U bevindt zich op: Home › Publicaties › Dossiers › Voor wie en waarom? › Begrotingscyclus
De begrotingscyclus begint en eindigt formeel bij de Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer). Op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september, biedt de minister van Financiën namens het kabinet de rijksbegroting en de Miljoenennota aan de Tweede Kamer aan. Ruim anderhalf jaar later doen de ministeries in hun jaarverslagen verslag aan de Tweede Kamer over hun uitgevoerde activiteiten en geboekte resultaten.
De minister van Financiën zendt deze jaarverslagen tezamen met zijn Financieel jaarverslag van het Rijk naar de Tweede Kamer. Dat gebeurt op Verantwoordingsdag de derde woensdag van mei.
Op Verantwoordingsdag publiceert de Algemene Rekenkamer een rapport bij het Financieel jaarverslag van het Rijk, de 'Staat van de rijksverantwoording. Op Verantwoordingsdag presenteren wij bovendien onze rapporten bij de jaarverslagen van de ministeries.
De rijksbegroting bestaat uit de begrotingen van:
In de begrotingen geven de ministers aan wat ze het komende jaar willen bereiken, wat ze daarvoor zullen gaan doen en hoeveel geld ze daarvoor nodig denken te hebben.
OmhoogDe Miljoenennota is een algemene toelichting op de rijksbegroting. In de Miljoenennota zet de minister van Financiën de plannen van de regering en de prijskaartjes die daaraan hangen op een rij. Hij licht de plannen toe en legt uit wat het voorgenomen beleid van de ministers betekent op rijksniveau.
OmhoogAlle begrotingen zijn wetsvoorstellen. Ze moeten daarom door de Staten-Generaal aangenomen worden. In de weken na Prinsjesdag vergadert de Tweede Kamer over de begrotingen van de ministers. Nadat de Tweede Kamer eventuele wijzigingen heeft aangebracht in de begrotingen, keurt zij de begrotingen goed. Daarna gaan ze naar de Eerste Kamer. De Eerste Kamer mag de begrotingen afkeuren of goedkeuren, maar er niets in wijzigen. Zodra de begrotingen zijn goedgekeurd, krijgen ministers mandaat om hun beleid uit te voeren binnen de vastgestelde budgettaire kaders. De minister van Financiën houdt toezicht op de uitvoering van de begrotingen.
Als het in de loop van het jaar noodzakelijk is de begroting op punten aan te passen, dan kan dat alleen als de Staten-Generaal goedkeuring verlenen aan aanvullende begrotingswetsvoorstellen (de suppletoire wetten).
OmhoogNa afloop van het begrotingsjaar legt het kabinet verantwoording af aan de Staten-Generaal. De Staten-Generaal ontvangen dan op Verantwoordingsdag de jaarverslagen en het Financieel jaarverslag van het Rijk. Ook ontvangen de Staten-Generaal de slotwetten. In de slotwetten staan de laatste wijzigingen in de begroting. De geraamde verplichtingen, uitgaven en ontvangsten worden op die manier formeel in overeenstemming gebracht met de daadwerkelijke verplichtingen, uitgaven en ontvangsten.
In het jaarverslag geeft een minister aan of hij de beoogde doelen heeft bereikt en de beoogde prestaties heeft geleverd met het geld dat daarvoor ter beschikking was gesteld.
Het Financieel jaarverslag van het Rijk wordt opgesteld door de minister van Financiën. Dit verslag bevat onder meer de Rijksrekening en de Saldibalans van het Rijk. Deze sluiten aan op de afzonderlijke jaarverslagen. De Rijksrekening bevat het totaal van alle uitgaven en ontvangsten van het Rijk. De Saldibalans van het Rijk bevat het totaal van de saldi van de verschillende departementale saldibalansen.
OmhoogAls de Staten-Generaal de slotwetten goedkeuren, verlenen zij decharge aan de ministers. Daarmee worden de ministers ontheven van hun verantwoordelijkheid voor het gevoerde beleid en de daaraan verbonden financiële consequenties, waarover ze zich in de jaarverslagen hebben verantwoord. De jaarverslagen zijn dus de tegenhanger van de begrotingen. Zij vormen, samen met de slotwetten, het sluitstuk van de begrotingscyclus.
Omhoog