Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Grotestedenbeleid: stand van zaken 2002

Het Grotestedenbeleid is in 1995 van start gegaan en is erop gericht de specifieke problemen die de grote steden kennen op terreinen als (on)veiligheid, werkloosheid, schooluitval en leefbaarheid aan te pakken. Om deze problemen op te lossen moesten volgens het toenmalige kabinet het Rijk en de grote steden, maar ook burgers, bedrijven en allerlei instellingen binnen de steden, met elkaar samenwerken. Uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer van maart 2001 bleek dat de verantwoordelijke minister geen goed beeld kon geven van de voortgang en de resultaten van het Grotestedenbeleid. De minister beloofde beterschap. In 2002 heeft de Algemene Rekenkamer onderzocht of deze belofte was nagekomen.

Grotestedenbeleid: stand van zaken 2002 PDF, 120 kB


Conclusies

In maart 2002 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de voortgang en resultaten van het Grotestedenbeleid gerapporteerd in de Tussenstand. De Algemene Rekenkamer vindt dat de minister in dit stuk wel een beeld geeft van de maatschappelijke ontwikkelingen en de bestuurlijke aanpak in de steden, maar zij mist een overkoepelende analyse met verklaringen voor tegenvallende resultaten en een inventarisatie van succes- en faalfactoren. Ook ontbreekt nog informatie over de geleverde prestaties van de deelnemende steden, doordat de eindverantwoordingen van de steden, die daarover informatie moeten leveren, pas in 2005 beschikbaar komen.

Omhoog

Aanbevelingen

De minister heeft een evaluatie van het Grotestedenbeleid gepland voor eind 2004, terwijl dan de informatie uit de verantwoordingen van de deelnemende steden nog niet beschikbaar is. De Algemene Rekenkamer beveelt aan deze evaluatie pas uit te voeren als deze informatie meegenomen kan worden.

Omhoog

Reactie minister

De minister van BZK neemt de aanbeveling over en doet de volgende toezeggingen:

  • De relaties tussen het gevoerde beleid en de stedelijke ontwikkelingen zal hij zichtbaar proberen te maken aan de hand van de informatie die de deelnemers jaarlijks over de uitvoering van het grotestedenbeleid verstrekken.
  • De landelijke evaluatie van het grotestedenbeleid wordt pas gemaakt als de verantwoordingen van de steden beschikbaar zijn.
Omhoog

 

Volledige versie