Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Beroepspraktijkvorming in het mbo

Scholen kunnen mbo-leerlingen op de werkvloer beter begeleiden. Zo blijkt uit onderzoeksrapport van Algemene Rekenkamer.

Beroepspraktijkvorming in het mbo PDF, 2611 kB


De Algemene Rekenkamer heeft van eind 2005 tot medio 2007 onderzoek gedaan naar beroepspraktijkvorming (BPV) in het mbo. Dat is het wettelijk verplichte onderricht binnen het mbo, waar leerlingen het vak waarvoor ze worden opgeleid in de praktijk oefenen. Belangrijke redenen voor dit onderzoek waren enerzijds de signalen, in 2004 en 2005, dat er te weinig BPV-plekken voor mbo'ers zouden zijn, en anderzijds het grote belang van de praktijkcomponent binnen elke mbo-opleiding.

Conclusies

Onze hoofdconclusie is dat BPV naar ons oordeel te vrijblijvend is geregeld voor optimale resultaten. Voor goede resultaten met BPV is een goede samenwerking tussen alle betrokkenen van wezenlijk belang. Uit ons onderzoek blijkt dat deze samenwerking in het stelsel zoals het nu werkt, lang niet altijd vanzelf tot stand komt en ook lang niet altijd zo goed is als ze zou moeten zijn. Wij hebben de hoofdconclusie uitgewerkt in deelconclusies (zie het rapport). Daarin plaatsen we kritische kanttekeningen bij het doen (of nalaten) van de belangrijkste betrokkenen bij BPV. Tegelijkertijd vinden we dat dit doen of nalaten vaak wel te begrijpen valt in het licht van onze hoofdconclusie: dat één en ander te vrijblijvend geregeld is om optimale resultaten te halen. Waar binnen dit stelsel van partijen vaak geen duidelijk «doen» wordt gevraagd, is te begrijpen dat zij bepaalde dingen niet (uit zichzelf) doen, temeer omdat zij ook verder genoeg om handen hebben.

Omhoog

Aandachtspunten

In dit rapport hebben wij het beeld geschetst dat wij op basis van ons onderzoek hebben gekregen van hoe BPV in de praktijk verloopt. Voor goede prestaties van het stelsel als geheel is het van belang dat partijen goed samenwerken. Uit ons onderzoek blijkt dat die samenwerking op dit moment niet vanzelf tot stand komt. In ons onderzoek hebben wij onderzoeksinstrumenten ontwikkeld om in kaart te brengen hoe BPV werkt, die ook van nut kunnen zijn voor partijen zelf. Wij stellen deze graag ter beschikking aan de betrokken partijen, zodat zij zelf een vinger aan de pols kunnen blijven houden.

Omhoog

Bestuurlijke reacties

De staatssecretaris van OCW vindt ons onderzoek van belang, omdat ze praktijkleren als zodanig van belang vindt. Zij stelt dat het onderzoek zich richt op het «formele» praktijkleren (de BPV) en niet op allerlei vormen van beroepsoriëntatie en op kortdurende stages. De staatssecretaris vindt in het onderzoek geen aanleiding om grootschalige wijzigingen aan te brengen in taken en verantwoordelijkheden van partijen, hoewel er in de dagelijkse praktijk wel onduidelijkheid bestaat over die verantwoordelijkheidsverdeling. De staatssecretaris wil over een aantal onderwerpen afspraken maken, en die vastleggen in het bestuursakkoord dat zij begin 2008 wil afsluiten met de MBO Raad en Colo. Deze punten zullen in elk geval de kwaliteit van de begeleiding van de leerling betreffen, en de kwaliteit van de ondersteuning van de leerbedrijven. De MBO Raad schrijft in haar reactie dat haar leden de problemen met begeleiding en communicatie herkennen, en dat deze punten al eerder door de sector actief zijn aangepakt. De MBO Raad mist in ons onderzoek de recente veranderingen in het mbo als context: het competentiegerichte onderwijs waarin het praktijkleren centraal staat. Colo en de kenniscentra vinden dat onze conclusies en aanbevelingen bijdragen aan het verbeteren van BPV. De kenniscentra onderschrijven ons oordeel dat BPV te vrijblijvend is geregeld voor optimale resultaten. ROC Zadkine vindt dat ons rapport een heldere samenvatting geeft van de realiteit, maar worstelt in de praktijk met regelmatig schuivende verwachtingen van de zijde van de overheid: de ene keer verwacht de overheid dat het ROC zijn verantwoordelijkheid neemt en samenwerkt met het bedrijfsleven en de andere keer gaat zij zelf op de bestuursstoel zitten.

Omhoog

 

Volledige versie