Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Toezicht op markten

Voor deze achtergrondstudie hebben we bestaande literatuur en kamerstukken gennventariseerd en geanalyseerd.

Toezicht op markten PDF, 146 kB


De Algemene Rekenkamer heeft in januari 2005 een achtergrondstudie uitgebracht over 'toezicht op markten'. In deze studie zijn we nagegaan welke aspecten van belang zijn bij de beschouwing van het fenomeen 'markttoezicht'. Het doel van deze studie is: een bijdrage leveren aan het denken over markttoezicht. We komen in dit stuk dus niet met conclusies, oordelen en aanbevelingen, zoals in onze onderzoeksrapporten. Eerder, in juni 2004, hebben wij een onderzoek gepubliceerd naar de prestaties van de Autoriteit Financiële Markten bij het tegengaan van oneerlijke effectenhandel, dat wél oordelen en aanbevelingen bevat. Het gedachtegoed uit de achtergrondstudie is uitgewerkt in een normenkader dat is toegepast in het onderzoek 'Toezicht op mededinging door de NMa' als eerste van een reeks onderzoeken naar markttoezichthouders.

Aanleiding achtergrondstudie Toezicht op markten

Vanaf 1997 zijn de nutssectoren - telecommunicatie, gas en elektriciteit, vervoer - geliberaliseerd. Het voornemen was om vanaf 2006 de zorgverzekeringsmarkt te liberaliseren en ook voor die markt een onafhankelijke toezichthouder in te stellen (de huidige Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Daarnaast is het toezicht versterkt in de financiële sector, die vanouds wel marktwerking kent, maar waar deze vanwege verdere liberalisering extra bescherming behoeft.

Eind juni 2004 heeft het kabinet een 'Visie op markttoezicht' naar de Tweede Kamer gestuurd, als reactie op een motie van de Tweede Kamer, de 'motie-Heemskerk'. Deze visie gaat in op de functie en vormgeving van markttoezicht, en op de relatie tussen toezicht en beleid. In een brief van 5 november 2004 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken de vragen beantwoord van de vaste commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer over de visie. Bij deze brief was een studie gevoegd van een onderzoeksbureau uit Oxford, OXERA, 'Costs and Benefits of Market Regulators'.

Om wat voor toezicht gaat het hier?

Het afgelopen decennium zijn markten geliberaliseerd en is een aantal staatsmonopolies geprivatiseerd. De rol van de overheid is veranderd: een aantal taken die voorheen uitsluitend door de overheid werden uitgevoerd worden nu overgelaten aan 'de markt'. Maar helemaal loslaten deed de overheid niet: zij bleef toezicht houden. En wel twee soorten toezicht:

Algemeen toezicht, dat erop gericht is om concurrentie in stand te houden. Dit toezicht dekt in principe alle gebieden met marktwerking af. Het Nederlandse algemene mededingingsbeleid is neergelegd in de Mededingingswet (1998). De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) handhaaft deze wet.

Toezicht op marktwerking in bepaalde economische sectoren. Dit gebeurt in sectoren zoals bijvoorbeeld telecommunicatie, energie en vervoer, die recent zijn geliberaliseerd en op weg zijn naar een 'gewone marktsituatie'. Het doel van dít toezicht is: concurrentie tot stand brengen. Daarbij letten deze toezichthouders er ook op dat dat niet ten koste gaat van andere publieke belangen, zoals bijvoorbeeld dat elektriciteit continu wordt geleverd of milieuvriendelijk wordt opgewekt.

In de achtergrond studie Toezicht op markten zijn alleen de toezichthouders meegenomen die specifiek de marktwerking bewaken en bevorderen:

  • de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa);
  • de Dienst uitvoering en toezicht Energie (DTe);
  • de Vervoerkamer;
  • de Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit (OPTA);
  • de Autoriteit Financiële Markten (AFM);
  • de beoogde Nederlandse Zorgautoriteit (Zorgautoriteit).
Omhoog

Inhoud van de achtergrondstudie

In de studie worden besproken:

  • de organisatie van het toezicht;

  • toezichtbeleid: waarop is het toezicht gericht, welke middelen worden ingezet;

  • de uitvoering van het toezicht;

  • de resultaten van het toezicht;

  • de verantwoordelijkheid van de minister voor het toezicht;

  • de publieke verantwoording van de toezichthouders;

  • consultatie van belanghebbenden door de toezichthouders.

Omhoog

 

Volledige versie