserijsector ondanks de vangstquota rendabel te houden. Hoewel de Nederlandse kottervloot sinds 1994 in omvang is afgenomen, is de effectiviteit van deze saneringen onzeker. De inkrimping van de vloot leidt in de praktijk niet tot de beoogde verbetering van het rendement van de over¬blijvende vissers. Dit komt doordat gesaneerde vissers hun visrechten behouden en de overblijvende vissers deze rechten kunnen kopen of huren. De jaarlijks dalende quota worden dus ondanks saneringen in feite nog steeds over evenveel vissers verdeeld.
Aanbevelingen
Op nationale schaal zijn maatregelen nodig ter bescherming van de biodiversiteit in de Noordzee. De minister van LNV zou ook innovatie van de visserij krachtig moeten stimuleren. Zij zou daarnaast moeten vaststellen wat de optimale omvang van de zeevissersvloot is, gegeven de vangstquota. Verder is belangrijk dat het gewenste nalevingsniveau door de minister wordt vastgelegd, om de benodigde handhavingscapaciteit te kunnen bepalen.
Ook op Europees niveau zijn inspanningen van de minister nodig. Zo moet in Brussel worden aangedrongen op afstemming van visserijbeleid, natuurbeleid en waterbeleid. Verder zou de minister op Europees niveau moeten inbrengen dat de regelgeving voor het aanlanden van vis moet worden aangepast, om het discardsprobleem aan te pakken. Op andere punten is vereenvoudiging van de Europese regels nodig, om de nalevingsbereidheid van vissers te vergroten.
Reactie minister
De minister van LNV neemt de meeste van onze conclusies en aanbevelingen ter harte. Onze aanbevelingen ter zake van de vereiste handhavingscapaciteit en de optimale vlootgrootte onderschrijft zij niet.
Stand van zaken
Het rapport is op 30 oktober 2008 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Kamervragen |
24-11-2008
|
PDF, 54 kb
|
Duurzame visserij
Rapport |
30-10-2008
|
PDF, 380 kb
|
Europese Unie, Duurzame visserij, Europese Unie
| Duurzame visserij
Reactie |
30-10-2008
|
PDF, 910 kb
|
Duurzame visserij
Bijlage |
30-10-2008
|
PDF, 72 kb
|
Duurzame visserij
Bijlage |
30-10-2008
|
PDF, 25 kb
|
Duurzame visserij
30-10-2008 |
PDF, 380 kB