U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

'Monitoring verwerving Joint Strike Fighter: stand van zaken september 2007'

In dit rapport gaat de Algemene Rekenkamer in op de prijs en de kosten van de Joint Strike Fighter, de businesscase en de voorbereidingen van het Ministerie van Defensie op de komst van de Joint Strike Fighter.

Monitoring verwerving Joint Strike Fighter PDF, 1580 kB


Onderzoek

We hebben onderzoek gedaan naar de stand van zaken rond de verwerving van de Joint Strike Fighter (JSF). In 2002 besloot het kabinet, na goedkeuring van de Tweede Kamer, te participeren aan het JSF-programma, nadat het kabinet de JSF had aangemerkt als de meest waarschijnlijke opvolger voor het militaire jachtvliegtuig de F-16.

Sindsdien monitoren wij de verwerving van de JSF en rapporteren daarover regelmatig aan de Tweede Kamer. In dit rapport presenteren wij de stand van zaken tot september 2007. We gaan in op de kostenontwikkeling van het JSF-programma, de rol van de Nederlandse industrie en op de voorbereiding van de JSF-projectorganisatie op de komst van de JSF.

Conclusies

Wij concluderen dat de Ministeries van Defensie en van Economische Zaken (EZ) goed op weg zijn om de onduidelijkheden over het JSF-programma zo veel mogelijk op te helderen. Desondanks is de kans groot dat besluitvorming over de aanschaf van de JSF plaatsvindt zonder dat er zekerheid bestaat over de uiteindelijke kosten. We zien ruimte voor verbetering in de informatievoorziening over de kostenontwikkeling en we constateren enkele knelpunten in de manier waarop de JSF-projectorganisatie van het Ministerie van Defensie zich voorbereidt op de komst van de JSF.

Kosten

Een volledig overzicht van de kosten van het JSF-programma voor Nederland ontbreekt omdat sommige JSF-kosten buiten de projectdefinitie vallen die het Ministerie van Defensie hanteert voor het project 'vervanging F-16'. Daarnaast zijn de kosten niet onderling vergelijkbaar, omdat de Ministeries van Defensie en van EZ verschillende prijspeilen en valuta hanteren.

Ook concluderen wij dat het Ministerie van Defensie geen volledig en accuraat beeld heeft van de kostprijs van de JSF wegens beperkte toegang tot de informatie van de Amerikaanse hoofdaannemer Lockheed Martin.

De methodiek van de horizontalelijnprijs die het Ministerie van Defensie heeft voorgesteld zorgt ervoor dat elk partnerland uiteindelijk dezelfde prijs zal betalen voor een toestel, ongeacht of het vooraan of achteraan in de productielijn zit. Het nadeel van deze methodiek is echter dat de definitieve stuksprijs pas aan het einde van de productiereeks bekend is.

Inschakeling Nederlandse industrie

Uit een rekenmodel, de business case, is gebleken dat participatie aan het JSF-programma meer zou kosten dan «van de plank» kopen. Het Nederlandse bedrijfsleven is met de Staat overeengekomen dit verschil te dichten door een nader te bepalen percentage van de JSF-omzet af te dragen aan de Staat.

Tot 1 juli 2008 bedraagt dit afdrachtspercentage 3,5 %. In juli 2008 wordt de business case herijkt en het afdrachtpercentage opnieuw vastgesteld. Het afdrachtspercentage voor de industrie zal waarschijnlijk aanzienlijk hoger uitvallen dan 3,5 %. Volgens een berekening van de Ministeries van Defensie en van EZ bedraagt het afdrachtspercentage 5,17%, als het op 1 januari 2007 herijkt zou worden.

Voorbereiding op komst JSF

Uit een studie van het Ministerie van Defensie blijkt dat de integratie van twee nieuwe ICT-systemen, de Enterprise Resource Planning(ERP) en het Autonomous Logistics Information System (ALIS) een groot risico vormt voor de implementatie en het tijdig operationeel krijgen van de JSF.

De krappe bezetting van de JSF-projectorganisatie van het Ministerie van Defensie in Nederland vormt ook een risico voor de voorbereiding op de mogelijke komst van de JSF. In september 2007 is 6,5 fte van de 20 fte nog niet opgevuld. De werklast is daardoor onevenredig hoog en er is een beperkte achtervang.

Omhoog

Aanbevelingen

Wij bevelen de minister van Defensie aan om de Tweede Kamer nu en in de toekomst een volledig inzicht verschaffen in alle kosten van het JSF-programma voor Nederland en deze kosten eenduidig en vergelijkbaar weer te geven.

Verder bevelen we de Minister van Defensie aan de IT-governancevan het JSF-programma door te lichten en inzicht te krijgen in de Amerikaanse JSF-projectorganisatie, omdat Ministerie van Defensie voor ALIS ook afhankelijk is van de ontwikkeling van softwaresystemen in de VS. We bevelen de minister ook aan de personele bezetting van de JSF-projectorganisatie op peil te brengen.

Omhoog

Reactie ministers

De minister van Defensie heeft op 27 november 2007 gereageerd op ons rapport, mede namens de minister van EZ en de minister van Financiën. De minister stelt dat de projectdefinitie die wordt gehanteerd in de jaarrapportage «Vervanging F-16» leidend is en dat een aantal van de door ons opgevoerde kosten buiten de projectdefinitie vallen.

Ook verschilt de minister van Defensie met ons van mening over het feit dat het ministerie naar verwachting nooit een volledig accuraat beeld zal krijgen van de kostprijs van een JSF-toestel.

Verder stelt de minister dat de uiteindelijke compensatie voor relatief dure toestellen in de beginfase van het programma niet de belangrijkste stimulans is geweest om op een horizontalelijnprijs in te zetten. De belangrijkste stimulans om tot een horizontalelijnprijs te komen was het vergroten van de stabiliteit in het programma.

De minister vindt onze conclusie dat bij de herijking van de business case het definitieve afdrachtspercentage in juli 2008 waarschijnlijk aanzienlijk hoger gaat uitvallen voorbarig.

Ten slotte geeft de minister aan de risico's van de koppeling van informatiesystemen en de personele bezetting van de projectorganisatie te onderkennen. De auditdiensten van de Ministeries van Defensie en van EZ doen daarom een gezamenlijk onderzoek naar de toereikendheid van het projectbeheer.

Omhoog

Stand van zaken

 

Volledige versie