U bevindt zich op: Home › Publicaties › Dossiers › Interventies Ministerie van Financiën › Garantiefaciliteit bancaire leningen
Op 23 oktober 2008 heeft de staat een garantiefaciliteit van in totaal € 200 miljard gecreëerd voor bancaire leningen. Het Agentschap van het Ministerie van Financiën voert de regeling uit. De aflooptermijn van deze interventie wordt bepaald door de duur van de verstrekte garanties. Van de op 31 maart 2011 uitstaande garanties lopen de laatste garanties in december 2014 af. Sinds 31 december 2010 is de regeling niet verder verlengd voor het afgeven van garanties zodat instellingen vanaf januari 2011 geen beroep meer kunnen doen op de staat voor een garantstelling. Wel kunnen banken vanaf 1 januari 2011 hun leningen vervroegd terug kopen. Dit is geregeld in een nieuw toegevoegde bijlage bij de regeling.
OmhoogHet doel van de garantiefaciliteit was het wegnemen van liquiditeitspro-blemen bij financiële instellingen die zijn ontstaan, doordat de markt voor leningen zonder onderpand was opgedroogd. De garantstelling door de staat moest ertoe leiden dat de kredietverlening aan bedrijven en particu-lieren gewaarborgd blijft. De garantiefaciliteit had niet tot doel de sol-vabiliteit van de financiële instellingen te verbeteren. Daarvoor is de kapi-taalverstrekkingsfaciliteit (zie hoofdstuk 3) bedoeld. Een voorwaarde aan het gebruik van de garantiefaciliteit is dat de financiële instellingen zich houden aan een duurzaam beloningsbeleid.
OmhoogDe volgende tabel geeft een overzicht van de in 2008, 2009 en 2010 ont-vangen vergoedingen voor de geboden garanties en vergoede claims door het Ministerie van Financiën op grond van de garantiefaciliteit.
|
Bedragen x € 1 miljoen |
2008 |
2009 |
2010 |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
|
Garantievergoeding/ fee |
|
-116 |
- 407
|
-523 |
|
Garantieclaims |
|
0 |
|
0 |
|
Totaal |
|
-116 |
-
407
|
-523 |
Bron: Ministerie van Financiën
Omhoog|
23-10-2008 |
Totstandkoming garantiefaciliteit (maximaal € 200 miljard). |
|---|---|
|
2008 |
Beoordeling garantieaanvragen en verlening eerste garanties |
|
2009 |
|
|
07-12-2009 |
Besluit van het Ministerie van Financiën om, onder voorbehoud van goedkeuring door de Europese Commissie, de garantieregeling met zes maanden te verlengen tot en met 30 juni 2010 onder aangepaste voorwaarden. |
|
17-12-2009 |
De Europese Commissie stemt in met de verlenging van de garantieregeling en de aangepaste voorwaarden. |
|
21-06-2010 |
Besluit van het Ministerie van Financiën om opnieuw, onder voorbehoud van goedkeuring door de Europese Commissie, de garantieregeling met zes maanden te verlengen tot en met 31 december 2010 onder aangepaste voorwaarden. |
|
29-06-2010 |
De Europese Commissie stemt in met de tweede verlenging van de garantieregeling en de aangepaste voorwaarden. |
|
31-12-2010 |
Afloop van de verlengde garantieregeling |
|
01-01-2011 |
Opening mogelijkheid van terugkoop van leningen onder garantieregeling |
Op grond van artikel 87 Comptabiliteitswet 2001 (CW) is de
Algemene Rekenkamer bevoegd om onderzoek in te stellen bij alle
dienstonderdelen van het Rijk, voor zover zij een en ander nodig
acht voor het uitoefenen van haar taak. Voor wat betreft de
garantiefaciliteit kan de Algemene Rekenkamer dus onderzoek doen
bij het Ministerie van Financiën.
Op grond van artikel 91, lid 1c CW heeft de Algemene Rekenkamer
(beperkte) bevoegdheden bij rechtspersonen, commanditaire
vennootschappen en vennootschappen onder firma waaraan de staat of
een derde voor rekening of risico van de staat rechtstreeks of
middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verleend. In het
geval van leningen, subsidies en garanties heeft de Algemene
Rekenkamer echter geen bevoegdheden als het gaat om financiële
ondernemingen (zie artikel 91, lid 16 CW).
De AFM is belast met het markttoezicht op banken en verzekeraars en
DNB is belast met het prudentieel en systeemtoezicht op financiële
instellingen. Op grond van artikel 91 CW heeft de Algemene
Rekenkamer bevoegdheden ten aanzien van AFM en DNB als
toezichthouders in de financiële sector. Voor zover het taken van
DNB betreft die betrekking hebben op de uitvoering van het Verdrag
tot oprichting van de Europese Gemeenschap, geldt artikel 91 CW
niet (zie artikel 91, lid 3 en 4 CW), maar gelden de algemene
bevoegdheden van artikel 87, lid 1 CW. In de memorie van
toelichting van de CW 2001 is overigens aangegeven dat de Algemene
Rekenkamer niet bevoegd is kennis te nemen van gegevens van DNB die
herleidbaar zijn tot individuele personen of
ondernemingen.
Rapport
14-12-2010
|
PDF, 82 kb
Hoofdstuk 4 uit het rapport Kredietcrisis en EU-landencrisis: interventies en vervolg. Vierde rapportage: tweede en derde kwartaal 2010.
Rapport
12-05-2010
|
PDF, 48 kb
Uit: Kredietcrisis: Interventies en vervolg, gepubliceerd op 18 mei 2010.
|
PDF, 35 kb
Uit: Kredietcrisis 2008/2009, tweede rapportage: tweede en derde kwartaal 2009, gepubliceerd op 14 januari 2010.
Rapport
20-05-2009
|
PDF, 521 kb
Hoofdstuk 3 uit het rapport Kredietcisis 2008/2009, gepubliceerd op 19 mei 2009.