U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
De tarieven voor stadsverwarming komen niet transparant tot stand. Bovendien ontbreekt onafhankelijk toezicht op de tariefstelling.
Tariefstelling stadsverwarming
PDF, 507 kB
Wij hebben onderzoek gedaan naar het tarief dat energieproducenten in rekening brengen bij consumenten van stadsverwarming. EnergieNed, de brancheorganisatie van energiebedrijven, gaat bij de berekening van het warmtetarief uit van het principe dat deze consumenten niet duurder uit mogen zijn dan wanneer zij via een eigen gasaansluiting in hun energievoorziening hadden kunnen voorzien. Wij hebben onderzocht of het recht van stadsverwarmingsklanten op dit 'niet-meer-dan-anders'-tarief wel goed wordt beschermd door de overheid.
Conclusies
Het tarief voor stadsverwarming komt niet transparant en objectief tot stand.
Zo is onduidelijk hoe de eenmalige bijdragen worden berekend. Ook de totstandkoming van de warmteprijs zelf is niet te verifiëren door de consument, aangezien de gegevens die brancheorganisatie EnergieNed hiervoor gebruikt, vertrouwelijk zijn.
Onafhankelijk toezicht op de tariefstelling is er niet. Hierdoor valt niet uit te sluiten dat sommige afnemers van stadsverwarming duurder uit zijn dan wanneer zij via een gasaansluiting in hun energievoorziening hadden kunnen voorzien. Dat zou in strijd zijn met het 'niet-meer-dan-anders'-principe dat de energiebedrijven zelf hanteren.
Wij hebben vastgesteld dat in elk geval bewoners van nieuwe woningen met stadsverwarming waarschijnlijk te veel betalen. Dat hangt samen met de manier waarop EnergieNed de warmteprijs berekent: aan de hand van het gemiddelde energieverbruik in gasgestookte woningen. In die 'referentiewoningen' zijn relatief veel conventionele, minder rendabele CV-ketels aanwezig. In de berekening van de warmteprijs wordt daarmee onvoldoende rekening gehouden, zodat bewoners van nieuwe woningen met stadsverwarming in het nadeel zijn.
De ontwerp-Warmtewet waaraan in de Tweede Kamer wordt gewerkt, biedt oplossingen voor veel van de geschetste problemen. Er blijven echter knelpunten bestaan. In het wetsvoorstel is bijvoorbeeld níet geregeld dat leveranciers van stadsverwarming betrouwbare verantwoordingsinformatie moeten verstrekken in hun jaarverslag. Ook het gebrekkige inzicht in de eenmalige 'aansluitbijdrage' die bij stadsverwarmingsklanten in rekening wordt gebracht, wordt in het wetsvoorstel niet verbeterd.
Aanbevelingen
De gegevens die worden gebruikt bij de tariefstelling, en ook de berekening die op deze gegevens wordt uitgevoerd, zouden geverifieerd moeten worden door een onafhankelijke toezichthouder.
Bij de evaluatie van het stadsverwarmingsbeleid zou nagegaan moeten worden of specifieke groepen niet te veel nadeel ondervinden van de gehanteerde methoden. Daarbij zou vooral moeten worden gekeken naar de spanning tussen het energieverbruik van nieuwe en dat van oude woningen.
De belangen van de afnemers van stadsverwarming moeten bij gebrek aan keuzevrijheid (consumenten van stadsverwarming kunnen niet overstappen naar een andere energieleverancier) te worden beschermd door wetgeving en onafhankelijk toezicht. De in 2007 ingestelde Consumentenautoriteit kan hierbij een functie vervullen.
Leveranciers van stadsverwarming zouden hun jaarverslag vergezeld moeten laten gaan van een accountantsverklaring waarin staat dat het tariefadvies goed is toegepast en doorberekend aan de klanten.
De berekeningswijze van de warmteprijs en de normen voor transparantie over de bedrijfseconomische resultaten van stadsverwarmingsprojecten zouden uitgewerkt moeten worden in beleidsregels en een algemene maatregel van bestuur.
Reacties minister van EZ en EnergieNed
De minister van Economische Zaken vindt dat onze hoofdconclusie enige nuancering behoeft. De manier waarop het tarief wordt berekend is volgens haar een technisch ingewikkelde materie, waarbij bepaalde aannames onvermijdelijk zijn om niet tot een heel gedifferentieerde tariefstelling te komen. De minister onderschrijft echter onze aanbevelingen en stelt dat het publiek belang gediend is met wettelijke verankering van de leveringszekerheid van warmte en onafhankelijk toezicht op de tariefstelling.
EnergieNed is het met ons eens dat als de tariefstelling voor stadsverwarming door een onafhankelijke partij gecontroleerd en vastgesteld wordt, veel discussies voorkomen kunnen worden. Wel heeft EnergieNed moeite met de wijze waarop wij tot een aantal bevindingen zijn gekomen; zij betreurt de kritische toonzetting tegen het tariefadvies van EnergieNed.
Stand van zaken
Het rapport is op 24 april 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Kamervragen |
18-06-2007
|
PDF, 35 kb
|
Tariefstelling stadsverwarming
Vastgesteld 18 juni 2007
Kamervragen |
14-06-2007
|
PDF, 18 kb
|
Tariefstelling stadsverwarming
Vastgesteld 14 juni 2007
Reactie |
24-04-2007
|
PDF, 3261 kb
|
Tariefstelling stadsverwarming
Reactie |
24-04-2007
|
PDF, 166 kb
|
Tariefstelling stadsverwarming
Rapport |
24-04-2007
|
PDF, 507 kb
|
Tariefstelling stadsverwarming
19-05-2009 |
PDF, 507 kB