U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Immigratie- en Naturalisatiedienst

Het IND onderzoek dat is uitgevoerd op verzoek van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, is toegespitst op de reguliere toelating van vreemdelingen voor werk, studie of gezinshereniging (in 2004 ruim 286.000 aanvragen).

Rapport PDF, 1224 kB


Onderzoek

Het onderzoek naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst, dat is uitgevoerd op verzoek van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (V&I), is toegespitst op de reguliere toelating van vreemdelingen voor werk, studie of gezinshereniging (in 2004 ruim 286.000 aanvragen). Het onderzoek richt zich vooral op de criteria tijdigheid en zorgvuldigheid bij het beoordelen van aanvragen voor Machtigingen Voorlopig Verblijf, reguliere verblijfsvergunningen en bij bezwaarschriften.

Conclusies

Vreemdelingen die een aanvraag doen voor een reguliere verblijfsvergunning lopen het risico niet tijdig een beslissing te krijgen op hun aanvraag. Oorzaken hiervan liggen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst zelf, maar ook in het functioneren van de keten van organisaties die samenwerken bij de toelating van vreemdelingen (de vreemdelingenketen). Doordat goede afstemming ontbreekt, voelt niemand zich voor het geheel verantwoordelijk, kost de overdracht van aanvragen veel tijd en is er een grote kans op fouten. Er zijn geen heldere afspraken over hoeveel tijd ieder mag besteden aan het behandelen van een aanvraag en deze tijd wordt deels niet geregistreerd.

Omhoog

Aanbevelingen

De Algemene Rekenkamer wijst erop dat ook binnen de gedecentraliseerde eenheidsstaat Nederland, de vreemdeling moet kunnen rekenen op een zorgvuldige overheid die organiseert dat hij of zij de correcte beslissing over verblijf tijdig ontvangt. Zij beveelt de IND aan om de SVB te vragen als twinningpartner voor een periode van 2 à 3 jaar.

Omhoog

Reactie ministers en overige ketenpartners

De minister voor V&I onderschrijft de meeste conclusies en aanbevelingen en kondigt aan dat er een kabinetsreactie over het rapport naar de Tweede Kamer gezonden zal worden. De ketenpartners zien verschillende oplossingen. De minister van BZK verwijst naar de eigenstandige rol van politiekorpsen en gemeenten. De ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie zien de oplossing in meer samenwerking. De VNG wil beter overleg met gemeenten, en het Korpsbeheerdersberaad stelt voor gezamenlijke ketendoelen vooraf te definiëren. De Algemene Rekenkamer wijst er in het nawoord op dat er geen eenheid van opvatting is over de regie, sturing en organisatie van de keten en wacht de kabinetsreactie af.

Omhoog

Stand van zaken

 

Volledige versie