U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
In de periode mei 2001 - oktober 2001 heeft de Algemene Rekenkamer onderzoek gedaan naar de Inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming, de Keuringsdienst van Waren, de Inspectie Volkshuisvesting, de Inspectie Milieuhygiëne, de Arbeidsinspectie, de Inspectie voor de Politie, de Rijksverkeersinspectie en de Inspectie van het Onderwijs. Ook is een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Handhaving door rijksinspecties
PDF, 219 kB
De handhavingsactiviteiten zijn onvoldoende doelgericht. De acht onderzochte inspecties stellen het niveau waarop een wet gehandhaafd moet worden niet vast, leggen geen verband tussen gewenst handhavingsniveau en te verrichten activiteiten en hebben geen inzicht in het totale aan hen opgedragen werkpakket. Gevolg is dat geen van de inspecties de verantwoordelijke minister meldt welke taken men níet uitvoert. De ministers maken hun verantwoordelijkheid voor de handhaving door de inspecties dus niet volledig waar.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft sinds 1999 belangrijke voortgang geboekt bij de inrichting van de inspectietaak. Ook het uitoefenen van het toezicht is verbeterd.
OmhoogDe betrokken ministers moeten ervoor zorgen dat de inspecties per wets(bepaling)een handhavingsniveau vaststellen en hun handhavingsactiviteiten daarop afstemmen. Ook dienen de inspecties inzichtelijk te maken aan welke wetten en taken zij prioriteit geven en aan welke niet. Na de constatering van een tekortkoming moeten zij expliciet maken wat er wanneer van het veld verwacht wordt. Zij dienen vervolgens na te gaan of dat ook gebeurt.
Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg dient het gewenste handhavingsniveau per wet vast te stellen. Verder moet zij haar handhavingsplannen te voltooien. De prioriteitsstelling voor de inzet van middelen dient te gebeuren op basis van een risicoanalyse voor het hele werkpakket.
OmhoogDe bewindspersonen van VWS, Justitie, VROM, SZW, BZK, V&W en OCenW hebben op het onderzoek gereageerd. De minister van VWS wijst op het risico dat het per wet vaststellen van een gewenst nalevingsniveau kan hebben voor de mate van naleving. De minister van VROM vindt het vaststellen van gewenste nalevingsniveaus geen begaanbare weg vanwege de veelheid aan wet- en regelgeving. Alle bewindspersonen vinden een onderbouwde expliciete prioriteitsstelling belangrijk.
De minister van VWS onderschrijft dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg verder inhoud dient te geven aan de resterende elementen van de inspectiecyclus.
OmhoogKamerbrief |
08-07-2002
|
PDF, 24 kb
|
Handhaving door rijksinspecties
Kamervragen |
29-05-2002
|
PDF, 31 kb
|
Handhaving door rijksinspecties
Vastgesteld 29 mei 2002
Rapport |
21-03-2002
|
PDF, 219 kb
|
Handhaving door rijksinspecties
Bijlage |
21-03-2002
|
PDF, 25 kb
|
Handhaving door rijksinspecties
19-05-2009 |
PDF, 219 kB