Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Preventieve gezondheidszorg

Mensen uit lagere-inkomensgroepen leven korter in goede gezondheid dan mensen met hogere inkomens. De acties van de overheid om dat verschil op te heffen komen nog nauwelijks van de grond.


Mensen met een lage sociaal-economische status leven korter in goede gezondheid dan mensen met een hoge sociaal-economische status. Dit komt, naast omstandigheden als werk, wonen en inkomen, door ongezonder gedrag. In 1984 maakte Nederland samen met andere lidstaten van de World Health Organisation (WHO) de afspraak deze gezondheidsverschillen te verminderen. Doelstelling was: de gemiddeld gezonde leeftijd van de groepen met een lage sociaal-economische status verlengen van 53 jaar in 2001 tot 56 jaar in 2020. De Algemene Rekenkamer heeft het beleid voor vermindering van sociaal-economische gezondheidsverschillen onderzocht.

Conclusies

De voornaamste conclusie uit het onderzoek is dat acties voor het aanpakken van sociaal-economische gezondheidsverschillen nog nauwelijks van de grond komen. Er zijn weliswaar op verschillende plaatsen in het land initiatieven genomen, maar meer dan een bescheiden begin van activiteit is dit niet. Ook in de programma's tegen roken en voor meer bewegen die de Algemene Rekenkamer heeft onderzocht is er weinig aandacht voor groepen met een lage sociaal-economische status. Deze groep rookt gemiddeld meer en beweegt minder, dus hier valt grote winst te halen.

Omhoog

Aanbevelingen

De Algemene Rekenkamer beveelt aan om de uitvoering van dit beleid voortvarend ter hand te nemen en specifieker te richten op groepen met een lage sociaal-economische status.

Omhoog

Reactie minister

De minister van VWS verwijst voor de uitvoering van het beleid ter vermindering van sociaal-economische gezondheidsverschillen naar de recent uitgebrachte nota over preventiebeleid Langer gezond leven. Hij heeft ook in het kader van de sociale pijler in het grotestedenbeleid aandacht voor het inlopen van gezondheidsachterstanden bij mensen met een lage sociaal-economische status. Daarnaast wil hij via de database Sport, bewegen en gezondheid informatie over beweegprogramma's toegankelijk laten maken. Hiermee moet de informatie-uitwisseling tussen lokale, regionale en landelijke programma's verbeteren.

 

In 2005 heeft de Algemene Rekenkamer onderzocht wat de bewindslieden met de aanbevelingen bij dit rapport hebben gedaan. De resultaten hiervan zijn gepubliceerd op 30 maart 2006 in het rapport 'Terugblik'.

Omhoog

 

Volledige versie