Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Preventie en bestrijding jeugdcriminaliteit

De Algemene Rekenkamer heeft in de periode 2000-2001 onderzoek gedaan naar de wijze waarop het beleid ter voorkoming en bestrijding van jeugdcriminaliteit wordt uitgevoerd.

Preventie en bestrijding jeugdcriminaliteit PDF, 310 kB


De minister van Justitie is eerstverantwoordelijk voor het jeugdcriminaliteitsbeleid. Daarnaast speelt een groot aantal andere actoren op landelijk en regionaal niveau een rol die, elk vanuit hun eigen specifieke taak, een bijdrage moeten leveren aan het voorkomen en bestrijden van jeugdcriminaliteit.

Hoewel alle betrokken organisaties het eens zijn over het belang van preventie en de sleutelrol die een sluitende aanpak kan vervullen, blijkt deze aanpak in de praktijk niet gerealiseerd te worden. De regierol die daarbij voor de gemeenten is weggelegd, blijkt onvoldoende van de grond te komen. Gemeenten geven aan daarvoor over onvoldoende instrumenten te beschikken. De Algemene Rekenkamer vraagt om een oplossingsgerichte aanpak, waarbij signaalgedrag van een jongere zo vroeg mogelijk leidt tot één gecoördineerde aanpak over de grenzen van alle betrokken organisaties heen.

Conclusies

De belangrijkste conclusie van de Algemene Rekenkamer is dat de betrokken actoren er vooralsnog niet in slagen om de beoogde sluitende aanpak van jeugdcriminaliteit te realiseren. Allereerst is er geen sluitende aanpak als het gaat om de preventie van jeugdcriminaliteit. In de tweede plaats is er, als jongeren een strafbaar feit hebben gepleegd, geen sluitende aanpak van de screening op potentiële risico's voor het ontstaan van een criminele carrière. Ook is er geen sprake van een sluitende aanpak gericht op het bestrijden van jeugdcriminaliteit (repressie). Het beleid om vroegtijdig, snel en consequent te reageren op gepleegde delicten door jongeren wordt in de praktijk slechts matig nageleefd.

Omhoog

Aanbevelingen

De Algemene Rekenkamer beveelt de minister van Justitie onder meer aan om structurele voorzieningen te treffen voor de vroegtijdige signalering van risico- of probleemgedrag bij jongeren die nog geen delict hebben gepleegd en voor de doorverwijzing van deze jongeren naar de (vrijwillige) hulpverlening. Ook pleit zij voor de ontwikkeling van een (verkort) screeningsinstrument bij de politie en voor structurele interdepartementale afstemming over het preventieve beleid en de aansluiting tussen preventief en repressief beleid. Verder beveelt zij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan om onderzoek te doen naar de oorzaken van het feit dat voor ruim veertig procent van de onderzochte jongeren niet kon worden vastgesteld of zij vervolgd zijn en om de regierol van de gemeenten nader uit te werken, met name voor wat betreft de preventie en bestrijding van jeugdcriminaliteit.

Omhoog

Reactie bewindspersonen

De Algemene Rekenkamer heeft reacties op haar rapport ontvangen van de staatssecretaris van Justitie, de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en van Grotesteden- en Integratiebeleid (GSI), de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OcenW), alsmede het Korpsbeheerdersberaad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Halt-Nederland. De betrokkenen onderschrijven de conclusies en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer grotendeels.

Bewindspersonen en het Korpsbeheerdersberaad wijten het feit dat van ruim veertig procent van de geregistreerde delicten op basis van de dossiers niet vastgesteld kan worden of er een reactie heeft plaatsgevonden vooral aan een registratieprobleem.

 

De Algemene Rekenkamer voerde nog twee onderzoeken uit op het terrein van de jeugdproblematiek: Begeleiding en herplaatsing voortijdig schoolverlaters(december 2001) en Opvang zwerfjongeren(14 maart 2002). Ook is er samenhang met het op 21 maart 2002 gepubliceerde rapport Handhaving door rijksinspecties, waaronder de Inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming en de Inspectie Politie.

Omhoog

 

Volledige versie