Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Handreikingen subsidie-evaluaties Stap 3: Naar bruikbare resultaten Gebruik van een evaluatie bij het afleggen van verantwoording

Gebruik van een evaluatie bij het afleggen van verantwoording

Een evaluatie van een subsidie kan gebruikt worden bij het afleggen van verantwoording. Daarbij is het belangrijk dat er duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen resultaten en oordelen uit de evaluatie en de mening / reactie van de bewindspersoon.

Een beleidsreactie op een evaluatie bevat uiteraard de mening van de van de bewindspersoon over de resultaten van de evaluatie. Het is wel van belang dat uit de reactie het onderscheid tussen een samenvatting van de resultaten en de mening van de minister hierover helder blijkt.

Voorbeeld: geen helder onderscheid tussen resultaat en mening bewindspersoon

Het Subsidieprogramma reductie overige broeikasgassen heeft tot doel te ondersteunen bij het reduceren van de de zogenoemde overige broeikasgassen methaan (CH4), lachgas (N2O) en de gefluoreerde verbindingen HFK, PFK en SF6. De staatssecretaris van het toenmalige Ministerie van VROM meldde de Tweede Kamer over de evaluatie van het ROB: “Op grond van de evaluatie concludeer ik dat met het ROB-programma een extra impuls is gegeven op weg naar het realiseren van de streefwaarde voor de overige broeikasgassen in de periode 2008–2012. (VROM, 2006, 2). Hij meldde niet de conclusie: ‘de bijdrage van het ROB op dit vlak [d.w.z. reductie van niet-CO2 broeikasgassen] is tot nu toe relatief beperkt’ (Harmelink et al., 2006, V).

Omhoog

Voorbeeld: duidelijk onderscheid tussen resultaat en mening bewindspersoon

Het is wel mogelijk om de conclusie van het rapport en de conclusie van de minister hierover duidelijk te scheiden. Voorbeelden zijn de aanbiedingsbrieven bij  het evaluatie-onderzoek naar Halt en de brief bij de ex-ante evaluatie van de effecten van de herziening van de Europese Energiebelastingrichtlijn voor Nederland. Uit het evaluatieonderzoek naar de Halt-maatregel blijkt dat Halt niet bijdraagt aan recidivevermindering. De minister meldt in de aanbiedingsbrief; “Het onderzoek laat als algemeen beeld zien dat de jongeren die de Halt-afdoening hebben uitgevoerd geen ander recidive-patroon hebben dan de jongeren die zijn vrijgesteld van de Halt-afdoening”. De minister geeft vervolgens aan dat gezien de uitkomsten heroverweging van de Halt-afdoening geboden is en beschrijft welke aanpassingen hij daarbij overweegt. (Justitie, 2006)

Omhoog

Voorbeeld: duidelijk onderscheid tussen resultaat en mening bewindspersoon

In de brief bij de ex-ante evaluatie van de effecten van de herziening van de Europese Energiebelastingrichtlijn voor Nederland geeft de staatssecretaris van Financiën een complete samenvatting van de voornaamste conclusies uit het rapport Belastingen op energieproducten, elektriciteit en CO2. Ook staan in de aanbiedingsbrief de aanknopingspunten voor unilaterale vergroening van de Nederlandse energiebelasting die de evaluatoren aangeven. De staatssecretaris geeft vervolgen in een aantal aparte alinea’s duidelijk aan welke conclusies hij hieruit trekt. Hij concludeert dat aanpassing van de huidige beleidsrichting niet nodig is en dat hij wat betreft vergroening niet vooruit wil lopen op de internationale onderhandelingen.

Omhoog

Literatuur

  • Harmelink, M., S. Joosen, K. Eising & E.d. Visser (2006). Tussentijdse evaluatie van het Reductieprogramma Overige Broeikasgassen (ROB) periode 1999-2004. Utrecht: Ecofys B.V.
  • Justitie (2006). Jeugdcriminaliteit. Brief van de minister van Justitie aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal om het in juni 2006 door Advies- en Onderzoeksgroep Beke uitgebrachte rapport «Halt: het Alternatief? De effecten van Halt beschreven» aan te bieden. Vergaderjaar 2005–2006, 28 741, nr. 15. Den Haag: Sdu.
  • VROM (2006). Brief van de staatssecretaris van VROM over het aanbieden van deTussentijdse Evaluatie van het Reductieprogramma Overige Broeikasgassen» en zijn conclusies en de verdere aanpak van deze broeikasgassen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 28 240, nr. 47. Den Haag: Sdu.

 

 

Omhoog
 

Volledige versie