Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Drinkwater in ontwikkelingslanden

De Nederlandse overheid wil 50 miljoen mensen in ontwikkelingslanden duurzaam van drinkwater voorzien in de periode 2004-2015. Die millenniumdoelstelling heeft geleid tot concrete activiteiten in landen waarmee Nederland een ontwikkelingsrelatie onderhoudt. Een resultaatgericht plan van aanpak ontbreekt echter, de doelstellingen zijn niet duidelijk en de voorwaarden zijn niet gedefinieerd.

Drinkwater in ontwikkelingslanden PDF, 16558 kB


De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop de minister voor Ontwikkelingssamenwerking (OS) 50 miljoen mensen van schoon drinkwater wil voorzien. Het gaat om mensen in ontwikkelingslanden die nu nog geen toegang hebben tot veilig drinkwater.

De Verenigde Naties (VN) hebben in 2000 acht zogenoemde millenniumdoelen geformuleerd die in 2015 bereikt moeten zijn. In millenniumdoel 7 (duurzame leefomgeving) is onder meer vastgelegd dat het aantal mensen zonder toegang tot veilig drinkwater in 2015 gehalveerd moet zijn ten opzichte van 1990. In 2005 heeft de minister voor OS toegezegd dat Nederland 50 miljoen mensen duurzaam van drinkwater zou voorzien. Deze «50 miljoendoelstelling» besloeg op dat moment ongeveer 1/12 van het totale aantal mensen dat in het kader van millenniumdoel 7 toegang tot drinkwater moet krijgen.

Conclusies

De toezegging om 50 miljoen mensen duurzaam van drinkwater te voorzien heeft tot concrete activiteiten geleid in de landen waarmee Nederland een ontwikkelingsrelatie onderhoudt. Wij zien echter ook ruimte voor verbetering.

De uitwerking van de 50 miljoendoelstelling is onvoldoende concreet waardoor het voor uitvoerders niet precies duidelijk is wat van hen wordt verwacht. Zo blijken er veel interpretatiemogelijkheden te zijn van het begrip duurzaamheid. De onduidelijkheid over de 50 miljoendoelstelling wordt vergroot door de aanvullende voorwaarden die de minister voor OS heeft geformuleerd. Deze aanvullende voorwaarden zijn evenmin gedefinieerd. Bovendien heeft de minister geen integrale afweging gemaakt tussen alle voorwaarden. Zo staat de voorwaarde dat de voorzieningen gericht moeten zijn op de armen of allerarmsten op gespannen voet met de duurzaamheidseis. Vaak moeten gebruikers namelijk voor voorzieningen betalen om de duurzaamheid te waarborgen.

Door het ontbreken van helder gedefinieerde doelstellingen en een integraal beleidskader, is niet altijd vast te stellen of activiteiten duurzaam zijn of aan de aanvullende voorwaarden voldoen. Het ministerie kan de voortgang daarom lastig bijhouden en geen schatting maken van de haalbaarheid van het aantal van 50 miljoen.

De voortgang is ook lastig te volgen omdat er niet altijd nulmetingen zijn gedaan in de regio's waar projecten worden uitgevoerd. Ook in de manier waarop het ministerie stuurt op de realisatie van de doelstelling hebben we knelpunten geconstateerd. Er is geen resultaatgericht plan van aanpak waarin duidelijk staat omschreven wat er wanneer in welk land moet gebeuren om de doelstelling te realiseren. Wel staat vast dat de helft van het aantal te bereiken mensen in Afrika moet worden gerealiseerd. Verder hebben we geconstateerd dat de communicatie tussen het Ministerie van BuiZa en de ambassades in de partnerlanden beter kan.

Omhoog

Aanbevelingen

Wij raden de minister voor OS aan om de 50 miljoendoelstelling te onderbouwen en te operationaliseren en resultaatgericht te sturen op de uitvoering van de doelstelling. Het gaat er bij deze uitwerking en sturing vooral om kritisch na te gaan wat er echt nodig is om 50 miljoen mensen toegang tot drinkwater te geven en om keuzes te maken.

Het verdient verder aanbeveling om vast te leggen welke soorten activiteiten aan de doelstelling bijdragen, metingen te doen voorafgaand aan een project (nulmeting) en een monitoringssysteem te ontwikkelen om de voortgang te kunnen volgen.

Ten slotte bevelen we de minister aan om in de begroting en het jaarverslag expliciet zichtbaar te maken welke uitgaven gemoeid zijn met de 50 miljoendoelstelling.

Omhoog

Reactie minister

De minister van OS geeft in reactie op het rapport onder meer aan dat hij de Tweede Kamer intussen heeft geïnformeerd over het beleidskader en de invulling ervan en dat dit de basis zal vormen voor toekomstige jaarverantwoordingen. Bovendien stelt hij dat, conform internationale afspraken, ontwikkelingshulp dient aan te sluiten op de vraag uit de ontwikkelingslanden zelf. Hij ziet daarom geen mogelijkheid voor een uitgewerkt plan van aanpak, maar hij geeft aan vraaggerichte regie te voeren binnen het bestaande OS-beleid.

Omhoog

 

Bekijk het rapport

Bijbehorende stukken

Volledige versie