Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Rijk verantwoord 2002

Rijk Verantwoord, algemeen deel rechtmatigheidsonderzoek 2002 PDF, 812 kB


Bedrijfsvoering

Achteruitgang bedrijfsvoering en financieel beheer

Er is sprake van een achteruitgang in de bedrijfsvoering en met name het financieel beheer van ministeries. Van de dertien ministeries is het financieel beheer bij twee ministeries gelijk gebleven, bij drie is er een vooruitgang geconstateerd en bij acht ministeries is er sprake van een achteruitgang. Ook bij de Hoge Colleges van Staat is sprake van een achteruitgang. Met name het contractbeheer, de informatiebeveiliging, en het beleid om misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen te voorkomen zijn zwakke punten.

Omhoog

Onvolkomenheden

Aantal ernstige onvolkomenheden neemt toe

Na een gestage afname vanaf 1999 (van 13 naar 8 naar 5) constateert de Algemene Rekenkamer in 2002 een stijging van het aantal ernstige onvolkomenheden (van 5 naar 7). De Algemene Rekenkamer spreekt van een 'ernstige onvolkomenheid' als het gaat om zaken die misgaan in belangrijke processen binnen een ministerie, of als de rechtmatigheid van zeer grote bedragen in het geding is, of als zaken wijd verbreid binnen een ministerie fout gaan.

De zeven ernstige onvolkomenheden waren:

  • bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties twee:

  • het financieel beheer van het agentschap Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en het agentschap Informatie en Technologie Organisatie (ITO). Bij beide agentschappen is het contractbeheer onvoldoende en worden de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet nageleefd.

  • bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer drie:

  • ernstige problemen met de huursubsidie, problemen met het financieel beheer rond de uitgaven voor Bodemsanering en problemen in de bedrijfsvoering van het Clean Development Mechanism (CDM). Het CDM is een instrument om aan de Kyoto-afspraken voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen te voldoen.

  • bij het Ministerie van V&W één: het contractbeheer bij de Bouwdienst.

  • bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport één: het subsidiebeheer.

Omhoog

Bezwaren

.De Algemene Rekenkamer heeft in twee van deze gevallen, waar het ging om al langer spelende problemen, bezwaar gemaakt. Dit is het zwaarste instrument dat de Algemene Rekenkamer heeft. Het ging om bezwaren tegen het contractbeheer bij de KLPD en bij de Bouwdienst. De reacties van de verantwoordelijke ministers geven de Algemene Rekenkamer voldoende vertrouwen dat de onvolkomenheden op korte termijn worden opgelost. Daarom heeft zij het bezwaar uiteindelijk niet gehandhaafd.

Omhoog

Agentschappen

In 2002 had het Rijk 24 agentschappen ten opzichte van 23 in 2001. Bij acht agentschappen heeft de Algemene Rekenkamer fouten en onzekerheden (in de rechtmatigheid en of deugdelijke weergave) geconstateerd in de verantwoording of voldoet de toelichting niet geheel aan de eisen. Vorig jaar waren dat er zes. De geconstateerde fouten hebben voornamelijk betrekking op het onvoldoende naleven van de Europese aanbestedingsrichtlijnen.

Omhoog

Contractbeheer

De Algemene Rekenkamer concludeert dat de ministeries over het algemeen de Regeling contractbeheer 1996 toereikend hebben uitgewerkt voor de decentrale eenheden (directies, diensten, agentschappen). Bij de meeste ministeries ontbreekt echter op centraal niveau een goed inzicht in de wijze waarop het contractbeheer decentraal wordt gevoerd. Het contractbeheer voor diensten en leveringen vertoont in de uitvoering bij vrijwel alle departementen onvolkomenheden en bij het Agentschap KLPD zelfs ernstige onvolkomenheden. Wel is het zo dat de meeste ministeries inmiddels ontwikkel- en verbetertrajecten hebben ingezet.

Omhoog

Integriteit

In haar onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer vastgesteld dat integriteit een steeds belangrijker aandachtspunt begint te worden voor departementale accountants/auditdiensten. Dit blijkt zowel uit uitgevoerde werkzaamheden als uit plannen om de aandacht voor integriteit te intensiveren. Verwacht mag worden dat het toenemende belang van integriteit in de publieke sector, de ontwikkeling van accountantsdiensten naar bredere auditdiensten en de recent door het ministerie van Financiën uitgegeven Handreiking integriteitsaudits zal bijdragen aan een verdere aandacht van de departementale accountants/auditdiensten voor integriteit.

Omhoog

M en O

Misbruik en oneigenlijk gebruik subsidies

Misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving blijkt ook in 2002 een belangrijk aandachtspunt. De onregelmatigheden in het hoger onderwijs zijn hiervan het meest sprekende voorbeeld. De Algemene Rekenkamer constateert verschillende onvolkomenheden in het beleid van ministeries om misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving tegen te gaan (M en O-beleid).

Punten die verbeterd kunnen worden zijn:

  • Het formuleren van een sanctiebeleid en het handhaven van dit beleid;

  • in de regelgeving de mogelijkheid inbouwen om indien nodig onderzoek ter plaatse uit te eren;

  • het opstellen van controleprotocollen en verantwoordingsprotocollen die zijn toegesneden op de praktijk.

Omhoog

VBTB-jaarverslagen

Met ingang van de begroting 2002 en het bijbehorende jaarverslag is een belangrijke mijlpaal bereikt. Dit is het eerste jaar dat de ministers op grond van de Comptabiliteitswet 2001 de relatie tussen doelstellingen, prestaties en middelen integraal moeten weergeven in de begroting en het jaarverslag. Deze wettelijke verankering betekent echter nog niet dat de gewenste eindsituatie is bereikt.

Verbeteringen in de jaarverslagen zijn met name mogelijk op de volgende punten:

  • Het toelichten van opmerkelijke verschillen tussen de beoogde en gerealiseerde beleidsresultaten.

  • Toelichten wat de betrouwbaarheid van de gepresenteerde beleidsinformatie is.

 

Omhoog

Discussie over oordeelsvorming met minister van Financiën

Naar aanleiding van ons rechtmatigheidsonderzoek over het jaar 2002 bleek het ministerie van Financiën tot een ander oordeel over het financieel en materieel beheer bij de ministeries te komen dan de Algemene Rekenkamer. Het ministerie van Financiën signaleerde (per saldo) vooruitgang ten opzichte van 2001, de Algemene Rekenkamer concludeerde dat er (per saldo) sprake was van achteruitgang.

De minister van Financiën en de president van de Algemene Rekenkamer zijn daarom nagegaan wat de achtergrond is van de verschillen en hebben gekeken of die verschillen konden worden opgeheven. Het bleek dat een groot deel van het verschil in de oordeelsvorming te verklaren is uit het feit dat de criteria en normen waaraan het financieel en materieel beheer moeten voldoen veelal nog niet voldoende ontwikkeld zijn.

De oplossing wordt nu gezocht in het toepassen van een gemeenschappelijk normenkader, en wel het normenkader in de 'Baseline financieel en materieelbeheer'. De Baseline is de afgelopen jaren door de ministeries gezamenlijk opgesteld en bevat de basisvereisten waaraan het financieel en materieel beheer op grond van bestaande wet- en regelgeving moeten voldoen. In deze baseline kunnen zowel de ministeries als de Algemene Rekenkamer zich vinden en dat maakt hem geschikt om als gemeenschappelijk normenkader te gebruiken.

Omhoog

 

Volledige versie