Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Dossiers Interventies Ministerie van Financiën Voorfinanciering uitkering depositogarantiestelsel IJsland

Huidig onderzoek: Kredietcrisis

Voorfinanciering

Aard en duur interventie 

De Nederlandse staat heeft na het intreden van de betalingsonmacht bij Icesave de uitkering door het depositogarantiestelsel van IJsland voorge-financierd. Via DNB heeft de staat daarnaast ongeveer € 106 miljoen uit-gekeerd door de verruiming van de dekking van het Nederlandse deposi-togarantiestelsel tot € 100.000. Deze verruiming is namelijk ook van toe-passing voor spaarders bij Icesave, maar kan niet omgeslagen worden over de deelnemende Nederlandse banken. De uiteindelijke schade voor de staat is afhankelijk van de mogelijkheid tot verhaal op de boedel van Landsbanki, waarvan Icesave een bijkantoor was. Bij het referendum van 9 april 2011 is een uitonderhandelde leningovereenkomst met de IJsland-se autoriteiten van de hand gewezen.

Omhoog

Doel interventie 

Uit de berichtgeving van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer is af te le iden dat het doel van de voorfinanciering van de uitkeringen uit het IJslandse depositogarantiestelsel bestaat uit het wegnemen van onzekerheid onder de Nederlandse spaarders met tegoeden bij Icesave. Het besluit van 4 december 2008 draagt DNB op het IJslandse depositogarantiestelsel uit te voeren. Tot deze voorfinanciering is besloten in het belang van de rechtsbescherming van de Nederlandse spaarders bij Icesave en vanwege de praktische uitvoerbaarheid.

Omhoog

Financieel overzicht 

DNB heeft het grootste deel van de uitkeringen op grond van het IJsland-se depositogarantiestelsel eind 2008 verricht. In 2009 is daar nog een bedrag van € 93 miljoen aan toegevoegd, inclusief kosten van DNB. Hier-van wordt € 7 miljoen aan zogenoemde pay-out costs reeds in 2011 te-rugbetaald door IJsland aan DNB. De hoofdsom van de lening aan IJsland komt daarmee uit op een bedrag van € 1.322.242.850. 

 

Bedragen x € 1 miljoen

2008

2009

2010

Totaal

Voorfinanciering uitkering depositogarantiestelsel IJsland

1.236

93

 

1.329

Vergoeden 'derde tranche' (1)

 

106

 

106

Rentekosten staat (2)

1

47

48

96

Totaal

1.237

246

48

1.531

(1) Dit betreft bedragen tussen € 40.000 en € 100.000 en het eigen risico van 10% voor bedragen tussen € 20.887 en € 40.000.
(2) Zie voor een toelichting op de toerekening van de rentekosten: bijlage 1.

Bron: Ministerie van Financiën

Omhoog

Chronologisch overzicht

 

11-10-2008

Ondertekening Memorandum of Understanding (MOU) tussen de Nederlandse staat en de autoriteiten van IJsland over de voorfinanciering van de uitkering uit het IJslandse depositogarantiestelsel vanwege Icesave.

2009

Afrekening met DNB van het aandeel van de staat in de depositogarantie Icesave (tegoeden tussen € 40.000 en € 100.000 en het eigen risico voor bedragen tussen € 20.887 en € 40.000).

05-06-2009

Overeenstemming over de leenovereenkomst met de IJslandse autoriteiten over de afwikkeling van de depositogarantie Icesave

28-08-2009

IJslands parlement stelt nadere voorwaarden aan garantie door IJslandse staat.

19-10-2009

Nader akkoord met de IJslandse staat over de leningvoorwaarden, waarin tegemoet wordt gekomen aan de wensen van het IJslandse parlement.

31-12-2009

Instemming IJslands parlement met een wet die een garantie door de IJslandse staat mogelijk maakt.

05-01-2010

President IJsland weigert ondertekening van de wet waarmee het parlement akkoord was gegaan.

06-03-2010

Referendum over de kwestie Icesave, waarbij de IJslandse bevolking zich tegen de voorwaarden voor terugbetaling heeft uitgesproken.

12-04-2010

Publicatie van het rapport van de IJslandse bijzondere onderzoekscommissie die de ondergang van de IJslandse banken heeft onderzocht.

26-05-2010

De EFTA Surveillance Authority stuurt een letter of formal notice aan IJsland wat de nakoming betreft van de verplichtingen voortvloeiend uit het depositogarantiestelsel.

08-12-2010

Nieuw onderhandelaarsakkoord

09-04-2011

Tweede IJslandse referendum waarbij het onderhandelaarsakkoord werd afgewezen.

Omhoog

Bevoegdheden Algemene Rekenkamer

Op grond van artikel 87 Comptabiliteitswet 2001 (CW) is de Algemene Rekenkamer bevoegd om onderzoek in te stellen bij alle dienstonderdelen van het Rijk, voor zover zij een en ander nodig acht voor het uitoefenen van haar taak. Voor wat betreft (de voorfinanciering van) de depositogarantie voor spaarders bij Icesave kan de Algemene Rekenkamer dus onderzoek doen bij het Ministerie van Financiën.

Op grond van artikel 91, lid 1c CW heeft de Algemene Rekenkamer (beperkte) bevoegdheden bij rechtspersonen, commanditaire vennootschappen en vennootschappen onder firma waaraan de staat of een derde voor rekening of risico van de staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verleend. In het geval van leningen, subsidies en garanties heeft de Algemene Rekenkamer echter geen bevoegdheden als het gaat om financiële ondernemingen (zie artikel 91, lid 16 CW).

De bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer op grond van artikel 91 CW zijn in ieder geval niet van toepassing op het IJslandse depositogarantiestelsel, als een leningovereenkomst met de Nederlandse staat tot stand zou komen. De Algemene Rekenkamer heeft in dit kader buiten Nederland geen bevoegdheden.

Op grond van artikel 91 CW heeft de Algemene Rekenkamer bevoegdheden ten aanzien van AFM en DNB als toezichthouders in de financiële sector. Voor zover het taken van DNB betreft die betrekking hebben op de uitvoering van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, geldt artikel 91 CW niet (zie artikel 91, lid 3 en 4 CW), maar gelden de algemene bevoegdheden van artikel 87, lid 1 CW. In de memorie van toelichting van de CW 2001 is overigens aangegeven dat de Algemene Rekenkamer niet bevoegd is kennis te nemen van gegevens van DNB die herleidbaar zijn tot individuele personen of ondernemingen.

Omhoog

Meer informatie

 

Volledige versie