U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Sommige problemen in onze samenleving hebben zoveel verschillende kanten dat er uiteenlopende expertise nodig is om ze aan te pakken. Al die expertise is vaak niet in één enkele organisatie te vinden. De verschillende onderdelen van het probleem kunnen dan beter door gespecialiseerde organisaties worden aangepakt. Tezamen vormen zij de schakels van een keten. De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het functioneren van dergelijke samenwerkingsketens in het publieke domein. We hebben onderzocht welke factoren bepalen dat een samenwerkingsketen goed functioneert of juist niet.
Ketenbesef op de werkvloer
PDF, 1271 kB
We hebben het onderzoek toegespitst op drie samenwerkingsketens:
In de keten die toezicht moet houden op het verwijderen van asbest uit slooppanden is de samenwerking het minst ver ontwikkeld. Er is tussen de betrokken organisaties (gemeenten, provincies, politie, Arbeidsinspectie, VROM-Inspectie en Inspectie Verkeer en Waterstaat) geen sprake van structurele afstemming, informatie-uitwisseling en eenheid van optreden. Er zijn indicaties dat er op grote schaal illegaal wordt gesloopt zonder dat gemeente, politie of inspecties daar zicht op hebben. Calculerende bedrijven nemen het niet zo nauw met de regels. De pakkans is gering, omdat de ketenpartners maar over een beperkte toezichtscapaciteit beschikken.
Bij de aanpak van kindermishandelingverloopt de samenwerking tussen de betrokken organisaties beter. De rollen binnen de keten zijn redelijk duidelijk afgebakend: de gemeente is eerstverantwoordelijk voor preventie en lichte hulpverlening, de provinciale Bureaus Jeugdzorg zijn eerstverantwoordelijk voor verdergaande hulpverlening, de Raad voor de Kinderbescherming en de rechtspraak wegen af welke maatregelen opgelegd moeten worden. Toch doen zich soms grote problemen voor in de afstemming tussen hulpverleners. Zo verlopen de signalering en melding van kindermishandeling niet optimaal, en hebben ouders en kinderen te maken met lange wacht- en doorlooptijden. Het ontbreekt in deze keten aan duidelijke regie, terwijl die wel nodig is. De informatie-uitwisseling tussen en binnen de betrokken organisaties is slecht georganiseerd.
In de acute zorgverleningverloopt de ketensamenwerking het best. Hoewel er van expliciete regie geen sprake is, weten de afzonderlijke 'schakels' (de 112-meldkamer, ambulancediensten, spoedeisende-hulpafdelingen in ziekenhuizen, huisartsenposten enzovoort) in de meeste gevallen wat ze moeten doen en welke eisen de volgende schakel stelt. Wat in deze keten nog wel verbeterd kan worden zijn de aanrijtijden van ambulances en de betrouwbaarheid en deskundigheid van sommige spoedeisende-hulpafdelingen en huisartsenposten.
De verschillen tussen de drie ketens laten zich op verschillende manieren verklaren. Ten eerste kost het tijd voordat organisaties samenwerking goed op orde hebben. De samenwerking tussen de handhavende organisaties in de asbesttoezichtketen is pas in 2005 gestart, terwijl de acute zorgketen al tientallen jaren functioneert. Ten tweede nopen urgentere problemen tot meer samenwerking; dit is vooral in de acute zorg een grote stimulans. Ten slotte is ketensamenwerking moeilijker als de betreffende organisaties er naast het werkgebied van de keten nog veel andere taken bij hebben, zoals het geval is bij veel inspecties en gemeentelijke diensten.
OmhoogDe ministers van VROM en van SZW zouden een rondetafelgesprek moeten organiseren tussen alle schakels in het toezicht op asbestverwijdering. Daarin moet de vraag centraal staan hoe de kwaliteit van het toezicht kan worden vergroot, opdat de risico's tijdens sloopwerken, tijdens asbesttransporten en rond stortplaatsen worden teruggedrongen. Verder zou periodiek gemeten moeten worden in welke mate de asbestregelgeving wordt overtreden. Tegelijkertijd zou moeten worden onderzocht of de activiteiten van de VROM-Inspectie wel het gewenste effect hebben.
De minister voor Jeugd en Gezin zou ervoor moeten zorgen dat maatregelen om de doorlooptijden in de hulpverlening aan slachtoffers van kindermishandeling te verkorten zich op het gehele traject van melding tot daadwerkelijke hulp richten, en niet ophouden bij de uitspraak van de rechter. Verder zou het onderzoek naar de doeltreffendheid van preventie- en behandelmethoden moeten worden uitgebreid. Ook zou de minister ervoor moeten zorgen dat het 'casemanagement' rond kinderen in het hulpverleningscircuit verbetert.
De minister van VWS zou een open discussie over de voor- en nadelen van geïntegreerde spoedzorgposten (waarin zowel huisartsenpost als afdeling spoedeisende hulp zijn gehuisvest) moeten bevorderen. De minister zou verder de Inspectie voor de Gezondheidszorg moeten faciliteren om op korte termijn onderzoek te doen naar de kwaliteit van de spoedeisende hulpverlening.
OmhoogOp het gebied van asbesttoezicht hebben de betrokken ministers (van VROM, SZW, Justitie en VenW) onze aanbevelingen in een gezamenlijke reactie overgenomen. Ook de minister van VWS heeft instemmend gereageerd. De minister voor Jeugd en Gezin is niet ingegaan op onze aanbeveling om bij de verkorting van de doorlooptijden ook de daadwerkelijke hulpverlening te betrekken.
OmhoogReactie |
27 maart 2008
|
PDF, 192 kb
|
Ketenbesef op de werkvloer
Reactie |
27 maart 2008
|
PDF, 275 kb
|
Ketenbesef op de werkvloer
Reactie |
27 maart 2008
|
PDF, 331 kb
|
Ketenbesef op de werkvloer
Rapport |
27 maart 2008
|
PDF, 1271 kb
|
Ketenbesef op de werkvloer
27-03-2008 |
PDF, 1271 kB