Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Staat van de beleidsinformatie 2008

Rapport PDF, 2538 kB


In onze jaarlijkse publicatie 'Staat van de beleidsinformatie' beoordelen we of het kabinet over het beleid dat op een aantal terreinen wordt gevoerd, voldoende informatie geeft aan de Tweede Kamer. Ook gaan we na of deze informatie praktisch bruikbaar is: kan de Kamer aan de hand ervan beoordelen of een minister zijn beleidskeuzes goed heeft onderbouwd en of de beoogde doelen en effecten (zullen) worden bereikt?

Dit jaar hebben we de aandacht gericht op de zes beleidsprioriteiten ('pijlers') van het vierde kabinet-Balkenende. Binnen elk van die pijlers hebben we van één doelstelling onderzocht hoe het kabinet de Kamer heeft geïnformeerd.

Conclusies

Het kabinet wil aanspreekbaar zijn op de in het regeerakkoord ('beleidsprogramma') benoemde beleidsprioriteiten. De manier waarop de door ons onderzochte doelen zijn geformuleerd en onderbouwd, en de manier waarop de voortgang ervan zal worden gemeten, maken dat echter lastig. Om straks te kunnen controleren of de doelen zijn bereikt en of de ingezette maatregelen het gewenste effect hebben gehad, heeft de Tweede Kamer betere informatie nodig.

Het gaat dan om te beginnen om de onderbouwing: er hoort duidelijk te zijn aangegeven welk probleem met de voorgenomen maatregelen precies wordt aangepakt. En ook: waarom te verwachten valt dat de maatregelen effect zullen sorteren. Bij sommige beleidsprioriteiten van het kabinet is de informatievoorziening aan de Kamer op deze punten niet toereikend. Een voorbeeld is de voorgenomen afslanking van de rijksdienst. Het kabinet vermeldt wel enkele overwegingen om de rijksdienst "kleiner en beter" te maken, maar die zijn zo algemeen dat ze weinig houvast bieden om de noodzaak van het omvangrijke reorganisatieprogramma te beargumenteren.

Verder is van belang dat de beleidsdoelen van het kabinet specifiek en meetbaar zijn geformuleerd en dat de voor die doelen begrote uitgaven te relateren zijn aan de prestaties die zijn aangekondigd. Ook op deze punten is nog verbetering mogelijk. We zien dat bijvoorbeeld bij de doelstelling van het kabinet om te bevorderen dat er 80.000 tot 100.000 nieuwe woningen per jaar bij komen. In welke situatie precies gesproken kan worden van voldoende 'bevordering' is onduidelijk, dus het zal niet goed mogelijk zijn om de minister voor Wonen, Wijken en Integratie hierop aan te spreken. Een ander voorbeeld vormt het beleid om de criminaliteit en de fietsendiefstal terug te dringen. De ministers van BZK en van Justitie hebben in hun begrotingen niet aangegeven hoe zij denken dat hun maatregelen zullen bijdragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Hierdoor wordt het voor de Kamer lastig om goed zicht te houden op de voortgang van dit beleid.

Wij zien een positieve ontwikkeling in de manier waarop ministers proberen de resultaten van hun beleid te meten. Het is wel zaak dat de Kamer over die resultaten ook goede informatie krijgt.

Omhoog

Aanbevelingen

Ministers zouden de begrotingen voor 2009 en de jaarverslagen over 2008 moeten gebruiken om de Tweede Kamer beter te informeren over voorgenomen en gerealiseerd beleid. Hiermee bedoelen we niet dat zij meer informatie naar de Kamer moeten sturen. Het gaat om relevantere informatie.

Ministers zouden beter moeten aangeven welk probleem moet worden opgelost en hoe zij denken dat hun beleid daaraan zal bijdragen. Beleidskeuzes zijn idealiter onderbouwd met bewezen werkzame maatregelen.

Ook zouden ministers hun beleidsdoelen waar mogelijk specifieker en meetbaarder moeten maken, en de doelen, prestaties en uitgaven inzichtelijker aan elkaar moeten koppelen.

Omhoog

Reactie ministers

De meeste ministers geven aan dat ze onze algemene aanbevelingen onderschrijven. Bevorderen dat beleid vooraf goed wordt onderbouwd en achteraf systematisch wordt geëvalueerd, beschouwen ze als de twee belangrijkste sporen om te komen tot doelmatiger beleid. In hun specifieke reacties wijzen de bewindspersonen op een factor die een optimale vervulling van onze aanbevelingen zou bemoeilijken: hun afhankelijkheid van derden bij de beleidsvoorbereiding en -uitvoering.

Omhoog

 

Bekijk het rapport

Bijbehorende stukken

Volledige versie