Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Toelating bestrijdingsmiddelen voor de landbouw

De Algemene Rekenkamer heeft in de periode van januari 2001 tot en met februari 2002 het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen voor de landbouw (een onderdeel van het gewasbeschermingsbeleid) onderzocht. Met de uitvoering van het toelatingsbeleid was in 2001 circa zes miljoen euro gemoeid.

Rapport PDF, 113 kB


Conclusies

De Nederlandse ambitie om als eerste lidstaat de strenge Europese toelatingscriteria voor bestrijdingsmiddelen toe te passen, heeft ertoe geleid dat Nederlandse boeren minder middelen hebben om plantenziekten en onkruid te bestrijden dan de meeste van hun Europese collega's. Veel middelen werden namelijk verboden nog voordat er alternatieve, minder schadelijke middelen beschikbaar waren.

De doelen van het gewasbeschermingsbeleid zijn niet duidelijk geformuleerd. Daardoor kan de effectiviteit ervan niet goed worden vastgesteld. Een onbedoelde consequentie van het beleid is dat er vooral voor kleine teelten als paprika, witlof en bleekselderij te weinig middelen zijn, omdat het voor fabrikanten niet loont om deze op de markt te brengen.

Op het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB), dat beoordeelt welke bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan, wordt door de verantwoordelijke ministers van LNV, VROM, VWS en SZW onvoldoende toezicht gehouden.

Omhoog

Aanbevelingen

Bij het bepalen van het ambitieniveau van het beleid moet de minister van LNV de praktische uitvoerbaarheid laten meewegen. De doelstellingen van het gewasbeschermingsbeleid moeten meetbaar en toetsbaar worden geformuleerd. De verantwoordelijke ministers moeten duidelijkheid verschaffen over de effecten van het gewasbeschermingsbeleid op de waterkwaliteit. De verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de betrokken ministeries en CTB moet snel worden vastgelegd. De normen voor de beoordeling van het CTB moeten op korte termijn worden uitgewerkt.

Omhoog

Reactie minister

De betrokken bewindslieden zijn het eens met de Algemene Rekenkamer dat het toelatingsbeleid van bestrijdingsmiddelen onduidelijk is opgezet. De doelstellingen van het beleid worden herijkt, de communicatie met betrokkenen wordt verbeterd en afspraken over toezicht op het CTB volgen, zo heeft de minister van LNV beloofd. De Algemene Rekenkamer is tevreden over de toezeggingen, maar mist nog een termijn waarop de minister deze wil realiseren.

Omhoog

 

Bekijk het rapport

Bijbehorende stukken

Volledige versie