U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Regels worden wereldwijd verschillend benaderd en toegepast. De eindverantwoordelijkheid voor voedselveiligheid is onduidelijk.
Ons onderzoek naar het nationale voedselveiligheidsbeleid betreft een vervolg op een eerder onderzoek. Daaruit kwam naar voren kwam dat de voedselveiligheid in de vleessector niet volledig gewaarborgd was, omdat niet alle schakels in het productieproces in samenhang met elkaar werden geanalyseerd op mogelijke risico's. We zijn nu nagegaan in hoeverre de voedselveiligheid inmiddels wordt gewaarborgd door het beleid. De praktische uitvoering van het beleid hebben we onderzocht binnen een specifieke schakel in de voedselproductieketen: de diervoedersector.
De eindverantwoordelijkheid voor het voedselveiligheidsbeleid is niet altijd duidelijk. De minister van VWS stelt volksgezondheidsnormen voor levensmiddelen en de minister van LNV neemt eventuele maatregelen om aan deze normen te voldoen. Bij verschil van inzicht over de reikwijdte van te treffen maatregelen of over de vraag of überhaupt maatregelen moeten worden getroffen, is onduidelijk wie er beslist.
In de diervoedersector zijn de taken en verantwoordelijkheden van de Voedsel- en Warenautoriteit en de Algemene Inspectiedienst niet goed geregeld. Zo is niet duidelijk wie in crisissituaties het voortouw neemt. Bovendien bestaan er doublures in het controlewerk.
De internationale (vooral Europese) regels die het Nederlandse voedselveiligheidsbeleid grotendeels bepalen worden wereldwijd verschillend geïnterpreteerd en toegepast. Ook binnen de EU wordt hierdoor vaak verschillend opgetreden. In die gevallen is dus geen sprake van een uniforme waarborging van de voedselveiligheid.
OmhoogDe ministers van LNV en VWS moeten meer aandacht schenken aan adequate aansturing van en afstemming tussen de diverse controle-instanties.
De controle-instanties zouden samen moeten inschatten waar zich in de voedselketen de grootste risico's voor de volksgezondheid voordoen. Ook zouden ze meer aandacht moeten hebben voor de 'witte vlekken' in de handhaving, zoals niet-sluitende controle op de verwerking van rest- en afvalstromen die in het diervoer terecht kunnen komen, productiebedrijven die niet aan kwaliteitszorgsystemen meedoen, en de import van diervoeders van buiten de EU.
OmhoogDe ministers van LNV en VWS onderschrijven de meeste conclusies en aanbevelingen. De verantwoordelijkheidsverdeling op het terrein van de voedselveiligheid is volgens beiden echter eenduidig vastgelegd. De minister van Justitie problematiseert de verantwoordelijkheidsverdeling wel. Hij vraagt zich ook af of de Voedsel- en Warenautoriteit in staat is haar positie als onafhankelijk controleur overeind te houden als de verantwoordelijkheid van de minister van LNV in het geding is. De Algemene Rekenkamer onderstreept deze waarschuwing.
Omhoog
Kamervragen |
02-02-2006
|
PDF, 25 kb
|
Voedselveiligheid en diervoeders
Vastgesteld op 2 februari 2006
Rapport |
08-12-2005
|
PDF, 483 kb
|
Voedselveiligheid en diervoeders
5-06-2009 |
PDF, 483 kB