U bevindt zich op: Home › Publicaties › Dossiers › Interventies Ministerie van Financiën
De minister van Financiën maakte op 7 oktober 2008 bekend dat de garantie voor deposito’s werd verruimd tot € 100.000 zonder eigen risico. Tot die datum werd in Nederland € 40.000 gegarandeerd met een eigen risico van 10% over tegoeden tussen € 20.000 en € 40.000.[1] De verruiming van de dekking van het depositogarantiestelsel geldt voor onbepaalde tijd. Aanvankelijk was deze opgenomen in een ‘tijdelijke regeling’ maar is later definitief geregeld in artikel 26, vierde l id, Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantiestelsel (Wft).
OmhoogDe verruiming van het depositogarantiestelsel heeft tot doel om bij te dragen aan het herstel van het vertrouwen in en het functioneren van de financiële sector. De maatregel past in het kader van een gecoördineerde aanpak binnen de EU.
Omhoog
Deze interventie heeft geen direct financieel effect voor de staat, omdat eventuele aanspraken op de garantie door De Nederlandsche Bank (DNB) worden omgeslagen over de deelnemende banken. Voor zover aan de (uitvoering van de) garantieregeling kosten zijn verbonden voor DNB, komen die indirect wel ten laste van de staat. Volgens een brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 8 juni 2009 bedraagt de garantie van het Nederlandse depositoga-rantiestelsel in totaal ongeveer € 365 miljard.
Omhoog|
07-10-2008 |
Bekendmaking verruiming depositogarantie tot € 100.000 zonder eigen risico. |
|---|---|
|
15-10-2008 |
Publicatie tijdelijke regeling in Staatscourant nr. 211. |
|
07-04-2009 |
Publicatie van het rapport commissie-Maas "Naar herstel van vertrouwen", waarin aanbevelingen zijn gedaan voor aanpassing van het depositogarantiestelsel. |
|
11-06-2009 |
Besluit tot implementatie in de Nederlandse regelgeving van de wijziging van Richtlijn 94/19/EG over de verruiming van de dekking tot € 100.000 en intrekking van de tijdelijke regeling. |
|
11-06-2009 |
Publicatie van het rapport van de tripartiete werkgroep van DNB, De Nederlandse Vereniging van Banken en het Ministerie van Financiën (Het Nederlandse depositogarantiestelsel - een garantie voor de toekomst) met een analyse van drie financieringsmodellen voor het depositogarantieselsel. Dit rapport heeft bijgedragen aan de kabinetsvisie op de hervorming van het depositogarantiestelsel. |
|
10-07-2009 |
Kabinetsvisie toekomst financiële sector (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 32013, nr.1) waarin het voornemen is aangekondigd om het depositogarantiestelsel te hervormen. |
|
12-07-2010 |
De Europese Commissie doet voorstellen voor een herziening van Richtlijn 94/19/EG om de consumentenbescherming te verbeteren. |
|
06-09-2010 |
Aanbieding fiche Minister van Buitenlandse Zaken: Richtlijn depositogarantiestelsel (Tweede Kamer 22112, nr. 1055) |
|
03-02-2011 |
Brief Minister van Financiën aan Tweede Kamer over depositogarantiestelsels, resolutiefondsen en bankenbelasting. |
|
16-03-2011 |
Algemeen Overleg over depositogarantiestelsel; resolutiefondsen en bankenbelasting. |
Op grond van artikel 87 Comptabiliteitswet 2001 (CW) is de
Algemene Rekenkamer bevoegd om onderzoek in te stellen bij alle
dienstonderdelen van het Rijk, voor zover zij een en ander nodig
acht voor het uitoefenen van haar taak. Voor wat betreft het beleid
ten aanzien van de depositogarantieregeling kan de Algemene
Rekenkamer dus onderzoek doen bij het Ministerie van Financiën.
DNB is belast met de uitvoering van het Nederlandse
depositogarantiestelsel. Op grond van artikel 91 CW heeft de
Algemene Rekenkamer bevoegdheden ten aanzien van DNB als
toezichthouder in de financiële sector. Voor zover het taken van
DNB betreft die betrekking hebben op de uitvoering van het Verdrag
tot oprichting van de Europese Gemeenschap, geldt artikel 91 CW
niet (zie artikel 91, lid 3 en 4 CW), maar gelden de algemene
bevoegdheden van artikel 87, lid 1 CW. In de memorie van
toelichting van de CW 2001 is overigens aangegeven dat de Algemene
Rekenkamer niet bevoegd is kennis te nemen van gegevens van DNB die
herleidbaar zijn tot individuele personen of ondernemingen.
Rapport
14-12-2010
|
PDF, 31 kb
Hoofdstuk 5 uit het rapport Kredietcrisis en EU-landencrisis: interventies en vervolg. Vierde rapportage: tweede en derde kwartaal 2010.
Rapport
12-05-2010
|
PDF, 35 kb
Uit: Kredietcrisis: Interventies en vervolg, gepubliceerd op 18 mei 2010.
Rapport
14-01-2010
|
PDF, 35 kb
Uit: Kredietcrisis 2008/2009, tweede rapportage: tweede en derde kwartaal 2009, gepubliceerd op 14 januari 2010.
Rapport
20-05-2009
|
PDF, 521 kb
Hoofdstuk 4 uit het rapport Kredietcisis 2008/2009, gepubliceerd op 19 mei 2009.