Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Verantwoording en toezicht bij rechtspersonen met een wettelijke taak, deel 5

De informatie aan de Tweede Kamer over zelfstandige instellingen met een wettelijke taak is nog niet optimaal geregeld.

Verantwoording en toezicht bij rechtspersonen met een wettelijke taak, deel 5 PDF, 409 kB


Begin jaren negentig bleek dat er sprake was van een leemte in de parlementaire controle op zelfstandige organen die belast zijn met de uitvoering van rijksbeleid. Omdat iedere burger te maken heeft met de diensten en producten van deze instellingen is de parlementaire controle daarop maatschappelijk zeer relevant. Deze instellingen noemt de Algemene Rekenkamer rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's), zelfstandige organisaties die wettelijke taken uitvoeren en met overheidsgeld worden gefinancierd, zoals universiteiten, politieregio's, de NOS, het Kadaster, het UWV, Staatsbosbeheer, TNO en de AFM. Jaarlijks gaat er veel geld om bij de RWT's (ongeveer € 120 miljard).

Achtereenvolgende kabinetten hebben sinds medio jaren negentig gewerkt aan kaders voor een betere ordening van sturing, toezicht en verantwoording bij deze instellingen. In 1998 begon de Algemene Rekenkamer een meerjarig onderzoek naar de ontwikkeling van verantwoording en toezicht bij RWT's. Het doel was te stimuleren dat ministers in 2005 in staat zouden zijn de Staten-Generaal te informeren over het functioneren van deze instellingen. In dit rapport staat in hoeverre daar eind 2005 sprake van was.

Conclusies

Ten opzichte van 1997 is duidelijk vooruitgang geboekt in het toezicht op de RWT's en de verantwoording door deze instellingen. De ministeries en RWT's voldoen vrijwel geheel aan de wet- en regelgeving die betrekking heeft op verschillende elementen van de toezichts- en verantwoordingsketen. Maar de huidige wet- en regelgeving garandeert niet dat de Staten-Generaal op hoofdlijnen het gewenste inzicht in het functioneren van de RWT's wordt geboden. De Algemene Rekenkamer verstaat onder 'het gewenste toezicht': het inzicht dat nodig is voor de parlementaire controle door de Staten-Generaal.

Omhoog

Reactie kabinet

Het kabinet geeft aan dat de overheid voor het bereiken van de maatschappelijke doelstellingen de primaire verantwoordelijkheid steeds meer neerlegt bij de RWT's. De lijn is dat naarmate het interne toezicht van deze organisaties op orde is, de overheid meer kan terugtreden. De overheid richt zich dan op de borging van het publieke belang op het zogenoemde systeemniveau, met een daarbij passende verantwoording aan het parlement. Wij plaatsen drie kanttekeningen bij dit standpunt. Wij wijzen op de eigen functie van het intern toezicht bij de RWT's die weinig zegt over toezicht door een minister, op de ontwikkeling die het intern toezicht bij een deel van de RWT's nog moet doormaken en ten slotte op de noodzaak dat de ministers de door hen genoemde 'borging van het publiek belang op systeemniveau' en de 'daarbij passende verantwoording aan het parlement' uitwerken in concrete maatregelen.

Het rijksbrede rapport is opgedeeld in twee delen: deel I is de beknopte rapportage op hoofdlijnen en deel II is de uitgebreide uitwerking naar thema's en ministeries.

 

Deel I: Rapportage op hoofdlijnen

Deel II: Uitwerking naar thema's en ministeries

 

Omhoog

Ministeries

Naast het rijksbrede onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer ook twaalf departementale rapporten gepubliceerd.

 

 

Omhoog

Achtergrondstudie

In deze studie presenteert zij een instrument om de variëteit aan organisaties tussen publiek en privaat te beschrijven: het 'publiek-privaat profiel'. Daarnaast brengt zij kansen en risico's voor goed bestuur in beeld. Europa is bijvoorbeeld een van die kansen. Het is van belang dat organisaties weten welke kansen de Europese wet- en regelgeving biedt, zoals de mogelijkheid van subsidies. Maar ze moeten ook weten wat de consequenties zijn van het niet voldoen aan Europese wet- en regelgeving, zoals boetes. Een risico is de stapeling van codes voor goed bestuur, waardoor de positieve effecten van deregulering deels teniet worden gedaan. De studie laat zien dat het onduidelijk is of instellingen codes naleven.

Omhoog

 

Volledige versie