U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
De rekenkamers van Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk hebben onderzoek gedaan naar het Europese subsidieprogramma voor akkerbouwproducten.
Dit programma is het grootste van alle regelingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie. De drie rekenkamers hebben hun onderzoeken op elkaar afgestemd, zodat de resultaten vergeleken konden worden. Zij hebben voornamelijk gekeken naar een efficiënte verwerking van aanvragen door betaalkantoren op regionaal niveau.
De drie rapporten concluderen dat aanvragen gecontroleerd en boetes uitgedeeld worden in overeenstemming met de Europese regels. Het subsidieprogramma verschilt inhoudelijk en administratief gezien nauwelijks per land. Wel zijn er verschillen in aantal en grootte van de betaalkantoren, in aantal aanvragen, de verdeling van grote en kleine aanvragen (die repectievelijk via de hoofd- en de versnelde procedure worden behandeld) en in de duur van de afhandeling van aanvragen.
In alle drie landen bestond een gebrek aan gegevens met betrekking tot kosten van de uitvoering van de regeling. De resultaten zijn daarom deels gebaseerd op schattingen. Voor een betere vergelijking van de resultaten is het noodzakelijk dat de verantwoordelijke nationale overheden zorgdragen voor een betere informatieverzameling.
De verschillen tussen de regionale kantoren blijken verder te gaan dan de verschillen in grootte, aantal aanvragen en mate van complexiteit van de aanvragen. Daarom zou gekeken moeten worden naar de verschillen in de duur van de behandeling van aanvragen. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen externe factoren zoals aard van de aanvragen, en interne factoren als management.
Deze gezamenlijke vingeroefening betekent een stap vooruit bij het inzichtelijk krijgen in de wijze waarop de lidstaten Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie uitvoeren.
Omhoog