U bevindt zich op: Home › Publicaties › Dossiers › Wat rapporteren we? › Financiële informatie
In het jaarverslag geeft de minister een overzicht van de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van het ministerie. Ook bevat het jaarverslag de baten, lasten, kapitaaluitgaven en –ontvangsten van de baten-lastendiensten die onder het ministerie vallen.
Volgens de Comptabiliteitswet 2001 moet de Algemene Rekenkamer beoordelen of de financiële informatie in het jaarverslag van het ministerie:
Ons oordeel over de financiële informatie hangt af van de fouten en onzekerheden die wij aantreffen. We spreken van een fout als bepaalde verplichtingen, uitgaven of ontvangsten:
We spreken van een onzekerheid als we de rechtmatigheid of de deugdelijke weergave niet kunnen vaststellen, bijvoorbeeld door onvolkomenheden in het financieel beheer. Wij vermelden in ons oordeel over de financiële informatie alleen de belangrijke fouten en onzekerheden. Dat zijn de fouten en onzekerheden die de tolerantiegrenzen overschrijden.
OmhoogZowel de ministers als de Algemene Rekenkamer maken gebruik van tolerantiegrenzen. Deze tolerantiegrenzen dienen om te bepalen welke fouten en onzekerheden:
Een (kwantitatieve) tolerantiegrens is overschreden als:
Als fouten en onzekerheden de kwantitatieve tolerantiegrenzen overschrijden beïnvloedt dat ons ('goedkeurende') oordeel over de financiële informatie. Dit geldt zowel voor fouten en onzekerheden in de deugdelijke weergave, als voor fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid. Ons oordeel luidt dan bijvoorbeeld: 'De financiële informatie is deugdelijk weergegeven, met uitzondering van een bedrag van € 50 miljoen aan fouten en onzekerheden in de uitgaven.' Of: 'De verplichtingen, uitgaven, ontvangsten en balansposten zijn rechtmatig, met uitzondering van een bedrag van € 50 miljoen aan fouten en onzekerheden in de uitgaven.
Een ministerie overschrijdt een kwalitatieve grens als het bijvoorbeeld toezeggingen aan de Tweede Kamer niet is nagekomen.
OmhoogWij rapporteren de belangrijke fouten en onzekerheden per begrotingsartikel. Dat doen we omdat de Staten-Generaal op het niveau van begrotingsartikel budgetrecht hebben. Een begrotingsartikel is de kleinste eenheid van een begrotingswet waarvan de Staten-Generaal het bedrag kunnen vaststellen. De Tweede Kamer kan door haar recht van amendement een begrotingsartikel wijzigen, bijvoorbeeld opsplitsen in verschillende artikelen of het bedrag verhogen of verlagen. De Eerste Kamer kan de begrotingswet, inclusief eventuele wijzigingen, vervolgens goedkeuren of verwerpen, maar kan zelf geen wijzigingen aanbrengen. Als de Staten-Generaal de begroting goedkeuren, geven zij de minister toestemming (autorisatie) om het afgesproken bedrag te besteden aan de afgesproken doelen. De minister kan een artikel dan niet meer wijzigen zonder hun toestemming.
Omhoog